Veel richtingsgevoel heb ik niet. Is er geen zon of wind om me op te oriënteren, draait mijn innerlijke kompas alle kanten op. Ik heb geleerd er niet op te vertrouwen en de weg te vragen. Wandelen doe ik het liefst langs de kust of over het strand op kleine eilanden omdat je daar de weg niet zo snel kwijtraakt. Kaartlezen is iets wat je mij niet moet vragen, omdat ik geneigd ben noord en zuid door elkaar te halen, waarbij oost en west meestal hun oriëntatie behouden, maar ook niet altijd.
Ook in gesprekken raak ik makkelijk de draad kwijt, vooral tussen meer dan twee mensen. Het best functioneer ik in een-op-een contacten in een rustige, vertrouwde omgeving. Is het druk en lawaaiig dan kan ik de sprekers en de gesprekslijnen niet uit elkaar houden en hoor ik alles tegelijk en door elkaar. Alleen al daarom zal ik nooit een groepsmens worden.
Het liefst lees ik chronologisch geschreven ik-boeken. Romans met meerdere protagonisten of veel figuranten erin, zoals ‘Oorlog en vrede’ van Tolstoj, zijn voor mij onleesbaar. Films met teveel mensen, verhaallijnen en flashbacks erin kan ik domweg niet volgen.
Vreemd genoeg voel ik me wel weer thuis in de ongrijpbare ik-boeken van Franz Kafka, in de plotloze romans van Samuel Beckett, in experimentele literatuur en films met meerdere of vele standpunten door elkaar, zoals ‘Rashomon’ van Ryunosuke Akutagawa, ‘Afdalingen in de ingewanden’ van Jacques Hamelink of ‘Brieven aan Doornroosje’ van Toon Tellegen. Daarin werkt het sowieso niet om het verhaal precies te volgen, je moet het over je heen laten komen, je eraan overgeven.
Zo is het ook met niet-weten. Als je echt niet meer weet hoe het allemaal zit en hoort, kun je haast niet anders dan het leven nemen zoals het komt – van alle kanten. Dan leef je als een stylist zonder stiel, dan vaar je als een zeilboot zonder kiel met alle winden mee. Makkelijk zat, tenzij je per se zelf de mode en de koers wilt bepalen.
Niet-weten is iets anders dan de dementie van alledag, maar zonder bewustzijn van je haperende brein kun je het niet-weten wel vergeten. Wat mij betreft: ik vond en vind het schokkend hoeveel fouten ik de hele dag maak. Hoe beperkt mijn mogelijkheden zijn. Hoe vaak ik mezelf moet corrigeren. Hoe onlogisch mijn redeneringen zijn. Hoe onbetrouwbaar mijn geheugen is. Hoe verstrooid ik ben, hoe ongecoördineerd, hoe gedesoriënteerd, hoe gepreoccupeerd, hoe afwezig.
Dement ben ik geboren, dement ben ik gebleven, dement zal ik sterven. Wel of niet aan terminale dementie.

