We ontkomen niet aan een korte sequentiële biografie, want de ontwikkeling van Gandhi’s gedachtengoed heeft veel te maken met zijn levenservaringen. De eerste fase, van de geboorte in 1869 tot grofweg zijn carriérestap naar Zuid Afrika in 1893, was redelijk voorspelbaar. Zijn ouders waren middenkaste-hindoes, maar er waren zeker onder de ooms en tantes invloeden van Jainisme – een zeer geweldloze subbeweging binnen het hindoeïsme. Toen hij met fondsen van de familie een studie Rechten in de UK kon betalen en wilde gaan leidde dat tot excommunicatie uit zijn kaste door enkele Amish-achtige senioren; Gandhi’s eerste ervaring met racisme/groepsdwang vanuit de ‘eigen’ groep (en niet de racistische regeringsmensen).

