De computer is zover doorontwikkeld dat hij in vele opzichten de taken van kantoormedewerkers beter en sneller uitvoert dan de mens: efficiënter, nauwkeuriger en zonder fouten. Kunnen wij mensen, met ons gebrekkige geheugen en onze neiging tot vergeten, werkelijk opboksen tegen zulke concurrentie? Omdat de computer onze eigen uitvinding is, voelen we er soms een zekere sympathie voor. We bewonderen zijn precisie en betrouwbaarheid. Waarmee het op informatieverwerking aankomt, is de computer simpelweg een tegenstander. Een vijand. Hoe we die vijand kunnen verslaan, is een vraag die we serieus onder ogen moeten zien. Want wat feitenkennis en zijn geheugen betreft, is de computer ons al lang voorbijgestreefd (bladzijde 271).
De vergeten kunst van het vergeten
Shigehiko Toyama, voormalig hoogleraar Engelse literatuur aan de universiteit van Tokyo, betoogt dat het fabelachtige geheugen van de computer tegelijkertijd zijn grootste zwakheid is. Een computer kan niet vergeten. Daarom kan een computer geen persoonlijkheid ontwikkelen, hij kan niet vermoeden wat een andere persoon doormaakt en hij kan niet creatief zijn (bladzijde 272). Wij mensen beoordelen voortdurend alles wat we leren kennen op zijn zinvolheid en betekenis. Als iets voor ons niet zinvol is, vergeten we het gewoon. Een computer kan geen zin van onzin onderscheiden en kan daarom niet vergeten.
De meeste mensen beseffen dit niet, ze hebben geleerd dat vergeten een schande is. Als je echter iets vergeten bent, dan betekent dat nog niet dat je het niet begrijpt. Ik herinner me dat ik op de middelbare school eens voor de klas moest komen en door de leraar werd overhoord. Het ging over goniometrische formules. De leraar vroeg me naar de cosinusregel en ik zei dat ik die vergeten was, maar dat ik hem wel even kon produceren. Dat wilde hij wel eens zien. Ik tekende dus de bekende rechthoekige driehoek met de 3 zijden a, b en c op het bord en kwam inderdaad na een aantal regels met de juiste formule op de proppen: c² = a² + b² – 2ab cosinus a. Ik zou dus een modderfiguur slaan in het programma “De slimste mens”, maar Toyama zou verheugd in zijn handen klappen.
In zijn boek Shikō, De Japanse kunst van het helder denken, laat hij zien hoe we creatief kunnen omgaan met onze vergeetachtigheid. Daarbij moeten we beginnen met onze gehechtheid aan kennis op te geven. Het is belangrijk om op jezelf te vertrouwen en niet op je kennis, want alleen zo kun je verder kijken dan je neus lang is. Alleen zo kun je de neiging tot star dogmatisme, die eigenlijk niets anders is dan een soort denkkramp, geleidelijk overwinnen.
Zweefvliegtuigen
In zijn boek gaat Toyama uitgebreid in op alle aspecten van kennisontwikkeling waarbij hij er steeds op hamert dat we zelf moeten leren denken en zelf moeten leren onderzoeken wat onze ideeën waard zijn. Volgens hem zijn deze vaardigheden voor een groot deel verloren gegaan. Hij vergelijkt de huidige student met een zweefvliegtuig: een vliegtuig dat door uitwendige energiebronnen van de grond getrokken moet worden en alleen door zijn lichtheid en bescheidenheid kan blijven vliegen. Hij contrasteert dit met het beeld van een gemotoriseerd vliegtuig dat zelfstandig kan opstijgen en landen en dan ook nog veel passagiers kan dragen. Het doel van het boek is om de lezers te leren van een zweefvliegtuig te veranderen in een moderne straaljager.
Om deze metamorfose tot stand te brengen heeft de schrijver zes hoofdstukken nodig. Het eerste hoofdstuk is een inleiding en het geeft een aantal praktische adviezen. Het tweede hoofdstuk behandelt de kunst van het laten ontstaan van creatieve inzichten en onverwachte invallen. Daar is geduld voor nodig en je moet ruimte in je hoofd creëren. In het derde hoofdstuk krijgt de lezer een aantal adviezen over hoe hij of zij een archief kan aanleggen met aantekeningen en uittreksels, zodat alles wat gelezen en bedacht wordt, en vervolgens weer vergeten, niet voorgoed verloren gaat. Het vierde hoofdstuk beschrijft een aantal manieren om het overzicht houden. Je moet wel vergeten en weggooien van wat overbodig is geworden, maar je moet ook leren het waardevolle te behouden. Het is bijvoorbeeld noodzakelijk om soms boeken weg te doen, maar let op dat je bewaart wat je later nog kunt gebruiken. Het vijfde hoofdstuk gaat over de relatie tussen denken en spreken en het opdoen van wijsheid. Toyama heeft veel respect voort volkswijsheid en spreekwoorden. Het zesde hoofdstuk ten slotte is misschien wel een van de meest interessante hoofdstukken van het boek. Het gaat over de kunst van het denken en van de relatie tussen denken en werkelijkheid. We leven volgens Toyama in twee werelden: de wereld van de begrippen en de wereld van de ervaring. Beide werelden zijn van elkaar afhankelijk, maar we vergeten dit vaak en laten dan een van beide ons leven bepalen terwijl we de andere verwaarlozen.
