foto Pixabay

Taigu gaat bij theravada op zoek naar de ware geest van het boeddhisme. Geen boeddhanatuur, geen leegte. Waar loopt de gulden middenweg?

Toen ik onlangs zijn stem via een podcast hoorde, moest ik een traantje wegpinken. Niet om zijn stem, maar om wat hij zei. Zijn dharmales ging over de ‘basics’. En telkens kwam hij terug op het voorbeeld van ziekte. Als je krachten je verlaten, dan moet je je prioriteiten stellen. Daarover kan ik meepraten.

Hij vertelde over een collega-monnik die aan een ongeval een ernstige hersenbeschadiging overhield. Een leven lang had hij ’s avonds een gezang over Boeddha, dharma en sangha gereciteerd. Hield hij een dhamma talk, dan was dat het enige wat hij nog kon uitbrengen. Door zijn voorbeeld gaf hij wat hij nog in zich had aan de communiteit. Het verhaal deed me denken aan Thay, aan Thich Nhat Hanh.

Aan het woord was mijn spirituele vriend en bondgenoot Thanissaro Bhikkhu, een Amerikaan van nu eind zestig, die lang geleden zijn intrede deed bij de woudmonniken in Thailand. Even strijdlustig en scherp van pen als zijn iets oudere landgenoot Bhikkhu Bodhi, wiens boeddhaweg via Sri Lanka voerde. Getweeën zijn zij al tien jaar lang mijn coördinaten in het land van theravada.

Nee, ik zal niet zwichten voor de illusie dat het gras aan de andere zijde van de heuvel groener is dan waar ik mijn geestelijke schaapjes meestal weid. Ik heb een lieve sangha en een waardevolle leraar en ik tel mijn zegeningen, terwijl ik het huis nauwelijks uitkom om de reis naar de hoofdstad des lands te ondernemen. Dientengevolge ben ik een soort corresponderend sanghalid, maar ik beluister de opnames van de dharmalessen getrouw en ondervind langs digitale en telefonische weg steun op mijn pad.

Hoezeer mahayana, en in het bijzonder zen en Reine Land, mij dierbaar zijn, toch knaagt er al jaren een gevoel van onrust aan mij over de premissen daarvan. Dit voedt mede de twijfel, waarover ik in mijn vorige bijdrage schreef. Sunyata (leegte) en nondualiteit zijn als glibberige banen ingewreven met groene zeep, vol uitglijrisico’s. Een zen dat belijdt niet een school van boeddhisme te zijn, maar de oervorm van alle boeddhisme en misschien wel van alle religie – je hoort de homerische bulderlach van de bhikkhu’s aan de andere zijde van de heuvel al.

In de transmissie naar het Westen is zen op een universalistisch spoor geraakt. Er is een vermenging opgetreden met onderstromen van romantiek en transcendentalisme, New Age en een naïeve, niet boeddhistische hang naar eenheid en interdependentie. Zen wordt hand in hand bedreven met de amateurpsychologie van de persoonlijke transformatie. Eén goede reden om de bhikkhu’s te vriend te houden, is dat zij zenboefenaars scherp kunnen houden door ze te confronteren met de uitwassen van dromerigheid en diepte te geven aan het debat.

Theravadins vegen de vloer aan met boeddhanatuur, leegte en nondualiteit. In veel centra voor inzichtsmeditatie zijn vipassana en aandachtsmeditatie zo dicht bij elkaar komen te liggen dat het je moeite kost er een betekenisvol onderscheid tussen aan te treffen. Dit komt mede door de vereenvoudigingsslag waaraan het Aziatische boeddhisme de meditatiebeoefening heeft onderworpen toen het ontdekte dat het een exportproduct voor de westerse wereld in handen had. Thanissaro Bhikkhu en Bhikkhu Bodhi hebben ook daarvoor een scherp oog. Hun meditatie gaat terug naar de bronnen van het oerboeddhisme. De bhikkhu’s zijn geen universalisten, maar originalisten.

Precies hun theravada is het dat ik graag onderzoek op spirituele meerwaarde, niet het slappe aftreksel dat in ons deel van de wereld geregeld voor theravada wordt versleten. Voorwaardelijk ontstaan (pratitya samutpada) in de oorspronkelijke betekenis is een conditio sine qua non van het boeddhisme. Wie dit doorziet, die kent de dharma, zei de Boeddha. En zo is het. Al het andere komt daarna. Stephen Batchelor snapt er helemaal niets van, wanneer hij karma en wedergeboorte uit het boeddhisme probeert los te weken.

