Dit praatje is ontstaan als een presentatie in multireligieuze zin, met volgelingen van mijn 1e (non-boeddhistische) leraren uit de advaita vedanta-hoek. Maar lichtelijk aangepast met inzichten van Boeddha over ons onderwerp, de beroemde Mahatma (‘grote persoonlijkheid’) Gandhi.
Interreligieuze dialoog
Juist dat omgaan met anderen, en het omgaan met een ‘spirituele ex’ waar ik in alle harmonie afstand van nam, leidt tot enige inspiratie over hoe om te gaan met correcte versus verkeerde oecumene/interreligieuze dialoog.
De verkeerde stijl, die ik zeker ook toepaste in mijn beginjaren, is te claimen ‘alle leraren van het verleden volgen mijn religie in andere gedaante en hun volgers moeten dat alleen nog maar zelf gaan inzien’. Vivekananda met zijn prachtige boek ‘De bergrede in het licht van de Vedanta-leer’ zat wel eens op het grensgebied hier. Maar ook sommige boeddhisten, die uit de Gotami-soetra constateren dat pakweg Mandela of Jezus eigenlijk boeddhist waren, gaan hierin (te) ver – en de Bahai’-religie is zelfs min of meer hierop gebaseerd. Er is niets mis met deze teksten als ze je als pakweg ex-Christen of ex-Hindoe tonen hoeveel overlap er kan zijn in paden naar de Waarheid, dus dat jouw eigen inspanningen vanuit je nieuwe inzichten niet voor niets waren. Maar er is heel veel mis indien je ze gebruikt als claim-middel in spirituele dialogen inplaats van echt naar de ander en diens ervaringen te luisteren. En primair te praten in de vorm van bijvoorbeeld ‘jij als Christen snapt je eigen teksten niet goed, ik doe dat beter en jouw hele wereldbeeld en religie zijn dus fout’! Totaal los van de eventuele juistheid of onjuistheid van jouw begrip – het polariseert en maakt dialoog onmogelijk.
De juiste vorm van dialoog is niet dat zozeer zuilen/religies met elkaar concurreren wie het beste en grootste is. Het is de religies/stromingen samen laten werken in wat hun bindt en tegen gezamenlijke ‘vijanden’ zoals materialisme, polarisatie en haat/racisme. Alles wat de Gouden Regel, behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden, steunt is m.i. iets wat ons zou moeten binden. Het omgaan met meerdere bronnen in het westerse soefisme is een voorbeeld waar dat goed gaat. Wie ‘de beste’ is laat je puur als persoonlijke keuze voor een zekere levensfase, en of de te vinden Waarheid dan goed bij je past en hetzelfde of anders is dan die van anderen zien we wel gaandeweg onze ontwikkelpaden….
En zo heb ik ook dit onderwerp benaderd in deze ‘uitwedstrijd’ – op zoek naar wat Gandhi betekent qua universele waarden, voor zowel boeddhisten als vedanta/hindoeïsme-geïnspireerden.
Herinneringen aan de Mahatma
Helaas ben ik te jong om Gandhi te hebben meegemaakt, maar plekken verbonden met zijn leven geven toch een duidelijke gevoelsmatige connectie. De eerste die ik bezocht (2 x) is de Gandhi Smrti (‘gedenkplaats’), het huis in Delhi waar hij de laatste jaren woonde en ook vermoord is. Het zijn niet zozeer de museum-plaquettes die me leren over wie en wat hij was, maar de hele atmosfeer en ook foto’s van hoe hij daar lezingen gaf en uiteindelijk stierf.
Het tweede ontmoetpunt is de Raj Ghat (koninklijke herdenkingsplaats), ook in New Delhi. Hier ligt een deel van de as van Gandhi; na zijn dood is de plaats uitgebreid met gedenkplekken voor 20+ andere Indiase presidenten, premiers plus naaste familie.
Het derde is één van de ashrams waar Gandhi jaren woonde, met eigen familie en honderden volgelingen. Deze ligt in Sevagram, bij Nagpur in Maharashtra alwaar heel wat jaren later Ambedkar de massa-bekering tot boeddhisme leidde. De plaquettes daar vertellen tientallen episodes uit de Indiase geschiedenis, met o.a. een ‘hotline’ telefoon waar de Mahatma geregeld op gebeld werd door de Engelse gouverneur van de kolonie; hij verbleef er grofweg van 1936-1939 en in 1946. Een mooi Sevagram-verhaal dat hem ten voeten uit toont komt uit rond 1938. Een moeder bracht haar zoontje, ietwat te zwaar, en vroeg hem ‘Bapu, hij eet te veel suiker en zoetigheid. Hij luistert meer naar U dan naar mij, kunt u hem uitleggen dat hij geen suiker meer mag nemen’?
Gandhi dacht even na en zei ‘kom over 3 dagen maar terug, dan geef ik advies’.
Inderdaad adviseerde hij dit op het volgende bezoek. Moeder vroeg waarom dit met vertraging moest. Zijn antwoord ‘Ik at zelf nog regelmatig suiker dus kon niet adviseren wat ik zelf niet volgde. In die 3 dagen heb ik bewezen zonder suiker te kunnen, en daarna pas kan ik dat aan anderen adviseren’. Hoe was het ook al weer – ‘Ik doe wat ik zeg en ik zeg wat ik doe’. Petje af voor de Mahatma.
In elk van die plekken hangt, bewaard en versterkt door de miljoenen bezoekers, een atmosfeer die je ‘heilig’ of ‘Sattvisch’ in Hindoe-termen zou kunnen noemen; vergelijkbaar met serene middeleeuwse kerken, tempels ook in Europa, retraitecentra en zelfs heilige natuurplekken zoals Stonehenge.
