Mensen zijn geen supermensen. Vergeleken met homo superior stellen we weinig voor en kunnen we onszelf alleen maar aanduiden als homo inferior of homo demens.
Ieder van ons is op zijn eigen manier dement in de letterlijke zin van het woord. De dementie van alledag is geen klinische aandoening van mensen op leeftijd, het is een universele eigenschap van het fysieke brein, ga maar na.
Als baby wist je niets, verstond je niets, begreep je niets en kon je niets. De enige reden dat je bijna niets vergat was dat je nog bijna niets geleerd had. Als volwassene, hoe intelligent, welopgevoed en hoogopgeleid ook, weet en kun je nog steeds bijna niets.
Zo versta je de meeste talen niet en ken je de meeste woorden van je moedertaal niet eens. Je hebt de meeste boeken niet gelezen, de meeste opleidingen niet gedaan, de meeste vakken niet geleerd, de meeste vaardigheden niet opgedaan. Bijna overal op aarde weet je je weg niet te vinden en jezelf niet te redden, je zou er geen jaar, geen maand, soms geen dag overleven.
Tegenover de paar duizend mensen in je leven die je meent te kennen of gekend te hebben, staan de honderden miljarden mensen die zich permanent buiten je waarnemings- en tijdshorizon bevinden. Ook de mensen waarmee je intiem bent – jijzelf, je voor- en nageslacht, je liefjes, je maatjes – blijven je verrassen. Ze laten zich niet kennen, zelfs niet in het zeldzame geval dat ze zich oprecht willen laten kennen en jij ze oprecht wilt leren kennen.
Van levende wezens begrijp je zo goed als niets, of je nu chemie, fysiologie, plantkunde, biologie, entomologie, zoölogie, psychologie, antropologie, sociologie, demografie, geschiedenis, politicologie, filosofie, alles tegelijk of juist helemaal niets hebt gestudeerd.
Van de meeste dingen weet je niet waar ze voor dienen, waar ze vandaan komen, waar ze van gemaakt zijn, hoe ze gemaakt zijn, hoe ze in elkaar zitten, hoe je ze zelf moet maken, hoe je moet repareren of wie je dat kan vertellen.
Zelfs al ben je een van die zeldzame mensen die echt goed kan multitasken, dan nog houdt het bij drie of vier simultane handelingen wel zo’n beetje op. Tien dingen tegelijk doen, honderd of duizend dingen tegelijk, is voor geen enkel mens weggelegd.