Pratitya samutpada is het ononderhandelbare punt van de orginialisten; van daaruit neemt de beoefening een andere afslag dan de aandachtsmeditatie van de westerse zencentra, de goede niet te na gesproken. Sheng-yen bijvoorbeeld kende wel de diepte van inzicht om het één met het ander te integreren zonder uit te glijden. Of dit daadwerkelijk tot zijn volgelingen in Europa en de Verenigde Staten is doorgedrongen, is een tweede.

Alles draait in het boeddhisme om de aandacht voor het detail en dit gaat helaas verloren naarmate de groei van de beweging onvoldoende wordt gestut door leraren die van wanten weten. Boeddhisme heeft bij ons nog iets prils, iets onrijps. In het jeugdige enthousiasme van zijn volgelingen gaat te vaak de zin verloren voor het detail dat telt. Dit geldt voor zen en het geldt voor theravada.

Wanneer is men in het opkomende mahayana het spoor van het oerboeddhisme kwijtgeraakt? Nagarjuna kende het nog en Vasubandhu ook. Men zegt dat Chih-I, de stichter van de Tientaischool, de laatste is geweest die het boeddhisme van de Boeddha in evenwicht probeerde te houden met dat van China. Ik weet het niet. Van de Lotussutra, de Avatamsakasutra, de sutra van de Volmaakte Verlichting en de sastra over het Ontwaken van het Geloof in Mahayana druipt de groene zeep al in dikke klodders af.

De gulden middenweg ligt niet in het klakkeloos aan elkaar lijmen van het één en het ander. Het is mogelijk om te leven naar fundamentele keuzes zonder te vervallen in een fundamentalisme van óf het één, óf het ander. Is dit monnikenwerk? Mogelijk. Waarschijnlijk zelfs. Maar dan nog kunnen we ook binnen het lekenboeddhisme de dialectiek dieper exploreren om ons te wapenen tegen de gemakzucht van te vroeg concessies doen aan de ware geest van het boeddhisme.

Namu Amida Butsu,
Taigu

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

15 reacties op Een knagend gevoel van onrust over mahayana

  1. Ujukarin schreef:

    Mooi werk, broeder! Op mijn ‘respons’ (die al geschreven is, meerdere-zielen-met-gedeelde-gedachten) over o.a. de relatie Mahayana-Theravada zul je nog een weekje of 2 moeten wachten, wegens veel offline zijn de komende tijd.

    With folded palms,

  2. G.J. Smeets schreef:

    “…ons te wapenen tegen de gemakzucht van te vroeg concessies doen aan de ware geest van het boeddhisme.”

    Jules, kennelijk heb je voldoende krachten om je met dit academische schinvraagstuk bezig te houden. ‘De ware geest van het boeddhisme’ – waar héb je het over?
    Medio jaren tachtig vorige eeuw heb ik Bhikkhu Bodhi ontmoet in zijn boswoning – een fors eind lopen vanaf de periferie van Kandy, Sri Lanka. Hij woonde en werkte daar met zijn leraar en ik bezocht hen om vragen te stellen over theoretische dingen die ik niet goed begreep en die mijn eigen leraar (een metta-specialist) me niet kon uitleggen. Het antwoord was ondubbelzinnig: academische kwesties over ‘het boeddhisme’ zijn niet relevant voor meditators.

  3. Siebe schreef:

    Over Leegte in de Pali Canon
    Leegte komt op vele manieren in de Pali Canon aan bod Jules. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over ‘Ultieme Leegte’. Dit is niks anders dan een andere aanduiding voor Nibbana.

    Leegte komt ook aan bod in de context van niet inherent bestaan, wezensloos, zonder substantie, zonder vaste kern, niet-zelf.

    Over Boeddhanatuur.
    Soms spreekt de Boeddha in de Pali teksten over zichzelf als de Tathagata. Dan bedoelt hij duidelijk iets anders dan de zichtbare persoon, of de verzameling van 5 khandha’s.