Leven en vormingsweg
We ontkomen niet aan een korte sequentiële biografie, want de ontwikkeling van Gandhi’s gedachtengoed heeft veel te maken met zijn levenservaringen. De eerste fase, van de geboorte in 1869 tot grofweg zijn carriérestap naar Zuid Afrika in 1893, was redelijk voorspelbaar. Zijn ouders waren middenkaste-hindoes, maar er waren zeker onder de ooms en tantes invloeden van Jainisme – een zeer geweldloze subbeweging binnen het hindoeïsme. Toen hij met fondsen van de familie een studie Rechten in de UK kon betalen en wilde gaan leidde dat tot excommunicatie uit zijn kaste door enkele Amish-achtige senioren; Gandhi’s eerste ervaring met racisme/groepsdwang vanuit de ‘eigen’ groep (en niet de racistische regeringsmensen).
In zijn eerste advocatenjobs in Zuid-Afrika ontdekte hij dat ie als advocaat niet zozeer uitgedaagd werd door onrechtvaardige/onethische tegenpartijen maar door een onrechtvaardig overheidssysteem. Van daaruit (en van eigen directe ervaringen van gediscrimineerd worden, denk aan de treinbehandeling in Pietermaritzburg) kwam het activisme, niet vanuit een activisme-in-zijn-opvoeding of zo. Zijn kring bestond vooral uit ‘kleurlingen’ – Indiërs die als contractarbeider naar Z-A gehaald waren om gaten op de arbeidsmarkt te vullen die de Engelse regering niet door de lokale Creolen (o.a. Zoeloes) of eigen Engelsvolk wilde/kon opvullen. Dus een situatie die best veel lijkt/leek op de Hindoestanen in ons aller Suriname. Ook andere paralellen met de Nederlandse exploitatie-geest dringen zich op: het ‘Thinkatia’ contract waarin de kleurlingen gedwongen werden Indigo-planten te produceren en hoge belastingen aan de Engelsen te betalen lijkt opvallend veel op het Cultuurstelsel in Nederlands-Indië waar Max Havelaar zo tegen ageerde.
Ook in Zuid-Afrika kreeg hij via zijn brede vriendenkring, ook volop blanken en moslims, literatuur toegespeeld die integrale delen van zijn denken werden. Eerst ‘Unto this last’ van John Ruskin, een geestverwant van Marx en geestelijk vader van de Labourpartij. Mede hierdoor stichtte hij bij Durban een eerste ashram met collectieve woon- en werkstijl, de Phoenix community. Daarna Leo Tolstoy en zijn werken zoals ‘The kingdom of God is inside you’ en ‘Letter to a Hindu’. Tolstojs ideologie over geweldloosheid, anarchie en collectief landbezit overlapte prima met de ahimsa die Gandhi als kind had meegekregen, en werd de basis van Gandhi’s eerste blauwdruk voor een onafhankelijk India getiteld ‘Hind Swaraj’. (Tolstoy had ook een link met de Amerikaanse econoom Henry George die we als inspiratiebron terugvinden voor het collectief houden en alleen via erfpacht afgeven van landbezit.)
Vanaf zijn finale terugkeer naar India in 1915 steunde hij het Congres – een soort actiebeweging, die later min of meer de ‘drager’ werd van de onafhankelijkheidsbeweging en na 1947 een belangrijke seculiere politieke partij. Vanaf 1917 voerde hij kleinere campagnes, na 1919 groter en groter zelfs tijdens zijn gevangenschappen wegens protest-tegen-de-Britten. Basis werden meerdere ashrams, een voortzetting van het ZA-idee. In 1934 verliet hij de officiële politiek en zegde zijn Congres-lidmaatschap op.
We maken even een reuzenstap vanwege ruimtegebrek. De jaren ’20 en ’30 zagen een geleidelijke escalatie van Gandhi’s sociale activiteiten, met massale geweldloze protesten en gevangenisperioden en hongerstakingen. Hij hielp echt iedereen die advies kwam vragen; zo steunde hij de Indiase moslims die een officiële ‘kalief’ nodig hadden voor het recht tot pelgrimeren naar Mekka; de sultan van het Ottomaanse rijk had die macht tussen 1918 en 1924 in afnemende mate. Dus deze ‘Khilafat’ beweging deed vooral goeds in het samenbrengen van moslims (en steunen van de onafhankelijkheid), totaal anders dan het Kalifaat-idee dat we recent bij Islamitische Staat zien. Vanaf de jaren ’40 was Gandhi de onomstreden leider van de onafhankelijkheidsbeweging, op veilige afstand van de echte politieke partijen zoals Congres. Waarin hindoes, moslims en christenen verenigd waren. Tevens zie je in de jaren ’30 het debat over onaanraakbaren, met hun leider Ambedkar, escaleren; in deel 2 van dit tweeluik meer erover. Het eindresultaat van Gandhi’s werk kennen we allen: de enige grote 20e eeuwse dekolonisatie die min of meer geweldloos verliep, terwijl het Engelse koloniale bewind zelf even onderdrukkend was als Frankrijk/Portugal/Spanje/Nederland. Dit had zonder hem heel anders kunnen lopen.
Tussenstap
In deel 2 van dit tweeluik kijken we naar de religieuze ideeën van de Mahatma inclusief ahimsa, zijn rol als staatsman en de fricties die daarbij ontstonden. Uit dit 1e deel kun je al heel wat voorbeelden van gewetensvol gedrag oppikken, les voor ons eigen leven.


Geef een reactie