Het was nog maar twee dagen geleden dat ik mijn trommelvlies gescheurd had, maar ik zat dus alweer bij de oorarts. Met een bezorgde blik keek hij me aan. Niet vanwege mijn oor, maar vanwege mijn gezicht. Het zat vol met krassen en schrammen. Hij gebaarde dat ik op de stoel kon gaan zitten.
Zen
Sogenji desu: KOMAKU
Even werd ik heel duizelig en misselijk. Ik moest gaan zitten om van de klap bij te komen. In mijn oor een lawaai alsof ik recht onder waterval stond; en het voelde warm – alsof het vol liep met bloed.
Sogenji desu: TOJI TOYA
Dus liep ik net als ‘de rijke bramenplukker’ door het bos alsof het een paleis was; keek ik naar lucht alsof het een plafondschildering was; luisterde ik naar het zingen van de vogels alsof… Net zo lang totdat niet ik, maar de bramenplukker daar tussen de bamboes liep. En daarna haatte ik hem; schreeuwde ik naar hem omdat ik vond dat hij me bedrogen had.
Sogenji desu – TEISHO
Bijna iedereen zat dus te slapen. Zelfs de Japanners, die de Roshi natuurlijk wel gewoon konden verstaan. Japanners beschikken namelijk over het verbluffende vermogen om bij dit soort gelegenheden meteen en en masse in slaap te vallen. En trouwens ook om allemaal tegelijk op precies het juiste moment weer wakker te zijn, en dan – zogenaamd aandachtig luisterend – weer rechtop te zitten.
Sogenji desu: KAIRO
In Sogenji veranderde iedereen daarom dan ook langzaam maar zeker in een Michelin-mannetje. Want zolang je er maar niks van zag, mocht je net zoveel kleren dragen als dat er onder je samugi (zenpak) paste. En dat was best veel.
Sogenji desu: ROHATSU
En dat kostte zoveel kracht, dat ik op een gegeven moment de linkerhelft van mijn gezicht niet meer voelde. Ik had toch geen hersenbloeding!? Zou de ene kant van mijn gezicht nu slap naar beneden hangen?
Sogenji desu: TAKUHATSU
Hoewel de meeste Japanners – of ze nu wel of niet iets gaven – buitengewoon vriendelijk waren, was er toch ook wel een aantal die met wilde armgebaren duidelijk maakte dat ze niet gediend was van zo’n schreeuwende monnik op de stoep…
Edel – Genade
Als we in de Sutra van Kuan Yin zingen: ‘Neem dan je toevlucht tot Kuan Yin en niets zal je nog deren’ wil dat dat niet zeggen dat een bovennatuurlijk wezen uit de wolken zal nederdalen. Het betekent wel dat mededogen de natuurlijke respons is op ons lijden. Het vermogen van Kuan Yin om al die verschillende gestalten aan te nemen is haar vermogen om te responderen op wat deze concrete situatie vraagt. Lijden en mede-lijden resoneren natuurlijkerwijze met elkaar.
Sogenji desu: KUFU
“En… wat heeft zo’n jaartje in een Japans zenklooster je nou gebracht?”
Taigu – Met voeten in verschillende werelden
Het gebeurt met grote regelmaat bij het slapen gaan. Ik leg mijn hoofd op het kussen, trek mijn dekbed over me heen, en dan opeens begint in mijn bewustzijn het Onze Vader zich te spreken, of zelfs te zingen, terwijl ik mijn lippen niet beweeg.
Sogenju desu: TOSHI KUMI
Je denkt aan Kama Soetra, maar het wordt doodordinair strontscheppen in een zenklooster
Sogian Desu: NENGE MISHO
Al dat gestudeer leidt uiteindelijk tot niks. Want hoe meer je loopt te denken en te analyseren, of mooie verbanden probeert te leggen, des te meer dénk je te begrijpen.