    Het is niet vergezocht, vind ik tenminste, het zo te zien dat de Boeddha dan eigenlijk spreekt over zichzelf in termen van diens ware conditie of natuur, dwz ongeboren, grenzeloos, niet verouderend, ziektevrij en doodloos. Het is niet zo vergezocht vind ik, dit Boeddha-natuur te noemen.

    Iemand kan in de Boeddha natuurlijk ook een gewoon sterfelijk persoon zien, en niet meer dan dat, maar ik denk dat we dan toch diens leer en leven volledig misverstaan. De Boeddha staat toch ook wel degelijk voor iets anders dan de vijf khandha’s en dat is ook af te leiden uit de Pali teksten vind ik. Boeddha-natuur is een elegantie manier dat aan te duiden, vind ik.

    groet,
    Siebe

  4. Siebe schreef:

    Anguttara 10.81 (1), Bahuna

    De Gezegende verbleef eens te Campa op een oever van de Gaggara Lotus Plas. Toen benaderde de eerwaarde Bahuna de Gezegende, betoonde hem eerbied, ging terzijde zitten en zei tegen hem:
    “Bhante, van hoeveel dingen is de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt, dat hij verblijft met een geest zonder grenzen?
    ”Bahuna, het is omdat de Tathagta bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van tien dingen dat hij verblijft met een geest zonder grenzen. Welke tien? (1) Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van vorm dat hij met een geest vrij van grenzen verblijft. (2)-(5) Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht, en vrijgemaakt is van gevoel….waarneming…wilsformaties…bewustzijn dat hij verblijft met een geest zonder grenzen.
    (6)-(10). Het is omdat de Tathagata bevrijd, onthecht en vrijgemaakt is van geboorte…ouderdom…dood…lijden…bezoedelingen dat hij verblijft met een geest zonder grenzen.
    “Net zoals een blauwe, rode of witte lotus, hoewel geboren en opgegroeid in het water, boven het water uitsteekt en daar onbezoedeld door het water staat, net zo Bahuna, is het omdat de Tathagata bevrijd, onhecht en vrijgemaakt is van deze tien dingen dat hij verblijft met een geest zonder grenzen”.

    Wat staat hier he? Ik lees het zo dat de Boeddha, verwijzend naar zichzelf als de Tathagata, eigenlijk geest is zonder grenzen en/of enige beperking. Je kunt dat niet aanduiden als het is hier of daar. Het overstijgt de persoon of de sfeer van de persoonlijkheid, lijkt me.

    Is er iets mis mee om het zo te zien dat de Boeddha hier in deze Pali Sutta eigenlijk de Boeddha-natuur onderwijst?

    groet,
    Siebe

    • Taigu schreef:

      Als de Boeddha in de Pali Canon de boeddhanatuur van Mahayana had willen onderwijzen, dan had hij zich niet hoeven bevrijden, onthechten en vrij te maken van gevoel, waarneming, wilsformaties, bewustzijn e.d.

      De crux is dat Mahayana uitgaat van samsara = nirvana. Dit is voor Theravada ongehoord en onbegrijpelijk. Lees Bhikkhu Bodhi via de link die ik hierboven heb geplaatst. Om nog maar te zwijgen van de ‘oorspronkelijke verlichting’.

      De leegte van de Boeddha was niet de leegte van Mahayana. Jij mag in de tekst lezen wat je wilt, maar je bent bezig onvergelijkbare grootheden aan elkaar te lijmen.

      Boeddhanatuur dankt zijn dubieuze historie mede aan de nihilistische roep die boeddhisme kreeg in de spirituele verdringingsmarkt van indertijd. Het wordt in sommige sutra’s voorgesteld als boeddhistische versie van atman.

      Hier heb je enkele dimensies van het debat.

      • Siebe schreef:

        Hallo Jules,

        Het draagt ook bij aan verwarring, vind ik, dat ook vermaarde leraren begrippen zoals samsara en nibbana (of andere begrippen) op hun eigen manier invulling geven. Dat kan onderling flink verschillen.

        Zo ben ik wel eens tegengekomen dat volgens een leerling een dzogchen leraar onderwijst dat de oorspronkelijke staat voorbij Nibbana is.
        Nou, dan weet ik 1 ding zeker, hier wordt het woord Nibbana op een hele andere manier gebruikt dan in de Pali sutta’s, want die maken duidelijk dat er geen voorbij Nibbana is. Hier wordt dus duidelijk dat men gewoon niet hetzelfde bedoeld met hetzelfde begrip. Daarom is alles goed verenigbaar.