Een praktisch boek
Het is een rijk boek. Het staat vol praktische tips en goede adviezen, allemaal verduidelijkt met heldere voorbeelden. Het is niet verwonderlijk dat het al reeds vanaf de eerste uitgave in 1983 een bestseller is geweest. Het is mooi dat Uitgever Alfabet nu dit boek in een Nederlandse vertaling uit het Japans van Thom van Dam heeft uitgebracht. De titel vind ik alleen wel misleidend. Het is geen Japanse kunst van het helder denken, maar meer een uitgebreid advies en begeleiding bij het schrijven van een universitair werkstuk. De voorbeelden die de schrijver aanhaalt zijn dan ook niet uitsluitend Japans, de schrijver put ook rijkelijk uit de geschiedenis van de Engelse literatuur.
Het nadeel van al deze adviezen is dat ze voor een deel wel erg persoonlijk zijn en niet allemaal op gedegen onderzoek berusten. Als Toyama bijvoorbeeld op bladzijde 26 adviseert om vroeg op te staan en voor het ontbijt een groot deel van je werk te doen, dan zullen vele deskundigen hun hoofd schudden. Het is immers al lang geleden duidelijk gebleken dat juist het ontbijt de noodzakelijke bloedsuikers levert die nodig zijn voor het effectief functioneren van de grijze cellen. De afgelopen jaren is in Nederland op vele scholen een gemeenschappelijk ontbijt ingevoerd en de leerprestaties sprongen daarna omhoog.
Het is dus belangrijk om de adviezen van de auteur direct al tijdens het lezen ter harte te nemen en zelfstandig na te denken. De lezer zal dan merken dat er heel veel waardevols in het boek te vinden is, wat bovendien direct in de praktijk kan worden toegepast.
Toyama is kritisch over het bestaande universitaire systeem dat verkokering en intellectuele inteelt bevordert (bladzijde 191). Je zou kunnen zeggen dat volgens hem studenten worden aangemoedigd zoveel mogelijk te schrijven wat ze in opdracht al hebben gelezen en daarbij niet meer toe te voegen dan zo hier en daar een leesteken. Zo kan niemand zich een buil vallen en is alles correct. Sinds de invoering van geprogrammeerde kunstmatige intelligentie is zelfs dit natuurlijk niet meer nodig. Een handige student kan dit nu door de computer laten doen en alleen zelf hier en daar wat veranderingen aanbrengen. Voor technische studies is dit niet erg, temeer omdat daar de kwantiteit steeds belangrijker wordt. Het is echter wel de doodssteek voor de geesteswetenschappen.
Sommige lezers zullen misschien denken dat de nadruk op het creëren van ruimte in je hoofd en te vergeten iets maken heeft met de Japanse cultuur. Dit is echter een vergissing. Het is ook in Nederland onder experts al decennia gemeengoed dat veel inzichten tot stand komen buiten het rationele denken om. Eigenlijk is ons logische verstand nog maar net in staat om ons goed te adviseren bij het kiezen van een nieuw paar schoenen. Bij zaken die belangrijker of ingewikkelder zijn is het beter om de beslissing uit te stellen en er zo nodig een nachtje over te slapen, zodat ons onbewuste denken, vaak intuïtie genoemd, het verlossende woord kan spreken.
Het is al met al een nuttig boek en het leest prettig. De vertaling uit het Japans is vlot en de schrijver staat zeer dicht bij de lezer. Toyama doet echt zijn best om alles duidelijk en geduldig uit te leggen met behulp van veelzeggende voorbeelden. Het is alsof je bij hulpvaardige wijze leraar op de thee komt. Toyama beveelt niet en komt niet met absolute uitspraken. Hij adviseert, hij zegt als het ware “probeer dit en dat eens, het is mij goed bevallen”.
Misschien een leuk boek voor de vakantie, dan kun je daarna met nieuwe moed er weer tegenaan.


Geef een reactie