In mei 2012 zorgde het bezoek van de Dalai Lama aan het Tibetaans instituut Yeunten Ling in het Belgische Huy bij veel aanwezigen voor grote blijdschap.
Emmaho
‘Lama Karta, hij had zo zijn eigen stijl. Steeds attent, vol wijsheid, maar toch met die twinkelende humor’
Overal waar Lama Karta kwam ontwapende zijn lach iedereen. Lama geloofde in de kracht van liefde en mededogen en de sterkte van een oprechte vriendelijkheid.
Emmaho – Undercover boeddhist
Daar zat hij dan, een boeddhist vol goede bedoelingen.
‘Het is wel even wennen, Boeddha woont in de Ardennen’
Boeddha woont in de Ardennen, in het kasteel van het Tibetaans instituut Yeunten Ling in Huy. Kijk mee door de ogen van Emmaho.
Openbloeien, lente in de winter!
Overal heb ik hem bij mij. Een monnikstas met daarin genomen geloften, regels, dag/na/dag geloften, kleurige zen Peacemakers rakusu, en het onzichtbare rugzakje openheid naar mijn medemens en engagementen.
Emmaho – De straat op, de stad als living en slaapkamer
De straatretraite: met enkel je identiteitskaart, een slaapzak en de kleren die je aanhebt “sans domicil” zijn. Je laat je uurwerk, geld, bankkaart, gsm…bezit, achter en wordt een kleine week dakloos in Brussel.
Ik ben het ontroerend met je eens!
Mensen zien open bloeien gewoon omdat je luistert, anderen zien rustig worden omdat je zelf je adem volgt, met je lichaam als berg en je geest als een oneindig grote open hemel.
Regen, sneeuwvlokjes, de wolk en de geest
Bon, Frank Zappa zei al eens tussen snor en sik door “the mind is like a parachute, it doesn’t work if it’s not open”.
Mateloos machteloos
Je keert in jezelf. Omarmt de essentie, die genster, een sprank van tederheid, onder je waterval van tranen in de wind van je verdriet.
De psychologie van het ‘niet-zelf’
De Boeddha wijdde zijn tweede rede aan een van de moeilijkere begrippen uit zijn doctrine, het ‘niet-zelf’. Hij concludeerde dat het bestaan van een ‘zelf’ een illusie of waanbeeld was, vandaar het begrip ‘niet-zelf’.
Samye Dzong, oase in de grote stad woestijn Londen
De dakloze kijkt verwonderd op als ik hem aanspreek en een portie warme authentieke aandacht aan hem schenk (en wat ponden in zijn bakje). Een mooi mens, maar blijkbaar onzichtbaar voor de rest van de bevolking. Hij is vrijwel de enige persoon die mij aankijkt.
Sta ik daar wat stof te vergaren…
‘Stof verzamelen’, dat heeft in onze maatschappij een negatieve bijklank, hè? Iets wat statisch blijft, ongebruikt staat wat stof te vergaren …
Maar hier gaat het over helemaal iets anders. Ik moest stof vergaren: Een stukje stof vragen aan mensen die veel voor me betekenen, of ze nu nog leven of al gestorven zijn.










