Zazen helpt mij en is voor mij een noodzaak. In het zitten komt het bestaan tevoorschijn. Als ik zit dan is dat de realiteit. Zazen kan niet gescheiden worden van leven, van bestaan, van zijn. Het is één, het is waarheid en omvat alles.
Zen
Bodai – boosheid
Het herderinnetje word steeds bozer en zegt: ‘Uit wat voor gesteldheid heb ik mijn lunch aan jou gegeven? Uit medemenselijkheid, uit werkelijk mededogen. Wat zoeken die uitgemergelde skeletten daar in dat bos, een stelletje eigenheimers zijn het. Mededogen kun je op elke straathoek praktiseren, niet in dat bos. Ze onttrekken zich er aan, lafbekken zijn het.’
Dick – Mens & tijd
En was het niet Sekito Kisen (Shih-t’ou Hsi-ch’ien – 700-790) die aan het eind van zijn prachtige Sandokai zei: ‘Dit is mijn advies aan wie graag wil ontwaken: verspil geen tijd, noch in het donker noch in het licht!’
Bodai – het uitdelen van de rijst
Het ging Bodai boven de pet. Roven? Die rijst was toch niet gestolen en het vingergras groeide in het wild, die heb ik niet gestolen. Een klein beetje uit z’n hum zei Kaun: ‘Kom we gaan mediteren’.
Bodai – in het bos
Bodai heeft de nacht doorgebracht in het bos en wordt wakker door het getjilp van een eenzame vogel. Hij ziet verder niets, het bos waaruit het geluid komt is nog aardedonker. In het midden van het kamp gloeit het vuur van de vorige avond nog na. Aan de overkant klinkt het gekraak van iemand die zich op zijn bamboebed omdraait. Dit is voor Bodai wel een rare toestand, hij is wel wat gewend maar dakloos zijn was altijd maar van tijdelijke aard.
Bodai – de wakkere monnik
De bedelaar zegt: ‘Vannacht is Uru overleden, je kunt wel op zijn plek slapen.’
Bodai – tempelkat vangt vleerhond
Zijn hoofd tolt van gedachten, vandaar trekken ze naar zijn buik en veroorzaken een draaikolk van emoties die de overhand nemen. Waar komen die emoties vandaan? Maar dat is alweer een gedachte, concentreer je op het tellen van je ademhaling, ook een gedacht, maar vooruit maar. Adem in adem uit, blijf met je aandacht bij je buik.
Paul – Lekker zennen
Op TV werd een man met een Boeddhabeeld op de vensterbank gevraagd of hij iets van het boeddhisme wist. Hij antwoordde eerlijk: “Het boeddhisme interesseert me niet, boeddha wel”.
Bodai – de bel
De bel- het was tijd voor de tempeldienst en iedereen liep erheen. De Doan, de monnik achter de gongen en bellen, sloeg een steeds sneller ritme op de grote tempelgong. Iedereen was binnen en de diepe zware stem van de Doan zong de eerste regels ‘Sankira mooooooooonnnn’.
Bodai – Varsika (de regentijd)
Bodai begon zo langzamerhand aan het kloosterleven te wennen. ’s Morgens meditatie en gym, na het eten werken en tempeldienst. Na de lunchpauze, werk en tempeldienst en na Yakusaki (diner) meditatie en daarna naar bed.
Edel – Een geschiedenis van polemieken
De geschiedenis van het boeddhisme is een geschiedenis van polemieken. Boeddhistische teksten, van het oudste boeddhisme tot nu, kun je lezen als een altijd opnieuw weerleggen van misvattingen.
Dick – Feest van Licht (1)
Maar toen kwam dat mailtje van Damiaans stand-in: ‘Dank voor de uitnodiging voor 12 december. Was er graag bij geweest ware het niet dat ik een andere verplichting te vervullen heb. Vraag me gerust een andere/ volgende keer. Als ik kan, kom ik. Ik ben er voor je. Vrede, licht en alle goeds’.
De rode fiets
In de binnenlanden van Mongolië
zat een Mongool op een steen
Silent Illumination (1) – Hongzhi’s Stille Verlichting
Hongzhi neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis van de ontwikkeling van ch’an-meditatie. Hij behoorde tot de caodong-school (tsow-dong Chinees; sōtō, Japans) en hij is de belangrijkste voorloper van Dōgen, die de geschriften van Hongzhi mee naar Japan nam. Het was een uitgebreide verzameling van teksten, die alom werden gewaardeerd om de poëtische kracht ervan.
Dick – Juwelenschip
Mijn vroegere vriend Hans Korteweg heb ik, na een halve eeuw van weg geweest, onlangs weer ontmoet. Wat een wonderlijke belevenis.
Boeken – Volmaakt Helder Stil Zijn
David Carse woont in Vermont VS, waar hij zijn werk als timmerman voortzet. Hij is geen leraar en geeft ook geen onderricht.
‘Goodbye Bertjan… don’t forget to shine!!!’
Dit was het laatste verhaal uit de serie ‘Sogenji desu…’
Toen gaf ze me nog een laatste hug en zei ze:
– ‘Goodbye Bertjan… don’t forget to shine!!!’
En inderdaad: misschien is het wel zo eenvoudig.
Sogenji desu: SUSOKKAN
Dat zijn de momenten dat je iemands hersenen wel zou willen inslaan. Letterlijk dus…En trouwens ook de hersenen van al die mensen die langsliepen met de kyōsaku – de encouragement stick die ons tijdens zazen bij de les moest houden.
Dick – Mijn vader
Als ik dat opschrijf, ‘mijn vader’, komt er een gevoel in mij op dat ik moeilijk kan omschrijven. Hij is nooit ‘van mij’ geweest. Nooit echt.
Sogenji desu: KI
Voor ik naar Sogenji vertrok vroeg ik me af of ik het allemaal wel aan zou kunnen: eindeloos veel zazen, weinig slapen, de kou, het moordende tempo waarin alles ging, het gebrek aan privacy, het harde werken.
Sogenji desu: SAKURA
Vanaf half maart werden we toch wel een keer of tien per dag opgebeld met de vraag ‘of de sakura al bloeide’. Hanami – de kunst van het bloemen kijken – is namelijk big in Japan en daarbij draait alles om de bloesem van de sakura, de kersenboom.
Sogenji desu: DOZO
Als het om eten ging, dan was het ieder voor zich. Ik kan me nog goed herinneren dat toen ik nog maar net in Sogenji was, iemand tijdens yakuzeki – de maaltijd om vijf uur ’s middags waar de opgewarmde restjes van de lunch geserveerd werden – iemand recht voor mijn neus ongegeneerd letterlijk alle stukjes tomaat uit de salade viste.
Zeshin – De functie van een zenmonnik
Toen ik indertijd naar een Japans klooster vertrok had ik geen idee waar ik terecht zou komen, laat staan dat ik wist wat het kloosterleven inhield. Zonder dat ik het inhoudelijk wist was ik aan een opleiding begonnen. Elke Japanner weet dat je voor twee zaken in een klooster kan verblijven. De eerste is de priesteropleiding, en de tweede is een tijdje in retraite gaan.
Sogenji desu: KANNON
Net een week ervoor had Peter me verteld dat hij hier in Sogenji pas gemerkt had hoe jaloers hij eigenlijk was. ‘En dat terwijl ik van mijzelf dacht dat ik dat helemaal niet was! Maar man… ik ben zó jaloers… en de hele tijd ook… op iedereen… om niks!’ Dat kwam me akelig bekend voor.