        Ik heb zelfs gehoord dat onderwezen wordt dat Nibbana wordt gevormd door het brein en daarmee een soort tijdelijke geconditioneerde staat zou zijn van ultieme vrede.
        Ik weet dan wel dat ook dit gebruik van het begrip Nibbana afwijkt van het gebruik in de Pali sutta’s.

        Hetzelfde zie ik gebeuren met het begrip samsara. Daar worden ook allerlei verschillende invullingen aan gegeven.

        Als iemand zou willen begrijpen wat wordt bedoeld met nibbana=samsara, dan moet ie dat ook vrij en ongebonden kunnen onderzoeken. Zonder ballast, dus zonder al te weten wat samsara en nibbana vanuit theravada perspectief betekent. Is het dan zo onbegrijpelijk en ongehoord?

        groet,
        Siebe

  5. Gerben schreef:

    Ik blijf dat opmerkelijk en fascinerend vinden, dat geworstel met de Boeddhistische stromingen. Zo niet in overeenstemming met mijn eigen weg daarin. Met het groeien van het inzicht nemen voor mij de overeenkomsten tussen de verschillende stromingen alleen maar toe. De nadruk op de verschillen neemt af en verworden haast tot futiliteiten. De prikkel om die uit te vergroten verdwijnt, de prikkel om de overeenkomsten te benadrukken neemt toe.

    Wat dat betreft herken ik mijzelf ook erg in het advies van de meditator Bhikkhu Bodhi aan Smeets: “totaal irrelevant voor de beoefenaar.” Maar de beste man is en blijft natuurlijk ook een enorme intellectueel en onvolprezen Boeddhistische analyticus. Zijn analyse van de verschillen is natuurlijk ook een prachtige creatie die voortkomt uit de kwaliteiten van zijn geest. Dank voor de link; heb het artikel met belangstelling gelezen.

    Verschillen analyseren kan erg leuk en nuttig zijn. Moge het niet uitmonden in meer lijden maar bevrijdend werken. Dat is volgens mij de praktische maatstaf waaraan we het nut van dergelijke exercities kunnen afwegen.

    Hartelijke groet, Gerben

  6. Gerben schreef:

    Ik heb zowel Therevadins als Mahayanisten als spirituele vrienden. Beide stromingen bevatten mensen ‘die onder de groene zeep zitten’. Te glibberig om innig te omhelzen, zeg maar. Dat is echt niet voorbehouden aan de Mahayanisten.

    Wel heb ik de indruk gekregen dat de Mahayanisten die echt begrijpen wat nirvana = samsara betekent, wel degelijk een op eigen ervaring gestoelde kennis van nirvana hebben. Zeg maar een meer Therevadische kennis van nirvana/nibbana, hoewel ze het zelf natuurlijk niet zo in Therevada taal verwoorden. Zonder die eigen directe kennis van nirvana is het inderdaad een uitspraak die al snel een glibberige weg wordt vol uitglijders. Dat zij vervolgens niet blijven hangen in de dualistische split tussen nirvana en samsara, is wat mij betreft alleen maar prijzenswaardig. Dit is uiteindelijk een heel subtiele dualiteit die heel veel lijden creëert in het dagelijks leven. Schaars zijn immers de momenten dat nibbana zich aan ons manifesteert. Wat als het zich niet aan ons manifesteert? Of als het al een tijd uitblijft? Wat een lijden kan dat creëren, om gek van te worden.

    De visie van de Therevadins in het algemeen en Bhikkhu Bodhi in het bijzonder houdt die subtiele dualiteit wat mij betreft onbewust in stand. Als Therevadin zeg ik: hulde aan die enkele Mahayanisten die echt weten wat nirvana = samsara inhoudt.

    Maar wellicht vind je deze post al te veel een poging om alles weer in harmonie te brengen :-)

    Hartelijke groet, Gerben

  7. Jacco schreef:

    Beste Jules,

    Mag ik vragen waarom je dit artikel schrijft?

