Vaak voel ik mij schuldig. Over gedachten, gevoelens, over dingen die ik doe of gedaan heb. Zoals: laatst liep ik naar een plaatselijke supermarkt, toen een jonge vrouw in een volstrekt doorzichtige lange jurk die ze tegen de hitte van de laatste tijd aangetrokken had, de weg overstak. Wat ze daaronder aanhad weet ik niet, want dat lag vermoedelijk thuis. De zon bescheen alles nadrukkelijk, dus ook die doorzichtigheid. De innerlijke restanten van mijn snel verouderende mannelijkheid meldden zich snuffelend en ik voelde Begeerte.
Henk – Goed en Kwaad
In mijn achtertuin had ik geheel eigenhandig een kuilgrot uitgegraven. Nadat ik me in een bordeauxrood gewaad had gewikkeld, en een kussen van gedroogd gras tegen pijnlijke gluteus maximussen had neergelegd ging ik zitten. Vooraf sprak ik de gelofte uit dat ik niet meer zou opstaan vóórdat ik ‘Het’ bereikt had.
Henk – De Staat
De essentie van De Staat, zoals ik hem voor het gemak maar even noem, is niet dat er iets aantoonbaars, grijpbaars, meetbaars, onderscheidbaars, leesbaars of zelfs maar aanwijsbaars is, hoe hard er ook geschud wordt.
Henk – katerlijden
‘Als een braaf dzogchenbeoefenaar probeerde ik mijn ernstig verstoorde staat van zijn zichzelf te laten bevrijden en niet al mijn gedachten te volgen die stormenderhand opkwamen. Te vergeefs. Ik had er gewoon zwaar de pest in.’
Henk – Boeddha
Een goede vriendin van mij, ex-boeddhistische non, heeft twee zoontjes, op het moment dat dit speelde respectievelijk 5 en 7 jaar. De oudste, Durk, reed op een goede dag met mij mee naar mijn huis, een woonboerderij in het noorden van Friesland. Ik logeerde met mijn vriendin in een tijdelijke functie als oppas in het huis van die boeddhistische vriendin; we hadden haar zoontjes omdat ze zo lief waren geweest pannenkoeken beloofd.
Henk – willebeest
‘Wij zijn ons brein,’ filosofeert Dick Swaab, terwijl daar geen enkele wetenschappelijke bewijsvoering voor bestaat, volgens criticasters. ‘We are our thoughts, but we are not our brain,’ zei een Tibetaanse lama tijdens een bijeenkomst die ik in het voorjaar bezocht, en daar houd ik mij aan, zoals Olivier B. Bommel placht te zeggen.
Henk – Dzogchen, een staat van zijn
Dzogchen is de werkelijke, natuurlijke staat van zijn, die iedereen al bezit en die alleen nog maar ontdekt hoeft te worden, een staat voorbij alle concepten.
Henk – Vergankelijkheid
Adriaen Valerius schreef een lied, genaamd ‘Die winter is verganghen,’ Adriaen zelf is trouwens ook al lang verganghen.
Maar de symboliek wordt wel heel mooi neergezet in regel twee: ‘Ic sie des meienschijn.’
Het éne gaat, het andere komt.
Henk – Houvast
Dat geeft een paradoxaal gevoel van zekerheid, een soort spirituele houvast. De zekerheid dat we ons druk om niks maken. Zoiets als de herkenning wat in elke bevrijdingsleer geldt: dat de identiteit niet inherent bestaat. Dat alle verschijnselen niet zelfstandig kunnen bestaan en derhalve leeg zijn. Dit alles waargenomen door een waarnemer die niet werkelijk bestaat. Mensen zoeken daarnaast in het normale leven houvasten in concepten die even onbereikbaar zijn als onrealistisch. Oorlog als conflictoplossing. Vrede is er ook zo een.
Henk – Leeftijd en dharma
Ik zag een oudere buurman (ik heb inmiddels dezelfde leeftijd) op straat stilstaan, terwijl hij zoekend om zich heen keek. Hij wist achteraf niet meer waarom hij naar buiten was gegaan. Maar hij wist ook de weg naar zijn huis niet meer. Hij had een dun overhemdje aan, waar de koude regen (het was november), overheen stroomde. Ik bracht ik hem snel naar waar hij wezen moest. Hij keek zoekend om zich heen, en mompelde: ‘Ah… ja, hier woonde ik.’ Ik begeleidde hem naar binnen en zette thee, die hij dankbaar naar binnen slurpte. ‘Weet je wat het is,’ zei hij en nam nog een slokje.’ Oud worden is niet zo erg. Maar oud zijn…’
Gemijmer over vrijheid en ander ongemak
Vandaag is het in Nederland Bevrijdingsdag, de 5e mei. Is bevrijding hetzelfde als vrijheid? Ben je vrij als je bevrijd bent? Of als je de vrijheid hebt om elkaar met maling aan de regels onbeperkt met Covid 19 te besmetten?
