“Fallout, de weg naar herstel van misbruik binnen het Tibetaans boeddhisme”, door Tahlia Newland, is het verhaal van Rigpa studenten die zich proberen te verhouden tot de onthullingen van decennia lang misbruik door Sogyal Lakar. Dit misbruik werd in juli 2017 geopenbaard in een brief van acht ex-studenten. Dit is het verhaal van kritische studenten, studenten die weigeren deel te nemen aan een religieuze instelling die misbruik goedkeurt. De moed, wijsheid, zelfreflectie, medeleven en krachtige onderzoeksgeest die door dit boek naar voren komt, herinnert me er steeds weer aan dat de Boeddha zelf een criticus was: hij richtte een religie op buiten de instituten, de koninklijke pracht en praal, de ceremonie en de politieke macht om. Dit is een boek dat het management van Rigpa, Sogyal Lakar en de Tibetaans boeddhistische gemeenschap zouden moeten lezen en overdenken, omdat de inzichten die het boek bevat relevant zijn voor allen die zich zorgen maken over de authentieke overdracht van het boeddhisme naar het Westen.

Dit is ook het verhaal van Rigpa’s tragische mislukking om als religieuze instelling studenten te beschermen tegen schade. En van Sogyal’s onvermogen om zelfs de meest fundamentele ethische grenzen van de dharma te respecteren. We lezen hoe zowel Rigpa als Sogyal er niet in geslaagd zijn om adequaat in te gaan op de zorgen van deze groep nu ex-studenten, waarvan velen overlevenden zijn van Sogyal’s misbruik, lijdend aan ernstige trauma’s en op zoek zijn naar bevestiging van hun lijden. We lezen ook hoe ze deze groep, van wie velen jaren van hun leven voor Rigpa hebben gewerkt, zijn vernederd, aangevallen en buitengesloten.

Het verhaal begint kort voor de publicatie van de brief, op het moment dat Newland voor het eerst ontdekt dat Sogyal al decennia lang studenten slaat. We volgen haar persoonlijke en pijnlijke proces om zich hiertoe te verhouden. Met de gepubliceerde brief wordt het verhaal veel groter; het wordt het verhaal van velen van de “What Now” groep – ex-Rigpa studenten die een gemeenschap vormen van blogs en Facebook groepen om, onder leiding van Newland en anderen, steun te vinden en op een zinvolle manier verder te komen.

Dit verhaal is geen klaagzang, het gaat niet over boze ex-studenten, hoewel sommige studenten zeker hun periodes van woede hebben gehad, en er is genoeg om boos over te zijn. Dit is het relaas van studenten die betekenis proberen te geven aan trauma en misbruik. Studenten die proberen om een dader op zijn verantwoordelijk aan te spreken en die proberen de overtuigingen, manipulaties en misleidingen te begrijpen die hen gegijzeld hielden, waardoor dergelijke misstanden zich konden voordoen. En het is een waar gebeurd verhaal.

Zoals een van de commentatoren, geciteerd in het boek, zei:

Ik wilde alleen maar leren hoe ik een goed mens kan zijn, iemand die anderen die lijden kan helpen. [Sogyal] gebruikte dat verlangen om een fatsoenlijk mens te zijn voor zijn eigen egoïstische doeleinden.

Loc 1866

Newland brengt nergens haar verhaal terug tot zwart-wit, simplistische, eenvoudige perspectieven, maar bekijkt onbevreesd elke ervaring vanuit vele invalshoeken, altijd op zoek naar het hoe en waarom. Zij en de What Now groep omarmden de complexiteit van de literatuur over cults, de westerse psychologie, dzogchen en andere boeddhistische leringen, maar ook persoonlijke ervaringen en unieke perspectieven binnen de groep, om te begrijpen hoe het mogelijk was dat misbruik in de loop van decennia kon plaatsvinden. Het is indrukwekkend hoe Newland deze vele perspectieven in haar verhaal brengt, met behoud van tempo en focus.

Deel één van het boek, “Processing the Revelations of Abuse”, is het grootste deel van het boek, het ervaringsgerichte, krachtige deel, terwijl de laatste delen reflecties zijn op wat er geleerd is. In het eerste deel worden essentiële aspecten van de gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar behandeld. Ik was blij te zien dat Newland het onderwerp trauma volledige aandacht geeft, omdat trauma een slecht begrepen onderwerp is onder de Tibetaanse boeddhistische gemeenschappen – maar het is een belangrijk onderwerp en noodzakelijk om het lijden van overlevenden van misbruik binnen deze gemeenschappen te erkennen. Aan de hand van citaten uit westerse psychologische bronnen vergelijkt Newland de trauma’s die Rigpa-studenten ervaren met die van overlevenden van huiselijk geweld en bespreekt Newland de langetermijneffecten van complexe trauma’s. Hier is een krachtige verklaring van Newland over de situatie waarin getraumatiseerde boeddhistische studenten zich bevinden:

“Zoals gebruikelijk is bij getraumatiseerde mensen, meldden zich overlevenden van guru-misbruik waarmee ik in contact ben geweest, niet alleen van Rigpa maar ook van andere boeddhistische gemeenschappen, dat zij zich volkomen in de steek gelaten voelden en alleen waren zonder enige vorm van zorg of bescherming; iets wat hen nadien het gevoel gaf niet verbonden te zijn en dat beïnvloedde andere relaties. En het onvermogen om de traumatische situatie waarin zij zich bevonden op bevredigende wijze op te lossen, laat de persoon achter met schaamte, twijfel en schuldgevoelens. Deze gevoelens kwamen vaak naar voren in onze groepsdiscussies… Getraumatiseerde mensen verliezen hun vertrouwen in zichzelf, in andere mensen, en in dit geval, de religie die hen niet heeft beschermd. Ervaringen van vernedering, schuld en hulpeloosheid raken het gevoel van eigenwaarde. Intense en tegenstrijdige gevoelens van hulpbehoevendheid en angst brengen hun vermogen tot intimiteit in gevaar…”

Loc 2512-2518

En dit van een commentator in de What Now? Groep:

Een van de grote barrières [tot echte verandering] die ik zie is dat de meeste mensen in Rigpa zich niet in de schoenen van een traumaslachtoffer/overlevende kunnen verplaatsen en niet kunnen begrijpen hoe het werkelijk is, hoe groot de schade is en hoe die schade zich in de toekomst zal voortzetten.

Loc 2439

En hier is een ontroerende opmerking van een overlevende over de ervaring van misbruik en trauma:

Het is moeilijk om te zeggen op welk moment het overgaat van slechts onaangenaam naar traumatisch, maar cumulatief is het eerder traumatisch en ziels-verpletterend dan ego-verpletterend. Voor sommigen van ons zijn er periodes geweest waarin we herhaaldelijk werden geslagen en werden behandeld als een mishandelde en ongewenste hond.

Vernedering was ook routine, en werd vaak voor hele groepen mensen gedaan. Het kon zijn dat er over iets heel persoonlijks van een student werd gepraat, iets wat in vertrouwen is gezegd, en vervolgens werd gebruikt om diegene belachelijk te maken of te bekritiseren in het bijzijn van iedereen.

Dan weer werd je gedwongen om aan zijn voeten te zitten en mooie dingen te horen en knuffels te krijgen – ‘love bombing’ – maar dit gebeurde alleen op het podium, in het openbaar. Achter de schermen ging het over naar slaan en vernedering.

Het ergste psychologische misbruik was voor mij de ‘Rigpa Therapie’. Dit was een therapieformule die werd gebruikt bij een paar mensen die nauw samenwerkten met SR. Tijdens de sessie vertelde de Rigpa therapeut (die ook een Rigpa student was en de lama wilde plezieren) je dat je problemen alleen maar projecties waren die gebaseerd waren op problemen met je ouders en niets te maken hadden met SR die je seksueel misbruikte… Een ‘Rigpa therapeut’ vertelde me: ‘als ik de dingen die ik in deze sessies van vrouwen hoor in de echte wereld zou horen, dan zou ik ze moeten melden’. Dat is het probleem in een notendop, mensen die geloven dat de principes van de echte wereld niet langer gelden.

Loc 2069

En hier nog een citaat van iemand uit de binnenste cirkel van Rigpa:

Ik zag zelfs in de reacties van gewone studenten die niet direct door Sogyal misbruikt werden, tekenen van verdriet en trauma die ontstaan zijn door het verraad van vertrouwen door zowel Sogyal als Rigpa.

Institutioneel verraad in een religieuze gemeenschap wordt geestelijk misbruik genoemd en we werden allemaal geestelijk misbruikt, verraden door een persoon en een organisatie die we vertrouwden.

Loc 2794

In deel één zien we door het hele deel heen dat de What Now? gemeenschap zich beweegt tussen hoop op hervorming en ontmoediging door de harde realiteit van misbruikpraktijken in Rigpa en in veel andere Tibetaans boeddhistische instellingen in het Westen. We zien dat velen de hoop op hervormingen opgeven en sommigen geven het Tibetaans boeddhisme op, terwijl anderen vastbesloten blijven om verandering te bewerkstelligen. Hier is een hoopvol citaat uit een vroeg commentaar op de Wat nu? blog:

Ik ben er klaar mee om me het zwijgen op te laten leggen en mij te laten vertellen hoe ik me moet voelen en me te schamen omdat ik de waarheid vertel.

Dit is de enige manier waarop we de dharma in het Westen weer als een feniks uit de as kunnen laten herrijzen: met eerlijkheid, luisterend naar overlevenden, met verantwoording.