    Ik zal je vertellen waarom ik dat vraag:

    Ik vind jouw schrijfsels hier doorgaans heel open en oprecht beschouwend. Ik acht dat een kenmerk van zuivere intentie en vind dat een mooi iets. Daarnaast zie ik het (overigens om dezelfde redenen) als een verademing naast een ander soort schrijfsels alhier (van een twee of drietal *vermeende* leraren) die voornamelijk heel interessant lijken te willen doen door steeds weer opnieuw met allerlei Boeddhistische begrippen en zogenaamd zen-achtige wijsheden op de proppen te komen. En om even vrijuit en kritisch te spreken is het wat mij betreft allerminst moeilijk om te zien dat deze (paar) personen allerminst zijn wat zij (anderen en zichzelf) kennelijk willen doen geloven (en waarmee zij ongetwijfeld zelfs een zogenaamd / zogezegd bestaansrecht hebben opgebouwd).

    Tegelijkertijd is het zo dat ik de verscheidene reacties hierboven (behoudens de eerste, da’s nou weer net een heel ander verhaal) ook wel begrijp en ze me in zekere zin zelfs heel relevant lijken. En in wezen lijken ze mij verder ook heel erg in lijn te zijn met bepaalde dingen die ik jou hier eerder zelf heb zien schrijven (nl. in “Boeddhisme zonder boeddhanatuur”).

    En daarom ontgaat mij dan ook enigszins de logica achter de dingen die ik hier van jouw hand lees. Of misschien beter gezegd, van het precieze waarom ervan. En ook al meen ik er op zich allemaal de vinger nog best enigszins achter te krijgen, lijkt het mij mede gezien hetgeen hierboven reeds door anderen gevraagd en gezegd dus vooral zinvol om je de vraag te stellen ‘waarom je dit artikel schrijft’.

    En/of (eventueel / desgewenst);

    Waarom schrijven over al die (steeds nader uitweidende Boeddhistische) termen, daar waar je zelf al iets aangeeft over het belang van ‘de basics’? (zouden die termen er ook maar iets toe doen als je het bekende levensverhaal van Gautama heel even beziet?)

    Of waarom het noemen van (ene) Stephen Batchelor? Wat doet die man (op afstand) die er in jouw eigen woorden ‘niets van begrijpt’ precies toe? (of heb je persoonlijk contact met hem?)

    Waarom zeg je ‘niet zwichten voor de illusie’ aangaande enigerlei ander gras? Weet je zeker dat dit een illusie is? Heb je onderzocht of het gras elders wellicht toch groener is? (het klinkt op de een of andere manier niet als jouw volledig eigen overtuiging…)

    Wat bedoel je met ‘lieve sangha’? Dat de mensen zoveel begrip hebben voor je onrust en twijfels o.i.d.?

    En hoe zeker weet je dat je leraar zo waardevol is? Voor wat precies dan? En als hij of zij zo enorm waardevol is, waarom heb je zijn of haar lessen nog steeds nodig dan? En wat bedoel je trouwens met ‘steun’ in dat opzicht? Misschien is het een kwestie van woordkeuze hoor (en misschien ook niet), maar een leraar die zijn of haar leerlingen ‘steunt’ geeft mij eerlijk gezegd nogal twijfelachtige gedachten.

    En ik weet natuurlijk niet in hoeverre er een correlatie is tussen het één en het ander, maar dat je die twee voorgaande zaken (lieve sangha en waardevolle leraar) in één zin noemt met het ‘nauwelijks je huis uitkomen om de reis naar de hoofdstad des lands te ondernemen’ komt op mij persoonlijk eerlijk gezegd niet direct over als een ware zegening, beste Jules.

    Met vriendelijke groet,

    ps. Wellicht zijn er ook ‘broeders’ te vinden waarbij je niet 2 weken hoeft te wachten op een (reeds geschreven) ‘respons’ vanwege veel ‘offline zijn’…

    • Taigu schreef:

      Grondslagenonderzoek is één van een aantal terugkerende thema’s in mijn artikelen. Het verkennen van niet of minder bekende vormen van boeddhisme een ander. Door vergelijkend onderzoek probeer ik te verhelderen waarvoor boeddhisme nu eigenlijk staat, in hoeverre dit consistent is en hoe dit zich verhoudt tot andere stromingen en wereldbeelden.

