De monnik maakte een devote buiging en verdween in de nacht. Ik hoor eenoog Gyogen nog wat rommelen in de tempel, ik loop de tempel in en zeg: ‘Je hebt nogal een indruk op onze monnik gemaakt.
De Poortloze Poort 26.4 – Tien lange seconden
De meester riep hen bij zich en zei: ‘Jullie geloven ook niets.’
Het jaar 2017 – de tweehonderdenachtste dag – strop das
Een stropdas kan een strop das worden. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
De Poortloze Poort 26.3 – Tien lange dagen
Toen de meester hen wegwuifde, barstten de monniken op hun beurt in lachen uit.
Het jaar 2017 – de tweehonderdenachtste dag – de ram
De ram werd toch geslacht. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
De Poortloze Poort 26.2 – Tien lange jaren
Vanaf die dag bekeken ze elkaar met argusogen.
Het jaar 2017 – de tweehonderdenzevende dag – fikkie stoken
Klimt u nog wel eens in een boom? Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
BUN-bestuur noemt beschuldigingen tegen Sogyal ‘zeer ernstig’
‘Ons hart gaat uit naar al die mensen die betrokken zijn, of zijn geweest, bij Sogyal Rinpoche en Rigpa, en die getroffen zijn door de beschreven feiten of de berichtgeving hierover’, schrijft voorzitter Michael Ritman, zelf ook lid van Rigpa Nederland, namens het BUN-bestuur aan de leden.
De Poortloze Poort 26.1 – Ho ho ho
De meester zei: ‘Kan een mens nou ook al geen bevelen meer geven?’
Het jaar 2017 – de tweehonderdenzesde dag – aantijgingen
Ik beschuldig u van aantijgen. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
Dier&Recht – Acht miljoen eenden mogen niet zwemmen
Alle eenden willen zwemmen. Toch moeten jaarlijks acht miljoen eenden in Nederland het zonder vijver of waterbad stellen. Ze leven in een dichte stal, komen nooit buiten, en hebben geen water om in rond te zwemmen of zich mee te verzorgen.
Tweespraak – ‘De echte wereld is iets heel anders dan de indruk die je zintuigen je voorschotelen’
Rob: In mijn werk kom ik regelmatig de vraag tegen wie ben ik. In deze vraag zit een aanname dat er een -ik- is. Ik kan meegaan met de stelling dat er geen -ik-, is in de zin dat -ik- geen entiteit is, maar een aanduiding, een benaming voor een aantal verschijnselen.’






