‘Het klinkt in deze tijden bijna naïef als ik u hoor praten over vrede en liefde.’ Dit was de reactie van de verslaggever op de radio in een gesprek over de ontmoeting die de paus ging hebben met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken.
Vrede en liefde, naïef? Ik voelde me als door een wesp gestoken toen ik het ’s ochtends hoorde op de radio. Ik weet het. Het is bon ton geworden om laatdunkend te doen over menselijkheid en goedheid. Woorden als deugdpronk, gutmensch, woke .. worden gehanteerd om iemand die opkomt voor menselijkheid, meteen de mond te snoeren. ‘Durf jij daar nog over te spreken?’ vroeg iemand mij naar aanleiding van mijn nieuwste boek.
Nog erger was enkele dagen eerder, toen ik de Belgische Minister van Asiel en Migratie hoorde zeggen:
‘Voor mij is het moreel kompas niet het belangrijke maar vooral wat de realiteit is in de samenleving. En dat is dat de druk van migratie veel te groot is. En welke de juridisch mogelijkheden zijn om dat op te lossen. Dus dat is voor mij de richting en mijn leidraad en geen moreel kompas. We moeten toch de realiteit onder ogen durven zien.’
Ze publiceerde het fragment achteraf zelf online.
Natuurlijk is de migratie op dit ogenblik in de wereld een moeilijk probleem, waarvoor geen simpele oplossingen bestaan. Ik heb het hier niet over de politieke discussie. Waar ik het over heb is dat ‘het moreel kompas’ en ‘de realiteit’ in een of/of-relatie tegenover elkaar gesteld worden.
Om te beginnen: ‘de realiteit’. Wat is de realiteit? Als je het vraagt aan iemand die te voet van Syrië tot hier gekomen is, ga je een ander antwoord krijgen dan als je het aan de minister vraagt. Of heeft de minister een monopolie op de realiteit?
Natuurlijk moeten we de realiteit onder ogen durven zien. Maar ‘de realiteit’ bestaat niet. Realiteit is altijd afhankelijk van het perspectief van waaruit we kijken. De denkfout is te denken dat we de realiteit zien zoals ze is. We kunnen de realiteit alleen maar zien zoals we ze zien. Niemand heeft een monopolie op de realiteit.
Dat maakt het probleem natuurlijk niet gemakkelijker. Voor ieder probleem bestaat er een simpele oplossing, die niet werkt. Dat ken ik uit mijn werk als psychiater. Maar de realiteit proberen te reduceren tot ‘de realiteit’ is eigenlijk de realiteit niet onder ogen willen zien.
En dan de simplistische slogan dat ‘de realiteit’ ons moreel kompas buitenspel kan zetten. Beseffen we hoe gevaarlijk die redenering is? Hoeveel delicten worden er op die manier goedgepraat? ‘Ik reed door het rood licht. Maar de realiteit is dat ik op tijd op mijn werk moest zijn.’ Leg het maar uit.
Als je de memoires van de kampcommandant van Auschwitz leest dan vind je daar dezelfde redenering terug. Niet dat ik het migratiebeleid met Auschwitz wil vergelijken. Ik wil alleen maar aantonen waar deze redenering toe kan leiden, en al toe geleid heeft. Ons moreel kompas, ons geweten, is onze fundamentele menselijkheid. Als we dat uitschakelen, ontmenselijken we in de eerste plaats onszelf.
Ik wil geen minister die meent dat ze haar moreel kompas kan uitschakelen als ze met een moeilijk probleem geconfronteerd wordt. Ministers zijn niet de enige die soms moeilijke beslissingen moeten nemen. Ik wil een minister die een gewetensprobleem heeft als ze met de migratieproblematiek geconfronteerd wordt. Ik wil een minister die daar ’s nachts wakker van ligt, zoals zoveel andere mensen. Ik wil geen minister die haar geweten probeert te sussen met een drogreden, en dat dan ook nog eens hardop zegt.
Wat christendom en boeddhisme zeker met elkaar gemeen hebben is die oproep tot fundamentele menselijkheid, tot liefde en mededogen. Ik ben blij dat de paus zich helder uitdrukt. Maar ik ga ervan uit dat die fundamentele menselijkheid haar vormen en woorden vindt in veel levensbeschouwingen, theïstische en niet-theïstische, in verschillende culturen.
Wat mij persoonlijk in het boeddhisme aanspreekt, en dat is een persoonlijke keuze, is het samengaan van inzicht en mededogen. Zonder wijsheid riskeert het moreel kompas een rigide instrument te worden. Inzicht impliceert de bereidheid om te kijken, om de complexiteit onder ogen te zien en eerst te proberen te begrijpen voor we oordelen.
Wat mij ook aanspreekt is het idee van de bodhisattva’s die ons een ideaalbeeld aanreiken, en daarmee ons moreel kompas zichtbaar maken. Maar met het besef dat we aan dat ideaal nooit zullen kunnen voldoen. Het kompas wijst ons richtingen aan, niet meteen bereikbare doelen.
Maar nogmaals, dat is mijn persoonlijke voorkeur. Onze fundamentele menselijkheid is van alle mensen. Ook daar heeft niemand een monopolie op, de paus niet en het boeddhisme niet en de atheïsten niet. Het is onze gedeelde menselijkheid. Laat ons dat zichtbaar houden.


Geef een reactie