Even voorstellen: Homo superior, supermens. Volmaakt functionerend dankzij een volmaakt verstand in een perfect lichaam.
Supermens is iemand wiens zintuigen niets missen. Iemand die alles kan, alles weet en niets vergeet. Die alles tegelijk en door elkaar doet zonder de draad kwijt te raken. Die alle dagelijkse handelingen perfect uitvoert.
Supermens is iemand die alles en iedereen perfect inschat. Iemand die net zo goed functioneert in zijn eentje als in duo’s, trio’s, groepen en menigten. Die altijd kalm en beheerst blijft, wat er ook gebeurt.
Supermens is iemand die zich nooit vergist in wie, wat en waar hij is. Iemand die alle talen beheerst en nooit een taalfout maakt. Die overzicht heeft en houdt over iedere quark in en rond zijn lichaam, over alle emergente processen, gebeurtenissen en verschijnselen daarin, en daarom nooit iets kwijtraakt.
Supermens is niet dement maar – het klinkt een beetje raar want we zijn het niet gewend – ment. Hij heeft geen dementie maar mentie.
In een mente wereld zou de mens – die zichzelf onbescheiden Homo sapiens sapiens noemt, de wijste der wijze mensachtigen – hopeloos dement overkomen. Hij zou gedoemd zijn tot uitsterven of tot een mensentuinbestaan met internationaal fokprogramma om inteelt te voorkomen. Of tot een bestaan als huisdier van een supermens, apport Edison, in je mand Einstein.
Even voorstellen, zei ik, appellerend aan je verbeelding, want supermensen bestaan niet. Behalve in sprookjes, waarin ze dienstdoen als wensvervullende geesten, en in religies, waarin ze dienstdoen als wensvervullende goden of onnavolgbare rolmodellen. Geen enkel mensenverstand of -lijf functioneert feilloos – niet dat ik weet.
Bovendien is het maar de vraag of een feilloos, consistent en coherent systeem, analoog, digitaal, parallel, kwantummechanisch of onstoffelijk, wel creatief en flexibel kan zijn. Of een geest die niets vergeet, niet te veel weet om nog te kunnen functioneren (zoals het geval was bij Solomon Shereshevsky). Of de zwakten van het mensenverstand niet tevens zijn kracht zijn. Of een volmaakt verstand zonder zwakke kanten überhaupt wel kan bestaan.

