‘Een vriend met wie ik heb gesproken en die al vele malen in Palestina was geweest, zei iets heel nuttigs voordat ik vertrok. Terwijl je daar bent, zet je je er dan gewoon doorheen omdat je geen keuze hebt, maar als je terugkomt dringt het pas echt tot je door. Dat was bij mij zeker het geval. Er was een lange periode, vooral de eerste maand, waarin ik me veel gevoeliger, kwetsbaarder en hypergevoelig voelde. Emotioneel gezien werd ik bijna als een kind, met veel gevoelens van “hoe zit het met mij?”. Ik werd veel meer geraakt door dingen waar ik normaal gesproken niet door geraakt zou worden.’
Interviews
Boeddha? Wie is dat? Het onderzoek (6)
Nick van Houdt: “Als kind dacht ik dat Boeddha een soort God was.”
Jelle Seidel: ‘We zijn geen tegellichters maar richten ons op de analyse’
De stichting Vrienden van het Boeddhisme (VvB) heeft al ruim veertig jaar ervaring met het uitgeven van tijdschriften. En is sinds een jaar in de lucht met een internetmagazine. De Vrienden zijn ook te vinden op Facebook. Hoofdredacteur Jelle Seidel vertelt waarom.
Het jaar 2025 – dag 133 – vroegerboekje
Het leven in trefwoorden.
Somewhere over the rainbow, skies are blue.
Take care out-there.
Varamitra: ‘Ik zou een boeddhistische gevangenis wel spannend vinden’
‘Ineens gingen de gedetineerden elkaar een koekje presenteren en drong het besef op dat er ook anderen zijn. Veranderde hun omgevingsbewustzijn.’
‘We zijn hier gekomen om onszelf te ontmoeten’
‘Ik heb veel geleerd van het loslaten van iets dat moet of voorgeschreven is, bijvoorbeeld nauwgezet alle stadia volgen zoals bij de loopmeditatie onderwezen. Het loslaten van het benoemen, ook bij het met aandacht beleven van de ademhaling. Benoemen is soms behulpzaam en niet meer dan dat. Er is een andere diepere aanraking van de werkelijkheid die boven het benoemen uitstijgt.’
Rients Ritskes: ‘Het meest ben ik thuis bij zen’
‘De kwaliteit van de leraren die nu bij mij starten is tig keer zo hoog als tien jaar geleden. De kwaliteit van mijn organisatie trekt kwaliteit aan. Dat is niet vanzelfsprekend omdat het boeddhisme, in de ontwikkelingsfase waarin het zich bevindt , niet alleen verlichte mensen aantrekt.’
Zen en wijn – Martin Kieninger: ‘Ik vier het leven’
Het transformeren van mijn donkere gevoelens was een behoorlijke kluif. Uit ervaring weet ik dat zelftransformatie vraagt om een flinke toewijding aan meditatie en het werken aan je innerlijk.
Hans de Booij: ‘Boeddhisten volgen geen opleiding in het moorden’
‘Ik ga niet meer mee in emoties en maak geen keuzes. Ik zeg gewoon: dit voelt niet goed aan en ik wil niet weten waarom.’
‘Dat felle, echt geëngageerd zijn, is wel een beetje geschiedenis voor mij’
Joop Romeijn: ‘Met een aantal dingen in de theravada, zoals wedergeboorte, heb ik moeite. Moet ik daar nou in geloven? Nog niet zo heel lang geleden, na lange gesprekken met boeddhistische vrienden, en het lezen van boeken en deelnemen aan retraites van Steven Batchelor, zei ik: nou laten we het maar helder hebben, daar geloof ik gewoon niet in. Ik ervaar daar niets van, ook niet om mij heen. En zonder dat te accepteren moet het mogelijk zijn dat ik gewoon een theravada boeddhist ben. Op zich is dat wel lastig, want het zit natuurlijk helemaal vervlochten in die traditie.’
Jan Paul Kool – ‘Ik was altijd een pionier’
‘Het zou natuurlijk wel mooi zijn als je in dat doodsproces zit, dat je in het heldere licht weer een sprong verder kunt maken. Dat zou leuk zijn, want eigenlijk zie ik het op deze planeet niet meer zo zitten. Het is een grote puinhoop hier. Ik denk dat het veel handiger is om verlicht te worden. Of desnoods in zo’n puur land geboren te worden. Vanuit daar alle levende wezens helpen zal vast een stuk makkelijker zijn, ik weet dat ik hier het bodhisattva ideaal verloochen, maar het zal toch wel niet lukken, ik zal in een volgend leven waarschijnlijk weer gewoon aan de bak moeten.’
Hein Thijssen – ‘God was gewoon een implantaat’
‘Wanneer precies weet ik niet meer, maar op een bepaald punt in mijn leven brak mijn kritische geest open. Ik kan me ook niet meer herinneren hoe en op grond waarvan, maar er brak een periode aan waarbij ik me serieus begon af te vragen: hoe kom ik aan het begrip god’? God zat in mijn hoofd als een vage, vormloze massa. Ik moest toen heel nuchter vaststellen dat het begrip ´god´ geen weten was, geen ervaring, maar mij door mensen in mijn omgeving was aangepraat, in mijn geest was geplant. God was gewoon een implantaat.´