Als je de overlevenden moreel probeert te sturen, hen niet-authentieke normen uit oude teksten oplegt, oude citaten uit de context aanbiedt zonder enige gevoeligheid voor de gebroken levens en het misbruik, dan ben je een deel van het probleem.

Loc 1630

En hieronder een niet zo hoopvol commentaar van Newland wat later in ditzelfde deel aan de orde komt. Het is een afspiegeling van wat velen in de loop der tijd zijn gaan geloven:

Ze zeggen dat het lang duurt voordat grote schepen in beweging komen, maar ik heb geen vertrouwen in de kapiteins van de Rigpa-tanker. En ik heb niet het geduld om met mijn hoofd tegen een stenen muur te blijven slaan, met als doel een deuk te maken, terwijl ik er alleen maar hoofdpijn van krijg.

Loc 2378

Dit gevoel is een reactie op de weigering van Rigpa en Sogyal om enige echte verantwoordelijkheid te nemen voor de misstanden, zelfs nadat een onafhankelijk advocatenkantoor het bestaan en de ernst ervan heeft bevestigd. Newland gaat dieper in op de harde methoden die Rigpa gebruikt om slachtoffers van misbruik het zwijgen op te leggen in een poging om de schade te beperken. Dergelijke methodes zoals D.A.R.V.O. (Deny, Attack, Reverse Victim and Offender) – Ontkenning, Aanval, Omkeren van Slachtoffer en Overtreder, ‘gaslighting’, spirituele bypass en persoonlijke aanvallen, zijn bekend in de literatuur over cults. Deze methoden werden gebruikt door Rigpa en zo slaagden ze erin om de overlevenden te beschuldigen en verantwoordelijk te stellen – in plaats van Sogyal of de Rigpa-onderneming de ware verantwoordelijkheid te laten nemen voor het misbruik.

Newland onderzoekt ook de essentiële componenten van hoe misbruik kan plaatsvinden binnen religieuze gemeenschappen en hoe intelligente, humane, wijze individuen gemanipuleerd kunnen worden om in misbruikende religieuze gemeenschappen te blijven. Ze citeert uit psychologische bronnen en literatuur over cults en gaat in op essentiële kenmerken van cultische en mishandelende systemen. Hier is haar samenvatting over hoe overtuigingen en waarnemingen in Rigpa vervormd werden om ze te controleren:

We wilden zo snel mogelijk de verlichting bereiken en trainden onszelf om onze goeroes te gehoorzamen zonder te klagen, omdat we dachten dat dat het was wat ons daar zou brengen. Door deze naïeve houding ten opzichte van spiritualiteit en de overtuigingen die misbruik mogelijk maakten, accepteerden we het gedrag van Sogyal en werd een misbruiksituatie genormaliseerd. We zagen het als normaal, niet als een probleem. Het was hoe de dingen waren. Als je de leringen van Sogyal, die enige spirituele kracht leken te hebben, wilde hebben, dan accepteerde je het als onderdeel van het pakket. Het was de prijs die we moesten betalen om te krijgen wat we wilden. Je accepteerde het of je vertrok.

Loc 1814-1820

Ik vond het hoofdstuk over cognitieve dissonantie bijzonder inzichtelijk en krachtig. Het laat zien hoe de leden van de gemeenschap zich uiteenzetten met hun eigen rol in het toelaten van het misbruik. Newland behandelt dit met onbevreesde eerlijkheid en stelt dat:

Wat gebeurde er met mijn kritische denken? Mijn onderscheidingsvermogen? Het was gênant om te beseffen hoe ik bedrogen was.

Ik had mijn gezonde onderscheidingsvermogen geofferd op het altaar van de toewijding om de lama te behagen, als een goed studentje, zodat hij me de kostbare nectar van de Dzogchen-leringen zou geven, als een klein meisje dat haar vader behaagt en beloont wordt met een ijsje. Ik deed niet alleen dat, maar ik hielp ook anderen door ze dit te laten zien.

Vergeef me mijn medeplichtigheid.

Loc 1677

En later in hetzelfde hoofdstuk, zegt ze:

Het is mogelijk om cognitieve dissonantie te beheersen en zowel het goede als het slechte in Sogyal en Rigpa te zien, ook al is het ene veel groter dan het andere. Hoewel niet zo gemakkelijk, is het realistischer en gezonder dan het gevoel dat men moet kiezen tussen ‘alles is goed’ of ‘alles is slecht’.

Loc 1741

Dat vermogen om de situatie niet te zien als eendimensionaal, zwart-wit, het een of het ander, maar in plaats daarvan de volledige complexiteit van een onderling afhankelijke realiteit te zien, is een opvallend gezichtspunt in het boek. Aan de ene kant wijkt Newland nergens af van haar heldere standpunt dat misbruik misbruik is en nooit getolereerd mag worden, aan de andere kant probeert ze de complexe wereld die tegelijkertijd misbruik en spirituele vooruitgang mogelijk maakt te begrijpen.