      Waarom is onderzoek van de grondslagen van een bepaalde vorm van theravada relevant voor de praktijk van nu? Omdat de verschillen zich vertalen in een andere benadering van de meditatieve beoefening en boeddhistisch leven. Ik heb vaker geschreven over theravada en mahayana; zie voor een uitwerking van de verschillen voor de praktijk bijvoorbeeld mijn artikel van 3 februari 2013 ‘In het nu verwijlen is een dwaalleer, het brengt niet de bevrijding die de Boeddha voor ogen had’: https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/12955-in-het-nu-verwijlen-is-een-dwaalleer-het-brengt-niet-de-bevrijding-die-de-boeddha-voor-ogen-had/.

      In het Nederlandse taalgebied waait er een geest van synthese door het eigentijdse boeddhistische verstaan; dit kun je mede aflezen aan de reacties op mijn onderhavige artikel. Bhikkhu Bodhi en Thanissaro Bhikkhu nemen afstand van deze geest en gaan terug naar het vroege boeddhisme waarin het geconditioneerde en het ongeconditioneerde strikt gescheiden waren. Wat mijn onrust voedt is dat met de scheiding van het geconditioneerde en het ongeconditioneerde veel stukjes van de boeddhistische legpuzzel (karma, wedergeboorte) op hun plek vallen. Zo heb ik het in mijn eigen (zen)traditie niet geleerd.

      Eerst nu hebben we de beschikking over alle bronnen. Eén van de grote uitdagingen voor mahayanascholen (meestal zen) is volgens mij zich rekenschap te geven van de verschillen in benadering in plaats van deze, zoals vaak gebeurt, op voorhand onder het tapijt te schuiven omdat het Grote Voertuig immers ‘superieur’ is. Zou zulke openheid de praktijk van meditatie en boeddhistisch leven niet kunnen verrijken?

      Ik denk het wel. Ik kijk dan o.a. naar een Amerikaanse boeddhistische leraar als Gil Fronsdal. Deze is zowel zenleraar als theravadaleraar. In zijn dharmalessen vergelijkt en combineert hij elementen uit beide tradities. Bij hem kom ik een hoger aggregatieniveau van boeddhistische ontwikkeling tegen dan bij menigeen die in het Boeddhistisch Dagblad deelneemt aan de discussie over mijn artikelen; voor Bhikkhu Bodhi en Thanissaro Bhikkhu geldt mutatis mutandis hetzelfde. Ik probeer met mijn artikelen zulke inzichten toegankelijk te maken voor een Nederlandstalig publiek.

      Meer informatie over mijn persoonlijke situatie vind je hier: https://site.boeddhaweg.nl/welkom/ en hier: https://site.boeddhaweg.nl/over-de-auteur/.

      • Jacco schreef:

        Dag Jules,

        Dank voor de uiteenzetting. Ten aanzien van jouw gezondheidssituatie hoop ik van harte dat die mag verbeteren!

        Voor wat betreft de motivatie van jouw onderzoekingen en artikelen daaromtrent, kan ik zeggen dat ik het een nobel streven vind. Ik denk verder dat je zeer terecht meent dat het goed zou zijn als er tussen bedoelde scholen (en stromingen) eens (of beter nog zeer stelselmatig) uitvoering gekeken werd naar bepaalde ‘verschillen in benadering’ in plaats van deze (onder welk mom dan ook) onder het tapijt te schuiven. Ik vraag me echter enigszins af of de reden waarom ik dat denk ook de jouwe is. Dat hangt er namelijk vanaf wat je precies bedoelt met dat ‘zulke openheid de praktijk van meditatie en boeddhistisch leven zou kunnen verrijken’.

        Persoonlijk denk ik dat het beschouwen van verschillen (in het algemeen, niet alleen in deze context) een zeer goede methode (of eigenlijk meer een onontbeerlijk iets) is om uit te zoeken waar gemeenschappelijke overeenkomsten liggen. En ik denk dat juist dat een zeer belangrijk iets is om (ten aanzien van wat dan ook) tot de kern van iets te komen. Diversiteit is leuk als je jezelf wilt onderscheiden van iets anders, maar als het Boeddhisme überhaupt al ergens voor zou staan of moeten staan (wat je je eerder zegt af te vragen), zou ik wellicht zeggen dat het vooral om het tegenovergestelde gaat van ‘je onderscheiden’. Uiteraard zijn er verschillende wegen naar Rome. Maar – mind you – er zijn vele malen meer wegen die niet tot Rome leiden.

