Over de Overlever die niet alleen reageert, maar ook bepaalt wat we zien
Iemand reageert kortaf. Meer weten we eigenlijk niet. Binnen enkele seconden kan een waarneming veranderen in een verhaal.
Hij is boos op mij.
Ze neemt me niet serieus.
En dat verhaal ervaren we vervolgens niet meer als een interpretatie. We menen dat het feitelijk is.
We denken meestal dat we eerst de werkelijkheid waarnemen en er daarna betekenis aan geven. Maar zo eenvoudig werkt het niet. Eerdere ervaringen, verwachtingen en angsten beïnvloeden al waar we onze aandacht op richten, wat we opmerken en wat buiten beeld blijft.
Wie vaak is afgewezen, ziet sneller tekenen van afwijzing. Wie geleerd heeft dat anderen niet betrouwbaar zijn, kan het niet nakomen van een afspraak direct zien als bewijs: zie je wel, die ander is niet te vertrouwen.
In ons model van het Interne Gezin noemen we het deel dat bij dreiging de regie kan overnemen de Overlever. De Overlever probeert ons te beschermen met wat hij uit eerdere ervaringen heeft geleerd.
Maar daardoor kan iets merkwaardigs gebeuren. Een oude ervaring leidt tot een verwachting. Die verwachting stuurt onze aandacht. Onze aandacht bepaalt mede wat we zien. En wat we zien lijkt vervolgens onze verwachting te bevestigen.
Zo ontstaat een kringloop: verwachting – aandacht – waarneming – betekenis – reactie – bevestiging.
Stel dat iemand bang is niet serieus genomen te worden (verwachting-aandacht). Een collega kijkt tijdens een gesprek even op zijn telefoon (waarneming).
De betekenis volgt vrijwel direct: Hij neemt mij niet serieus. En misschien zelfs: Mensen nemen mij nooit serieus.
Wanneer interpretatie macht krijgt
Dit mechanisme speelt bij iedereen. Maar het wordt belangrijker wanneer onze interpretaties gevolgen hebben voor andere mensen. Denk bijvoorbeeld aan een gezinsvoogd.
Die moet in ingewikkelde situaties beoordelen wat er in een gezin gebeurt. Er zijn zorgen, conflicten, emoties en vaak tegenstrijdige verhalen. Dat vraagt niet alleen professionele kennis, maar ook het vermogen de eigen waarneming te blijven onderzoeken.
Een gezinsvoogd kan bijvoorbeeld het beeld krijgen dat een ouder niet wil samenwerken. Vanaf dat moment ontstaat het risico dat gedrag vooral vanuit dat beeld wordt geïnterpreteerd. Een kritische vraag van een ouder wordt dan: deze ouder verzet zich. Wantrouwen wordt: deze ouder staat niet open voor hulp. En wanneer die ouder vervolgens merkt dat hij niet wordt gehoord en opstandig wordt, lijkt het oorspronkelijke beeld bevestigd.
Dat betekent niet dat de professional ongelijk heeft. Een ouder kan werkelijk onveilig handelen. Samenwerking kan werkelijk onmogelijk zijn. Juist daarom moet het onderscheid tussen waarneming en interpretatie zorgvuldig blijven.
Professionaliteit betekent niet dat we geen blinde vlekken hebben. Professionaliteit begint misschien juist bij het vermogen ze te vermoeden.
De moed om niet meteen te weten
Daar herkennen we iets wat ook in de boeddhistische traditie belangrijk is. Veel lijden ontstaat niet alleen door wat er gebeurt, maar ook door het vasthouden aan het verhaal dat wij daarover vormen.
We zien iets. We geven het betekenis. En daarna vergeten we dat wij die betekenis eraan hebben gegeven. Onze interpretatie wordt werkelijkheid.
De Innerlijke Volwassene kan daar iets tussen brengen. Geen oordeel. Geen onmiddellijke correctie. Maar een paar eenvoudige vragen:
Wat neem ik werkelijk waar?
Wat weet ik?
Wat denk ik dat er gebeurt?
En wat vul ik zelf in?
Maar wanneer we bang, boos of overtuigd zijn, kan dit buitengewoon moeilijk zijn. Ook voor professionals. Misschien zelfs juist voor professionals, omdat deskundigheid gemakkelijk de indruk kan geven dat onze interpretatie betrouwbaarder is dan die van anderen.
Deskundigheid zonder twijfel kan verstarren. Twijfel kan ook zorgvuldigheid zijn. De bereidheid opnieuw te kijken. Om informatie toe te laten die niet past bij wat we al dachten.
Dan ontstaat er ruimte.
Niet doordat we geen oordeel meer vormen. Maar doordat we ons oordeel niet te snel verwarren met de werkelijkheid zelf.


Geef een reactie