Heel wat mensen geloven dat we een vrije wil hebben. We willen van alles en nog wat, inderdaad, maar kunnen we willen wat we maar willen? Want dat is de hamvraag: niet of je wat wilt, maar of je zelf bepaalt wat het is dat je wilt.
In een a la carte restaurant mag ik kiezen welke gerecht ik wil eten. Kan ik er ook voor kiezen wel of geen trek te hebben? Kan ik zelf bepalen waar ik trek in heb? Kan ik iets willen eten wat ik niet lust? Kan ik iets niet meer lusten omdat ik dat wil? Kan ik mijn smaak op ieder moment naar mijn hand zetten of blijft mijn keuzevrijheid beperkt tot mijn favoriete gerechten?
Vaak genoeg heb ik geprobeerd iets vies te vinden wat ik lekker vind, of iets te lusten wat ik niet lust, en verdomd, het ging niet. Zelfs bestellen wat ik vies vind is me nooit gelukt, behalve per ongeluk. Mocht het jou wel lukken dan is je drang om te bewijzen dat je iets tegen je wil in kunt doen sterker dan de mijne. Wat niet betekent dat jij de baas bent, tenzij je op dat moment ook in staat was geweest om iets te bestellen waar je zin in had of zin te krijgen in iets wat je niet lust.

Ik mag zelf uitmaken of ik wel of niet snoep, drink, rook; kan ik ook zelf uitmaken of ik wel of niet wil snoepen, drinken, roken? Toen ik me daar nog naar hartenlust aan bezondigde wou ik best willen stoppen, maar willen deed ik het niet. Nu ik, vele jaren later, met alle drie gestopt ben – nou ja, ik snoep nog weleens wat – wil ik soms wel weer willen beginnen, maar ik kan mezelf niet meer overhalen.
Op straat kan ik kijken naar wie ik wil. Kan ik ook kijken naar iemand die ik niet wil zien? Ik heb het geprobeerd, en het ging, eventjes, omdat ik op dat moment wilde uitzoeken of ik het kon. Er ging een wereld voor me open, maar lang hield ik het niet vol.
Kan ik voorgoed niet meer willen kijken naar wie ik wil? Kan ik voorgoed willen kijken naar wat ik niet wil zien? Tot nog toe niet. Terwijl ik toch dolgraag de rest van mijn leven al mijn aandacht aan mijn directe omgeving zou willen schenken, aan de gevels, de planten, de bomen, de insecten, de grond, de lucht, of tenminste aan het schoeisel, de kleding, de haardracht, het taalgebruik van mijn medemens, in plaats van altijd eenzijdig uit te kijken naar de voor mij aantrekkelijkste lichamen. Er is zoveel te zien, waarom negeer ik dat allemaal? Wie is hier de baas?
Ik kan zelf bepalen met wie ik vrij; kan ik ook zelf bepalen met wie ik wil vrijen? Kan ik willen vrijen met iemand met wie ik dat niet wil, kan ik het niet willen met iemand met wie ik het wil? Helaas, ik heb er niets over te zeggen.
Toen ik jong was wilde ik heel graag niet meer willen vrijen, of minder, maar er was geen houden aan. Nu ik oud ben wil ik best weer willen vrijen, maar ik heb er niet zo’n zin meer in, al fantaseer ik er nog wel over, of ik wil of niet. Wie is hier de baas?
Ik heb in mijn leven een paar keer gevreeën met vrouwen die verliefd op me waren maar ik niet op hen. Ik wilde dat oprecht willen, maar diep vanbinnen wou ik niet, wou er iets niet, en als ik het dan toch probeerde, werd het een flop – ik gebruik dit klankwoord met opzet. Als de wil er niet is, kan ik het niet, hoe graag ik het ook wil willen. Het lukte me niet met eendagsvliegen, niet met prostituees, niet met mensen die ik wantrouwde of waar ik niet van hield – niet echt. Dat is een van de redenen dat ik weinig seksuele partners heb gehad, en slechts één met wie het altijd fijn was, vrij, eerlijk en van harte.
Al heb ik in mijn leven bij vlagen kinderen willen willen hebben, ik heb ze nooit gewild. Toen ze zich ongevraagd aandienden, tweemaal, hebben we ze meteen laten aborteren en daar heb ik, hebben wij, om voor anderen en voor onszelf wat menselijker en gewetensvoller te lijken, weleens spijt van willen willen hebben, of wroeging, maar niks hoor, geen spoor.
In het stemhokje mag ik zelf bepalen op wie ik stem; kan ik ook zelf bepalen op wie ik wil stemmen? Stel dat ik met de ezeltjeprikmethode een willekeurige politicus uitkies, kan ik daar dan op stemmen? Kan ik niet willen stemmen op iemand die ik zie zitten? Kan ik willen stemmen op iemand die ik niet zie zitten?
Ik betwijfel het. Waarschijnlijk zou ik net zo lang blijven ezeltjeprikken tot ik de politicus van mijn voorkeur of een partijgenoot trof. En dat terwijl ik mijn voorkeuren als geen ander weet te relativeren en vrijwel zonder politieke overtuigingen door het leven ga. Wie is hier de baas?