        Of het nou om het Boeddhisme gaat om een enigerlei ander iets, in segregeren en onderscheid maken ligt weinig kunstigs besloten. Einstein zou daar ooit iets leuks en treffends over; “Every intelligent fool can make things more and more complex, it takes a touch of genius to move into the opposite direction”. Persoonlijk denk ik overigens niet dat je daar heel erg geniaal voor hoeft te zijn, het is in mijn ogen slechts een kwestie van intentie (en dan uiteraard de werkelijke, niet de beweerdelijke). Maar dan nog, als je echt in Rome wilt geraken is zoiets als een goed intentie alleen uiteraard niet voldoende, daar dien je ook de goede kant voor op te rijden. Dat is waar het gezegde over de weg naar de hel over gaat. Kijk, iedereen heeft goed bedoelingen, maar voor wie en voor wat precies (of nog belangrijker misschien, voor wie en wat niet).

        In het Boeddhisme heerst m.i. veelal een vreemd soort waan die lijkt te (willen) denken dat wijsheid een Boeddhistische uitvinding is, dat het er een soort alleenrecht op heeft. En dat terwijl de diverse stromingen en leraren vooral veel van mening (…) verschillen over van alles en nog wat. Het heeft daarin verbazend veel weg van het Christendom. Ik zeg je dat werkelijke wijsheid feitelijk heel eenvoudig en universeel is. En als iets dat niet is, is het ook geen wijsheid. Daarover zei Einstein trouwens ook wat leuks en treffends; “If you can’t explain it simply(!), you don’t understand it well enough”.

        Zoiets als ‘jezelf geestelijk bevrijden’ vergt feitelijk niets meer dan zien wat je gevangen houdt. En wat ik bij veel zogenaamde Boeddhistische leraren zie is dat ze hun leerlingen vooral gevangen houden in Boeddhistische termen en zienswijzen. Maar goed, dat is misschien geen wonder als je bedenkt dat het leeuwendeel van die leraren zelf weer vast zit in hun illusie dat ze een Boeddhistische leraar zijn. En ja, ik hoor ze al sputteren. Allemaal woordjes. Ik kijk er dwars doorheen, en heb daar geen Boeddhistische kennis voor nodig (alhoewel ik er ook genoeg van ‘weet’ dan wel ‘begrijp’ hoor). Ik ken simpelweg mijn eigen geest, dan wel de ‘fuck-ups’ ervan, en ken zodoende die van hen. Althans, meer dan goed genoeg om te weten wat voor vlees er in de kuip zit zodra ik een beetje volg wat ze (bijvoorbeeld) zoal schrijven alhier. Doe ermee wat je wilt, maar het is in ieder geval bedoeld als een kleine hint.

        Tot slot nog deze (komt in me op, maar is niet van mezelf), misschien kun je er wat mee:

        Er zijn geen regels, alleen consequenties.

        Take care & hartelijke groet,

  8. G.J. Smeets schreef:

    Jules,
    de tweedeling ‘het geconditioneerde / het ongeconditioneerde’ is al lang opgelost door Nagarjuna. ’s Mans werk is de samenvatting van zijn Indiase traditie en de aanloopplank voor voortzetting van die traditie in China met – uiteraard – Chinese middelen. Nagarjuna was geen mahayanist zoals Gautama geen boeddhist was. Het is etiket later erop geplakt.

    Overigens is die kwestie van geconditioneerd / ongeconditioneerd helemaal onafhankelijk van ‘boeddhisme’ ook door wetenschappers opgeblazen. Bijvoorbeeld de vorig jaar overleden wiskundige G. Spencer Brown, Laws of Form pag. 105:

    “Thus we cannot escape the fact that the world we know is constructed in order (and thus in such a way as to be able) to see itself.
    But in order to do so, evidently it must first cut itself up into at least one state which sees, and at least one other state which is seen. In this severed and mutilated condition, whatever it sees is only partially itself. We may take it that the world undoubtedly is itself (i.e. is indistinct from itself), but in any attempt to see itself as an object, it must, equally undoubtedly, act so as to make itself distinct from, and therefore false to, itself. […] That it does so is sometimes called the original mystery. Perhaps, in view of the form in which we presently take ourselves to exist, the mystery arises from our insistence on *framing* a question where there is, in realty, nothing to question.”

Menu