Demi: Denk jij dat we onszelf kunnen bevrijden van het lijden?
Hans: Het is denkbaar.
Demi: Hoe dan?
Hans: Door onszelf te doden of te laten doden bijvoorbeeld.
Demi: De dood is het einde van het lijden?
Hans: Aangenomen dat je dan niet meer bestaat of nooit meer kunt lijden.
Demi: En mijn kinderen, kan ik die behoeden voor het lijden?
Hans: Op dezelfde manier met hetzelfde voorbehoud. Of door ze niet te verwekken natuurlijk.
Demi: Als ze niet verwekt zijn, kunnen ze ook niet lijden, wou je zeggen.
Hans: Aangenomen dat ze vóór hun verwekking nog niet bestaan of nog niet lijden.
Demi: Hoe kan iemand die nog niet verwekt of al overleden is nog lijden?
Hans: Doordat hij ergens anders of op een andere wijze al of nog bestaat?
Demi: Als wat?
Hans: Als lichaam in een andere wereld? Als geest of ziel in een andere dimensie? Op een voor ons onvoorstelbare wijze?
Demi: Maar om iemand te behoeden voor het lijden op aarde moet je hem doden of laten doden of voorkomen dat hij verwekt wordt?
Hans: Afgezien van het lijden dat je daarmee veroorzaakt bij hem en bij zijn nabestaanden, en aangenomen dat hij niet meteen weer reïncarneert, anders blijf je aan de gang.
Demi: Denk jij dat alle voelende wezens lijden?
Hans: Dat moet je alle voelende wezens vragen.
Demi: Dat is toch geen doen?
Hans: Lijkt me ook niet. Alleen al omdat de meesten overleden zijn of nog geboren moeten worden, of niet of nog niet of niet meer kunnen praten. Van degenen die je het wel kunt vragen weet je nooit of ze de waarheid spreken, liegen of confabuleren.
Demi: Heb jij het lijden overwonnen?
Hans: Natuurlijk niet. Wel lijd ik geestelijk veel minder dan toen ik jong was en nog vol ideeën en idealen zat.
Demi: Ken jij iemand die het lijden heeft overwonnen?
Hans: Alleen uit verhalen. Ik heb nooit iemand gekend van wie ik dacht dat hij het lijden voorbij was.
Demi: En volgens jou is het ook nog eens onzeker of iemand vóór zijn geboorte en na zijn dood vrij is van lijden.
Hans: Sommigen denken van wel, anderen van niet. Sommigen geloven dat het afhangt van je zonden of je karma, anderen geloven dat er geen leven is vóór je verwekking of na je dood. Wat denk jij?
Demi: Als je er niet meer bent, ben je vrij van lijden, denk ik.
Hans: Om ergens vrij van te kunnen zijn moet je er wel zijn, lijkt mij. Als persoon, als geest, als ziel, als engel, als universeel bewustzijn, als gedachte in god, als god of hoe dan ook. Ben je er niet dan ben je ook niet vrij. Dan rust je ook niet in vrede. Wat de nabestaanden zich ook in het hoofd halen en op je grafsteen zetten.
Demi: Na je dood ben je er nog een tijdje als stoffelijk overschot. Misschien dat je in die tijd…
Hans: Weleens een lijk gezien?
Demi: In het echt alleen dat van mijn opa.
Hans: Zag het eruit alsof het even lekker bij lag te komen van het leven?
Demi: Het zag eruit alsof er geen leven meer in zat en nooit in had gezeten.
Hans: Nou dan.

