Deel 5 van een 8-delig dwaalgesprek over verlichting, geluk, levenskunst, lijden en niet-weten.
Noor: Huil jij weleens?
Hans: Als het even kan slik ik het weg. Meestal lukt dat wel.
Noor: Waarom slik je het weg?
Hans: Huilen doet zeer. Mijn ogen, neus, keel – alles prikt en trekt, wordt rood, zwelt op. Sommigen mensen huilen makkelijk en graag, het lucht ze op. Mij maakt het overstuur. Liever overdenk ik rustig wat er gebeurt is en nog liever praat ik erover, dat werkt voor mij het best.
Noor: En andere sterke emoties?
Hans: Probeer ik te vermijden.
Noor: Waarom?
Hans: Zwakke zijn mij krachtig genoeg. Alles komt keihard binnen, alsof er een versterker zit tussen mij en de wereld. Familietrekje, van grootvader op vader op zoon. Het heeft lang geduurd voor ik doorhad dat niet iedereen zo in elkaar zit.
Noor: Het verbaast me eerlijk gezegd dat iemand die zo vol is van niet-weten als jij nog steeds snel van slag raakt.
Hans: Weer een vooroordeel minder.
Noor: Ze zeggen dat U.G. Krishnamurti nooit om zijn overleden zoon heeft gehuild.
Hans: En?
Noor: Byron Katie heeft naar eigen zeggen vredig glimlachend vastgesteld dat haar pasgeboren kleinzoon niet ademde.
Hans: Ze zeggen ook dat Nisargadatta regelmatig om zijn overleden vrouw huilde.
Noor: Misschien was Nisargadatta er nog niet helemaal.
Hans: Misschien waren Byron Katie en Krishnamurti er nog niet helemaal. Misschien zijn Nisargadatta. Byron Katie en Krishnamurti er helemaal op hun eigen manier. Misschien zijn ze er geen van alle helemaal, of helemaal niet. Misschien is niemand ergens helemaal of is er helemaal geen ergens om helemaal te zijn.
Noor: Wat denk jij?
Hans: Dat denk ik.
Noor: Op die manier.
Hans: Ik ben Krishnamurti niet, ik ben Byron Katie niet en ik ben Nisargadatta niet. Ik ben niet op zoek naar een leraar, verlosser of rolmodel, verlang er niet naar net als zij te worden of net als wie dan ook, als dat al zou kunnen.
Noor: Miljoenen mensen willen de volgende Krishnamurti worden, de volgende Byron Katie, de volgende Nisargadatta, de volgende Jezus, Boeddha, Osho.
Hans: Zo plezierig waren hun levens anders niet. Mij lijkt het een nachtmerrie om in hun voetsporen te treden, hun kruis te moeten dragen. Ik neem geen voorbeeld aan hun voorbeeld, trek geen lering uit hun lering, heb geen boodschap aan hun boodschap. Het enige verlangen dat geestelijke leiders nog in me wekken, is mijn vingers in mijn oren te stoppen. Kan ik iedereen aanraden. Wie dit advies ter harte neemt heeft me niet gehoord.