Toch is ze altijd duidelijk over waar ze de grens trekt:

Het ontkennen van schade is echter een onverstandige basis om devotie in stand te houden. Zoals de Boeddha zei: “Net zoals het schone kusha-gras dat een rotte vis omhult zal beginnen te rotten, zo ook degenen die toegewijd zijn aan een kwaadaardig persoon.”

Loc 1741-1742

In het hele boek kijken zij en anderen in de groep diep en eerlijk naar hoe het boeddhistische geloof, gecombineerd met westerse culturele oriëntaties, in Rigpa is vervormd zodat een omgeving gecreëerd werd die misbruik en machtsongelijkheid mogelijk maakt. In deel twee van het boek, Een Onderzoek naar Geloven die Misbruik Mogelijk maken, kijkt Newland verder dan de oppervlakkige aspecten van mishandeling, met als redenering dat er nooit een einde kan worden gemaakt aan misbruik totdat het geloofssysteem dat misbruik mogelijk maakt wordt ontworteld. Ze behandelt dit onderwerp specifiek in een inzichtelijk hoofdstuk in deel twee, waarin ze onderwerpen als “gekke wijsheid” (crazy wisdom) en samaya bespreekt. Ik hoop dat door dit soort boeken deze zeer belangrijke discussie gestimuleerd wordt.

In het derde deel, Lessen voor de toekomst, spreekt ze meer uitsluitend met haar eigen stem, waarbij ze gebruik maakt van citaten van westerse boeddhistische leiders zoals Rob Preece en Alexander Berzin, evenals de Dalai Lama. Dit doet zij om een breder en veiliger blik op boeddhistische kwesties in westerse boeddhistische centra te creëren, zoals het kiezen van een spirituele leraar en hoe je je op een gezonde manier kunt verhouden tot die leraar. Ook keert ze terug naar de literatuur over cults, waarin ze de waarschuwingssignalen van een vernietigende cult opsomt. Het boek eindigt met een discussie over de mogelijkheden tot hervorming van de West-Tibetaanse boeddhistische cultuur.

Het is onmogelijk om dit verreikende boek adequaat samen te vatten, maar ik hoop dat dit overzicht mensen een voorproefje geeft zodat ze het zelf willen lezen. Hoewel er, in het licht van deze problemen, vele momenten van ontmoediging zijn met betrekking tot de toekomst van het Tibetaans boeddhisme in het Westen, denk ik dat het boek positief eindigt, met een mogelijkheid van een misbruikvrije toekomst voor het Tibetaans boeddhisme in het Westen. Ik ben Tahlia Newland dankbaar voor haar harde werk en haar visie waarmee ze ons dit inzichtelijke boek gebracht heeft.

Categorieën: Boekbespreking, Geluk, Gezondheid, Media, Mensenrechten, Misbruik, Tibetaans boeddhisme
Tags: , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Boeken – “Fallout: Recovering from Abuse in Tibetan Buddhism”

  1. bolletje schreef:

    Niet echt de beste reclame denkbaar, voor het boeddhisme. Boeddhisme, dat zijn van die verlichte monniken, die…
    Soms ook aan verkrachting doen en mensen slaan, schoppen etc. Heel erg onthecht, heel vredig en sereen eigenlijk.
    Wat een joke.

    Sektes heb je overal. Dus, eigenlijk kan ‘het boeddhisme’ er niet eens zoveel aan doen. Je hebt politieke sektes, religieuze sektes, artistieke sektes, humanistische sektes. Ik hoorde laats iemand spreken,over hoe sommige kunstacademies zwaar sektarisch zijn. Zelfs de politieke beweging, die zegt tegen centralisatie van macht te zijn, vertoond sektarisme. Dit soort zaken, daar ben ik huiverig voor. Zo’n leraar komt dan uit Tibet en dan is het zogenaamd helemaal een held en een ‘wijs man’. Sommige mensen, zijn heel gevoelig daarvoor. Als iemand uit het boeddhisme één keer tegen mij scheld, of mij aanraakt, dan zie je mij nooit meer terug. Maar tot nu toe heb ik gelukkig, nog nooit iets naars meegemaakt. Ik vind de geschriften van onze leraar vrij gematigd en genuanceerd overkomen. En de mensen zijn gewoon vriendelijk, niet drammerig.

  2. Gerry Verbeek schreef:

    Psychopathologie. spiritueel narcisme. Een zeer kwalijke en behoorlijk onderschatte persoonlijkheidsstoornis.Goed dat dit machtsmisbruik aan de orde wordt gesteld. Een moedig en zeer dapper testament van Tahlia Newland.

Menu