Hondje
Toen knalde er dichtbij vuurwerk. Hartje zomer. Of het was de terugslag van een klep in een automotor. Of er werd geschoten. Tenslotte begint dit verhaal in Amsterdam, waar schietpartijen volkomen normaal zijn.
Belangeloze goedheid 2
Waarom vul ik mijn dagen niet met slakken van de weg plukken? Dat lijkt zinvoller en altruïstischer dan bijvoorbeeld columns schrijven.
Armageddon
We deelden om beurten een fitnessapparaat dat de borstspieren verstevigt. Zij was een vrouw met donker haar en bruine ogen, een lieve uitstraling, een grote halfedelsteen in een zilveren hangertje om de hals.
Blijde boodschap
Hij stond vaak al op de uitkijk voor het raam. ‘Há!’ riep hij dan strijdlustig.
‘Laat ze maar komen! Ik lust ze rauw!’
Ongemakkelijke stiltes
Stilte. Puf. Slurp. Puf. Slurp. Stilte. ‘Nog een bakje? vroeg Spoelstra. Ik bedwong mijn neiging om ‘Neee!!’ te brullen, maar huichelde: ‘Nou, graag, de koffie hier is in elk geval alvast lekker.’ Mijn opmerking gleed af als een stukje kokosvet van de rand van een hete koekenpan en smolt even hard weg. Intussen vertelde ik mezelf dat als ik déze zwijgsessie doorkwam, ik beslist het ergste had gehad.
(R)evolutie
We schrijven mei 1969. De Beatles gaven hun laatste publieke concert vanaf het dak van Apple Records. De studentenopstanden in Europa braken na de revolte in Parijs in mei 1968 uit en waaiden over naar Nederland. De Katholieke Hogeschool Tilburg werd door studenten bezet. Ze eisten democratisering van het hoger onderwijs.
Nogmaals Midas
‘Is alles goed met uw poes?’ vroeg ze. ‘Eh… ja hoor,’ zei ik ondanks mezelf toch lichtelijk verrast. ‘Want hij heeft maar drie pootjes,’ vervolgde ze licht beschuldigend.
Dzogchen, dualiteiten en conditioneringen
Best wel lastig trouwens, om je voortdurend bewust te zijn van die dualistische visie op alles. Geconditioneerd als we zijn door opvattingen, overtuigingen, door ons identificatie- en associatievermogen, door ons gelijk hebben over gelijk hebben.
Irritaties
Ik ben behoorlijk neurotisch en intolerant, dus.
Rooie mensen
Op de Rozengracht kwam volkomen onverwacht een man uit een zijstraatje gelopen met de onverwachtheid van een ouderwetse opgewonden speelgoedauto die zojuist losgelaten was. De man kwam direct ongehinderd naast me lopen en begon meteen tegen me te praten, alsof hij een onderbroken gesprek hervatte.
Onverschilligheid
Van de tien jaar waarin Doede en ik tot elkaar veroordeeld waren vonden de meeste contacten in de gevangenis plaats. Dat was wel zo veilig, want in de spreekkamer kon hij weleens agressief worden.
Treurnis
In een mooie tuin stond een treurwilg. Zijn naam was Treurnis, maar hij noch iemand of iets anders wist hoe hij ooit aan die naam was gekomen. Hij had zijn vader of moeder niet gekend, want die waren al knetterend in rook opgegaan in een houtkachel, nog vóór hij van wilgenteen wilg werd.
Vergeten
Hoe heeft dit eigenlijk zover kunnen komen? Die vraag stel ik mezelf tegenwoordig wel vaker.
Ik sta voor de spiegel (altijd leerzaam) en stel mezelf die vraag nadat ik de rimpels, kraaienpootjes, huidoneffenheden, grove poriën, hangwangen, grijze haren en baardstoppels eens goed bekijk. Best wel dapper van mezelf.















