‘Als de vrije wil een illusie is, kan niemand mij meer laf noemen, Hans.’
‘Als de vrije wil een illusie is, kan niemand zich daarvan weerhouden.’
‘Maar dan hoef ik me er niets van aan te trekken, ik heb immers geen keus.’
‘Maar dan heb je ook geen keus meer of je je er iets van aantrekt.’
‘En dan hoef ik mezelf ook niet meer laf te vinden.’
‘Ook daar heb je dan niets over te zeggen.’

