Deze week kondigden het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Canada maatregelen aan tegen handel met de illegale Israëlische nederzettingen. Samen met negen andere landen spraken zij zich uit voor nationale of Europese handelsbeperkingen. Daarmee is Nederland niet langer een van de weinige landen die deze stap hebben gezet, maar onderdeel van een snelgroeiende beweging.
Jarenlang leerde Israël dat rode lijnen steeds opnieuw konden worden overschreden, zonder werkelijke consequenties. De internationale gemeenschap, inclusief Nederland, weigerde in te grijpen. Elke rode lijn werd op die manier niet meer dan een streep in het zand van Gaza.
Daarom zijn de ontwikkelingen van deze week zo belangrijk. Ja, de maatregelen zijn nog niet voldoende en komen veel te laat. Maar steeds meer landen komen eindelijk tot de conclusie dat schendingen van het internationaal recht in de bezette Palestijnse gebieden tot consequenties moeten leiden.
Beweging in Nederland
Ook in Nederland wordt die beweging steeds zichtbaarder, al is er nog werk aan de winkel. De Tweede Kamer nam deze week met 105 stemmen voor de motie-Piri aan die het kabinet oproept het sanctiebesluit tegen handel in goederen uit de illegale nederzettingen voortvarend in te voeren. Pogingen om het besluit af te zwakken of helemaal in te trekken kregen geen meerderheid.
Ook een eerdere stemming is daarbij veelzeggend. In juni riep de Tweede Kamer het kabinet met grote meerderheid op om in Europees verband leiderschap te tonen bij een verbod op handel met illegale nederzettingen. Ook CDA en VVD stemden daarvoor. Nu andere landen daadwerkelijk stappen zetten, en sommige zelfs verder gaan door ook diensten en investeringen aan te pakken, reist de vraag hoe Nederland die beloofde voortrekkersrol wil waarmaken.
Het Verenigd Koninkrijk laat zien wat er mogelijk is. De maatregelen richten zich niet alleen op goederen, maar ook op bedrijven en personen die de kolonisering via dienstverlening en investeringen faciliteren. Ook Spanje heeft al vergelijkbare maatregelen getroffen. Nederland onderzoekt ondertussen nog of het zijn sanctiebesluit kan uitbreiden naar diensten en investeringen.
En daar is alle reden toe. De Nederlandse betrokkenheid bij de nederzettingen beperkt zich niet tot de import van een doos dadels of een fles wijn. Nederlandse bedrijven leveren diensten aan de nederzettingen en onze pensioenfondsen investeren erin.
En de vraag naar Nederlandse verantwoordelijkheid gaat nog verder. Deze week schreven we over Havas NV, een in Amsterdam geregistreerd bedrijf dat een centrale rol speelt in een door Israël gefinancierde beïnvloedingscampagne. Via Amerikaanse bedrijven wordt geprobeerd sociale media en zelfs AI-chatbots te voeden met Israëlische propaganda.
Geen halve maatregelen
Nederland kan niet blijven volstaan met halve maatregelen. Wie handel met illegale nederzettingen wil aanpakken, moet ook de diensten en investeringen aanpakken die deze kolonisering mogelijk maken. En Nederlandse bedrijven mogen geen uitzondering vormen wanneer zij bijdragen aan de bezetting of aan de verspreiding van propaganda en desinformatie.
Het eerste stapje is gezet. Veel te laat en nog lang niet ver genoeg. Maar nu steeds meer landen dezelfde kant op bewegen, verdwijnt ook het laatste excuus om niet door te pakken.
Om de slogan van het kabinet-Jetten te gebruiken: het kan wel.


Geef een reactie