Toespraak van Jiun roshi gehouden op 10 maart 2026, de derde dag van een dai-sesshin
In de zenoefening gaat het erom het ware te verwezenlijken. We verwezenlijken dat wat waar is, dat wat werkelijk is. Dat klinkt heel aantrekkelijk en eenvoudig, maar de werkelijkheid is niet zo eenvoudig!
In de boeddhistische leer spreken we over één werkelijkheid, één waarheid, met twee aspecten: het relatieve en het absolute. We spreken dus over de werkelijkheid in zijn absolute staat van zijn en de werkelijkheid in zijn relatieve staat van zijn.
Als we beginnen met de zenbeoefening doen we dat op basis van onze ervaring met het relatieve aspect van de werkelijkheid. In die relatieve werkelijkheid bestaan kenmerken, oordelen, tegenstellingen, waarderingen: groen en geel, groot en klein, goed en fout, zwart en wit, beter en slechter. En daar komen we ook ontevredenheid of lijden tegen, en geluk. In onze cultuur en onze tijd ligt veel nadruk op gelukkig worden en dat wordt op allerlei manieren beloofd: via reclame, via filmpjes op social media – er is zelfs een tijdschrift met de titel Happinez. Het is een hype geworden om van alles te doen om vooral maar gelukkig te worden.
In onze beoefening horen we dat er ook een absoluut aspect van de werkelijkheid is en dat er daarin geen geluk is en ook geen pijn. Soms trekken we dan de foutieve conclusie, dat het er in de zenbeoefening om zou gaan geluk en pijn te laten verdwijnen. We noemen dat heel mooi het transcenderen van geluk en pijn. In dit verband wordt ook vaak geroepen dat alles een illusie is. Pijn is illusie, geluk is illusie, rijkdom, armoede, alles is illusie. Dus als je pijn in je buik hebt, dan ben je een domkop, nog niet verlicht, want immers: die pijn is een illusie. Als je huilt ben je nog niet verlicht, want het verdriet is een illusie.
Dat is natuurlijk niet wat de Boeddha ons leert. Denk je echt dat de Boeddha tegen iemand die kiespijn heeft zou zeggen: ‘Stel je niet aan, het is maar een illusie, die pijn is niet echt’?
De Boeddha heeft gesproken over het beëindigen van lijden, niet over het beëindigen van verdriet, of pijn, of ziekte.
Zo kennen we bijvoorbeeld de vijf herinneringen:
Het behoort tot mijn natuur om oud te worden. Er is geen manier om aan het ouder worden te ontsnappen.
Het behoort tot mijn natuur om ziek te zijn. Er is geen manier om aan het ziek worden te ontsnappen.
Het behoort tot mijn natuur om te sterven. Er is geen manier om aan het sterven te ontsnappen.
Alles wat me dierbaar is en iedereen van wie ik houd is aan verandering onderhevig. Er is geen manier om eraan te ontkomen dat ik van hen gescheiden zal zijn.
Mijn daden zijn mijn enige ware bezit. Ik kan niet ontsnappen aan de gevolgen van mijn daden. Mijn daden zijn de grond waarop ik sta.
Bij het zien van de ochtendster ontdekte de Boeddha de mogelijkheid om niet te hoeven lijden door verdriet, pijn of ziekte.
Je kunt dus gewoon door en door verdrietig zijn, zonder eronder te lijden. En ook zonder je te schamen, je schuldig te voelen, jezelf te veroordelen. Je kunt door en door gelukkig zijn, zonder angst om weer ongelukkig te zijn, en zonder je beter te voelen dan een ander.
Bij het zien van de ochtendster zag de Boeddha wat zijn zelf was op dat moment en realiseerde hij zich dat ieder moment, ieder gebeuren, zowel een absoluut als een relatief aspect heeft.
In de relatieve werkelijkheid zijn er, zoals al gezegd, wél kenmerken. Dat is een werkelijkheid die we nodig hebben om zwart van wit en zout van suiker te kunnen onderscheiden. Maar onderscheid maken kan ons ook in verwarring brengen. Het kan tot grote waardevolle ontdekkingen leiden, maar ook tot vervelende, misleidende voorstellingen.
Door ook het absolute aspect van de werkelijkheid te verwezenlijken, krijgen we de mogelijkheid in te zien hoe we door de relatieve kenmerken misleid kunnen worden.
Het zelf ontstaat van moment tot moment zodra de zintuigen contact maken met iets binnen of buiten ons. Het zelf ontstaat dus op het moment dat de bloem gezien wordt, de vogel gehoord wordt. Het is een beweging, steeds maar weer. We kunnen die beweging benoemen als geboren worden en sterven, of ontstaan en vergaan, of zijn en niet-zijn. Elk moment ontstaat en vergaat er weer een ander zelf.
Mijn meester noemde het een voortdurende beweging tussen het vervulde zelf en het bevrijde zelf. In de beweging van bevrijd naar vervuld ontstaat steeds weer het zelf, en in de beweging van vervuld naar bevrijd vergaat het steeds weer. Als we die twee polen van het zelf in hun volledigheid verwezenlijken, zijn ze beide bevrijdend.
Op het moment dat de Boeddha de ochtendster zag, was er een moment niets, maar dan ook niets anders dan de ochtendster. In zen zeggen we: de Boeddha realiseerde volledig het vervulde zelf als ochtendster. En dat is een bevrijdende gebeurtenis omdat de ochtendster nog geen ochtendster was en het zelf nog geen ‘ik’. We noemen zo’n bevrijdende gebeurtenis nu het realiseren van de boeddhanatuur, of het realiseren van het ware zelf.
Ook als we verdrietig zijn of blij, kunnen we het bevrijde en vervulde zelf realiseren, en dan is er geen lijden. Er ontstaat lijden als we blijven hangen tussen het bevrijde en vervulde zelf. Als we door gehechtheid niet meegaan in de beweging van het ontstaan en vergaan van het momentane zelf. Dan leven we vanuit illusie en niet vanuit het werkelijke gebeuren.
Wanneer we gedreven worden door begeerte, kwaadheid en onwetendheid in al zijn varianten, zijn we niet in staat het bevrijde en vervulde zelf te realiseren.
We willen te veel, te snel; we keuren af, er moet onmiddellijk iets anders komen. Snel snel, haast haast, om wat voor reden dan ook. En dus geen kans om het vervulde zelf te realiseren.
Daar kan de kshanti paramita ons helpen. Kshanti wordt meestal vertaald als geduld. Het helpt om de snelheid en gehaastheid uit ons leven te halen.
Mijn meester zei: wat er ook gebeurt of niet gebeurt in zazen, geduld ontwikkelt zich altijd wanneer je zit.
Er is een koan die vraagt: wat realiseerde de Boeddha toen hij de ochtendster zag?
Wanneer ik je die koan gaf en je zou daarop antwoorden dat hij een mooie ster zag, dan zou ik zeggen: ‘Ja, dat zou kunnen. Maar dat is niet hoe de Boeddha zijn boeddhanatuur realiseerde.’
Een goede dag!


Geef een reactie