Feestje in mijn hoofd van Stine Jensen is een kleurig boekje over geluk. Stine Jensen is de winnaar van de Zilveren Griffel, de vakprijs voor de beste kinderboeken. Dat zie je terug in het boek. De mooie illustraties zijn van Karst-Janneke Rogaar. Het is een eigentijds boekje met een leerzaam thema. Handig om de emotionele ontwikkeling van een kind te volgen en te begeleiden.

De teksten zijn geschikt om te worden gelezen door kinderen die hier belangstelling voor hebben, en bijvoorbeeld in een dip zitten en een mentaal oppeppertje nodig hebben, maar ook ouderen kunnen er hun voordeel mee doen. Ouders/grootouders of verzorgers kunnen per hoofdstuk voorlezen en die tekst als basis gebruiken voor een gesprek met het kind. Voor mij is na lezing wel de vraag of een kind van zeven tot elf jaar zelfstandig dit boek zal kiezen en uitlezen. Misschien elke dag een hoofdstuk. Maar dan toch wel altijd terugkoppelen naar een ouder iemand, het thema kan zwaar zijn voor jonge kinderen die zich niet gelukkig voelen.

Stine begint om in de inleiding de vraag te stellen: Wat is geluk? En hoe werkt geluk in je lichaam? Kun je geluk meten? Wat maakt gelukkig? Hoe maakbaar is geluk? Maakt mooi zijn gelukkig? Hoe maak je iemand ongelukkig? Maakt geld gelukkig? Zijn dieren gelukkig? En tot slot: Hoe gelukkig ben jij?

Het boek is prettig te lezen, de informatie wordt afgewisseld met plaatjes en tips/oefeningen en interviews over geluk met zeven, acht, tien en elfjarigen. Stine is filosoof en dat zie je terug in de teksten met informatie. Besproken wordt onder andere The World Happiness Index en The Child Happiness Index. Bekende filosofen, onder wie Aristoteles, Epicurus en de piramide van Abraham Maslow met de basale behoeften van de mens passeren de revue.

Waar elk mens er meestal veel van heeft zijn hormonen. Stoffen die de mens een geluksgevoel geven.

Endorfine is de grootste geluksboodschapper in ons brein en tevens een natuurlijke pijnstiller. Dat wat mensen typisch als geluk of vrede ervaren is in het brein vooral herkenbaar aan een rijkelijke dosis van deze hormonen. Endorfinen hebben namelijk een opiaatachtig karakter die ons een universeel gevoel van liefde en vrede laten ervaren. Het komt vrij bij heel verschillende activiteiten in veel verschillende situaties: bij het sporten, tijdens de seks, na het vallen van de fiets en bij het volbrengen van kleine alledaagse taakjes, zoals een brief op de post doen of de afwas drogen.

Serotonine: hoewel het de veelzijdigheid van deze stof geen recht doet, wordt dit ook wel het zelfvertrouwenmolecuul genoemd. Mensen bij wie deze neurotransmitter rijkelijk stroomt hebben van nature veel zelfvertrouwen en tevredenheid over zich. Mensen die deze stof minder makkelijk aanmaken, zijn daarentegen wat afhankelijker en zoekender van aard. Ze zoeken eerder naar bevestiging buiten zichzelf en raken sneller verslaafd aan genotschenkende middelen.

Dopamine wordt ook wel de belonings- of anticipatiemolecuul genoemd. Het komt vrij als wij onze doelen proberen te bereiken. Het laat ons zoeken en jagen naar zaken die ons plezier en vreugde geven, zoals eten, seks en andere fijne ervaringen. Verslavende drugs zoals cocaïne, maar ook het eten van vet en zoet voedsel werken direct in op dit interne beloningssysteem. Het gevaar van veel drugs (en het leven in een welvaartmaatschappij waarin alles direct voorhanden is) is dat het ons de natuurlijke motivatie ontneemt om op een natuurlijke manier onze doelen te willen bereiken.

Oxytocine wordt ook wel het knuffel- of bindingshormoon genoemd. Dit hormoon laat ons verbonden met elkaar voelen. Oxytocine laat zien hoe belangrijk intimiteit, vertrouwen en vriendschap zijn voor ons welzijn. Het zorgt voor meer vertrouwen en loyaliteit tussen mensen. Mensen die van elkaar houden, stimuleren dit hormoon alleen al als ze aan elkaar denken. Maar het werkt ook andersom: mensen die tijdens onderhandelingen oxytocine toegediend krijgen, zijn aardiger en liever voor elkaar. Zoals de term knuffelhormoon al laat doorschemeren, zorgt lichamelijke intimiteit ook dat de oxytocinen toenemen. Wanneer fysiek contact ontbreekt kan chocola of een warm bad de oxytocine-aanmaak stimuleren.

Een variatie op het thema geluk is de bespreking van de drie c’s: compassie, competitie en controle, zaken die een mens ongelukkig maken (pagina 49). Voor de kinderen staan in het boek gedichten en advies over yogales en mindfulnessoefeningen. Al met al een prettig boek om samen te lezen en eventueel met het kind de oefeningen te doen.

Anna Conter recenseerde dit boek voor het Boeddhistisch Dagblad.
Het boek is uitgegeven door uitgeverij Kluitman in Alkmaar.

 

 

Categorieën: Boekbespreking
Tags: , , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk