Vanuit mijn appartement heb ik een fraai uitzicht op grasvelden en veel groene bomen.
Aan een van de bomen ben ik wel gehecht: een reus vlak voor mijn woning in een grasveld. Enkele jaren geleden was de boom op sterven na dood. Kale dikke takken waren te zien inplaats van een groene, rijke kroon. De particuliere eigenaar van de grond en de boom deed, ondanks dringende meldingen van omwonenden, niks om de oude boom te redden. Tot de grond in handen kwam van de gemeente Rotterdam. Groenarbeiders zaagden dikke meterslange kale takken af waarna de boom tot leven kwam.
Ik schat dat de kruin elk jaar wel twee meter hoger wordt, zo levendig is de boom. Maar elk voordeel heeft ook zijn nadeel. Door de groei raak ik het zicht op mijn omgeving voor een flink deel kwijt. De buitenwereld, mensen en dieren, bestaan niet meer als ik naar buiten kijk. Ik mis ze.
Had de boom dan maar niet gered moeten worden? Om mijn hebzucht en kijk te bevredigen?
Dat weer niet, een boom is ook een levend wezen, net als ik. We gaan geen competitie aan. Elk leven is waardevol, ook dat van de groene reus.
Maar het wordt wel eenzaam, al ben ik niet alleen. Kunnen bomen zich ook alleen voelen?


Geef een reactie