Koan 22 – Hoe Mahakashyapa de vlag streek voor Ananda
Ananda zei: ‘Boeddha liet u een goudbrokaten gewaad na, maar verder?’
Mahakashyapa antwoordde: ‘Ananda?’
‘Ja?’
‘Vervang mijn vlag bij de tempelpoort maar door de jouwe.’

22.1
Ananda: Boeddha liet u een goudbrokaten gewaad na, maar verder?
Mahakashyapa: Boeddha liet u een naam na, maar verder?
Ananda: Noem me dan maar Jan.
Mahakashyapa: Jan en alleman.
Jan: Hoe komt u eigenlijk aan uw naam?
Mahakashyapa: Noem me dan maar Jaap.
Jan: Jaap Aap.
Jaap: Een aptoniem.
Jan: Van wie kreeg Boeddha eigenlijk zijn naam?
Jaap: Ik noem hem altijd Bob.
Jan: Wie is de Bob?
Jaap: We zijn allemaal de Bob.
Jan: En dat goudbrokaten gewaad?
Jaap: Heb je het weleens van dichtbij bekeken?
Jan: Nee?
Jaap: Allemaal mottengaten.
Jan: Sunyata.
Jaap: Vorm is leegte, leegte is vorm.
Jan: We mogen nou eenmaal geen motten doden.
Jaap: Misschien geeft de lompenboer er nog wat voor.
Jan: Maken ze papier van.
Jaap: Schrijven ze soetra’s op.
Jan: Leven papiervisjes van.
Jaap: We mogen nou eenmaal geen papiervisjes doden.
Jan: Jammer voor de exegeten.
Jaap: Wie wil er nou woorden eten.
Jan: Zal ik de vlaggenmast bij de tempelpoort ook maar weghalen?
Jaap: Haal de poort ook maar weg.
Jan: En de tempel?
Jaap: Welja.
22.2
Monnik: Wat heeft het boeddhisme u gebracht?
Meester: Een goudbrokaten rakusu.
Monnik: Een slabbetje.
De meester haalde zijn schouders op.
Monnik: En verder?
De meester sloeg zijn ogen neer.
Monnik: Wat een giller.
Meester: Je mag mijn rakusu wel hebben.
Monnik: Ik loop nog liever in mijn blote bast.
Meester: Wat heeft het boeddhisme jou gebracht?
Monnik: Een meester die me zijn slabbetje probeert te slijten.
Meester: En verder?
Monnik: Hij maakt geen schijn van kans.
Meester: Dan was het niet voor niets.
22.3
Monnik: Wat heeft het boeddhisme u gebracht?
Meester: Een goudbrokaten rakusu.
Monnik: Wat een giller.
Meester: Wil jij hem?
Monnik: Mij niet gezien.
Meester: Dan was het niet voor niks.
Monnik: Allemaal poppenkast.
Meester: Dan kan je die rakusu net zo goed aannemen.
Monnik: Hoezo?
Meester: Is weigeren soms geen poppenkast?
Monnik: Ik trap er niet in.
Meester: Dan was het toch voor niks.
22.4
Monnik: Ziet u zichzelf als een boeddha?
Meester: Beslist niet.
Monnik: Waarom niet?
Meester: Omdat ik dan geen boeddha meer zou zijn.
Monnik: U ziet zichzelf als een non-boeddha.
Meester: Ook niet.
Monnik: Hoe ziet u zichzelf dan wel?
Meester: Ik zie mezelf niet.
Meester: U ziet alleen het Zelf.
Monnik: Ook niet.
Meester: Waarom niet?
Meester: Anders zou ik geen boeddha zijn.
Monnik: Ja, ziet u zichzelf nou als een boeddha of niet?
Meester: Daar komt het wel op neer.
22.5
Monnik: Wie is Sinterklaas?
Meester: Een goeroe voor kinderen.
Monnik: Wie is Boeddha?
Meester: Een goeroe voor volwassenen.
Monnik: Waarvoor staat de eerste?
Meester: Waardering voor de vorm.
Monnik: Waarvoor staat de tweede?
Meester: Waardering voor de leegte.
Monnik: Waarvoor staat u zelf?
Meester: Ik sta gewoon voor niets.
Monnik: Bedoelt u soms het niets?
Meester: Het niets, dat zegt me niets.
Monnik: Dan ben ik hier voor niets.
Meester: Dat staat nog te bezien.
22.6
Monnik: De Boeddha is maar een boeddhabeeld.
Meester: Of is dat ook maar een boeddhabeeld?
Monnik: De wereld is maar een wereldbeeld.
Meester: Of is dat ook maar een wereldbeeld?
Monnik: De mens is maar een mensbeeld.
Meester: Of is dat ook maar een mensbeeld?
Monnik: Het lichaam is maar een lichaamsbeeld.
Meester: Of is dat ook maar een lichaamsbeeld?
Monnik: De hersens zijn maar een hersenbeeld.
Meester: Of is dat ook maar een hersenbeeld?
Monnik: De ziel is maar een zielenbeeld.
Meester: Of is dat ook maar een zielenbeeld?
Monnik: Ikzelf ben maar een zelfbeeld.
Meester: Of is dat ook maar een zelfbeeld?
Monnik: Want alles is maar een denkbeeld.
Meester: Of is dat ook maar een denkbeeld?
Monnik: Of is dat ook maar een denkbeeld?
Meester: Boeddha mag het weten.
22.7
Monnik: Een boeddhabeeld is ook Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een boeddhabeeld?
Monnik: Een wereldbeeld is ook Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een wereldbeeld?
Monnik: Een mensbeeld is ook Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een mensbeeld?
Monnik: Een lichaamsbeeld is ook Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een lichaamsbeeld?
Monnik: Een hersenbeeld is ook Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een hersenbeeld?
Monnik: Een zielenbeeld is ook Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een zielenbeeld?
Monnik: Een zelfbeeld is ook Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een zelfbeeld?
Monnik: Een denkbeeld is ook Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een denkbeeld?
Monnik: Want alles is Boeddha.
Meester: Of is dat ook maar een boeddhabeeld?

