Ken je die van de man die voor zijn blindedarm naar de oogarts ging?
Nee Hans, vertel.
Hoezo vertel?
Van de man die voor zijn blindedarm naar de oogarts ging.
Dat was ’m al.
Wat is dan de grap?
Dat de man naar de werkelijkheid keek door de bril van zijn woorden. Voor een blinde darm ga je naar de oogarts, dacht hij. Een triviaal voorbeeld van woordblindheid, toegegeven, niet alle voorbeelden zijn zo doorzichtig.
Onder woordblindheid versta ik hier geen dyslexie maar het onvermogen om door je woorden heen te kijken, erachter, eromheen, ervoorbij. De woorden aanzien voor de werkelijkheid. Denken dat er achter ieder naamwoord een werkelijkheid schuilgaat. Woordblindheid is verblind zijn door woorden.
Minder doorzichtige voorbeelden van oogverblindende woorden zijn ‘bril’, ‘woord’ en ‘werkelijkheid’ in de zin ‘Woorden zijn brillen waardoor je naar de werkelijkheid kijkt.’
De zin ‘Woorden zijn brillen waardoor je naar de werkelijkheid kijkt’ is ook weer een bril waardoor je naar de werkelijkheid kijkt.
De zin “‘Woorden zijn brillen waardoor je naar de werkelijkheid kijkt’ is ook weer een bril waardoor je naar de werkelijkheid kijkt” is op zijn beurt een bril waardoor je naar de werkelijkheid kijkt, et cetera.
Deze reeks doorzien, is pas echt je bril afzetten. Behalve dat dit ook weer woorden zijn.
De zin ‘Deze reeks doorzien, is pas echt je bril afzetten’ doorzien, is pas echt je bril afzetten. Behalve dat dit ook weer woorden zijn, enzovoort. Wat een giller. O, kun je er niet om lachen.
Wacht, niet weglopen, ik weet er nog een! Hoe ging hij ook alweer, o ja, haha, ken je die van de vrouw die voor haar wondroos naar de bloemist ging?

