Over de Overlever in het politieke debat
Een gesprek gaat over migratie. Iemand zegt dat Nederland veel minder asielzoekers zou moeten toelaten. Een ander hoort niet alleen een politieke opvatting, maar:
Dit is uitsluiting.
Nog voordat het gesprek goed en wel begonnen is, denken we soms al te weten wat voor iemand de ander is.
Extreemrechts. Racist. Fascist.
Aan de andere kant gebeurt hetzelfde. Iemand wil vluchtelingen blijven opvangen en de ander hoort:
Daar heb je die wereldvreemde elite weer.
Links-radicaal. Rijk links.
En daarmee kan het gesprek al voorbij zijn.
Wanneer een overtuiging werkelijkheid wordt
In ons model van het Interne Gezin noemen we de manier waarop we proberen ons leven te begrijpen en te organiseren de Strateeg.
Die Strateeg kan uitstekend denken, analyseren, vooruitkijken en problemen oplossen.
Maar wanneer omstandigheden als dreiging, machteloosheid of onzekerheid te groot worden, kan diezelfde Strateeg vernauwen. Hij komt steeds meer in dienst te staan van bescherming en overleving.
De Strateeg verwordt tot Overlever.
Ook politieke onderwerpen kunnen raken aan veiligheid, identiteit en aan onze voorstelling van de samenleving waarin we willen leven.
Een sterke overtuiging is op zichzelf geen probleem. Het wordt anders wanneer we niet meer beseffen dat we door een interpretatiekader kijken.
Wat wij denken wordt dan niet meer ervaren als een mogelijke lezing van de werkelijkheid, maar als de werkelijkheid zelf.
Zo ís het.
Wij noemen dat een gesloten geloof.
Het probleem is niet dat we overtuigd zijn. Het probleem ontstaat wanneer onze overtuiging niet meer onderzocht mag worden.
In boeddhistische termen: we hebben niet langer een gedachte, de gedachte heeft ons.
Dan wordt dialoog moeilijk. Want als ik de werkelijkheid zie zoals zij werkelijk is, wat zegt het dan over iemand die haar anders ziet?
Misschien is hij naïef. Misschien deugt hij niet. Misschien is hij gevaarlijk.
Het probleem begint niet wanneer we oordelen. Het begint wanneer het oordeel het onderzoek vervangt.
Als de Strateeg Overlever wordt
De Strateeg verliest zijn intelligentie niet wanneer hij Overlever wordt.
Hij kan nog steeds uitstekend denken, analyseren en argumenteren.
Maar zijn denken krijgt een andere opdracht.
Niet meer:
Wat is hier werkelijk aan de hand?
Maar:
Hoe bewijs ik mijn gelijk?
Wie bang is voor extreemrechts ziet gemakkelijker aanwijzingen voor fascisme. Wie bang is voor een progressieve elite ziet eerder aanwijzingen dat afwijkende meningen niet worden geaccepteerd.
Beiden kunnen feiten aandragen. Beiden kunnen intelligent redeneren.
Maar informatie die niet in het eigen verhaal past, krijgt steeds minder ruimte.
Intelligentie komt dan in dienst te staan van het gesloten geloof.
Dat betekent niet dat beide politieke lezingen even goed onderbouwd zijn.
Geslotenheid gaat niet alleen over wie gelijk heeft, maar over de vraag of we informatie die ons ongelijk zou kunnen geven nog werkelijk toelaten.
De tot AfD-kiezers gemaakten
Ewald Engelen gebruikte onlangs een formulering die mij aan het denken zette:
‘de tot AfD-kiezers gemaakten.’
Die formulering verlegt de aandacht.
Niet alleen:
Wat mankeert deze mensen?
Maar ook:
Wat is er gebeurd waardoor zoveel mensen zo zijn gaan stemmen?
Misschien maken zij zich zorgen over migratie. Misschien achten ze zich niet gehoord. Misschien hebben ze vertrouwen in politiek of journalistiek verloren.
Dat sluit kritiek op hun politieke keuze niet uit.
Maar begrijpen is iets anders dan goedpraten.
Van mening naar identiteit
Er is verschil tussen:
Ik vind wat jij zegt antidemocratisch.
en:
Jij bent een fascist.
In de eerste uitspraak beoordelen we een idee.
In de tweede leggen we een persoon vast.
Natuurlijk bestaan racistische opvattingen en antidemocratische bewegingen. Maar juist dan is zorgvuldig kijken belangrijk.
Want zodra ons oordeel over een idee verandert in zekerheid over wie de ander is, verdwijnt de nieuwsgierigheid.
Dan ontstaat gemakkelijk een kringloop:
verwachting → vernauwde aandacht → interpretatie → etiket → reactie → tegenreactie → bevestiging
Na afloop weten beide partijen zeker dat de ander het probleem is.
De Innerlijke Volwassene
De Innerlijke Volwassene hoeft niet neutraal te zijn.
Die kan zeggen:
Hier trek ik een grens.
Maar tegelijkertijd vragen:
Wat zei deze persoon werkelijk?
Wat weet ik zeker?
Wat vul ik zelf in?
En misschien de moeilijkste vraag:
Kan er iets bruikbaars zijn in wat de ander zegt, zonder dat ik daarom zijn hele politieke verhaal hoef over te nemen?
Democratie vraagt dialoog
Democratie bestaat niet alleen uit verkiezingen, parlementen, rechters en grondrechten.
Ze vraagt ook het vermogen om met mensen te blijven spreken die fundamenteel anders denken.
Zodra de ander voor ons alleen nog een fascist, racist, woke-activist, islamofoob of extremist is, hoeven we niet meer werkelijk te luisteren.
Een democratie moet zich kunnen verdedigen tegen bewegingen die haar willen afschaffen. Maar juist daarom moeten we zorgvuldig blijven onderscheiden.
Tussen een gevaarlijk idee en een onaangename mening.
Tussen kritiek op een standpunt en een oordeel over een mens.
Tussen een politieke tegenstander en een vijand.
En tussen wat iemand werkelijk zegt en het verhaal dat onze eigen Overlever daarvan maakt.
Misschien begint democratische volwassenheid daarom niet bij minder overtuiging.
Maar bij iets anders:
oprecht willen begrijpen zonder op te houden met kijken.

