Vorige week zag ik op televisie een aflevering van Arjen Lubach’s Avondshow over voedselzekerheid (Hebben we genoeg eten in Nederland als er een oorlog uitbreekt? | LUBACH – YouTube). Korte samenvatting: de BBB heeft ‘voedselzekerheid’ op de kaart gezet, we hebben zelfs een ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Boeren protesteren met borden als “wie de boer niet eert heeft van het verleden niets geleerd” en diverse politici verwijzen naar de 2e Wereldoorlog en de Hongerwinter als ze willen opkomen voor de veehouders en protesteren tegen het stikstofbeleid en een krimp van de veestapel. Het beeld van Nederland voedsel-exportland was al aan herziening toe, nu heeft Lubach het hele verhaal, gebaseerd op harde feiten, gevisualiseerd en op de voor hem kenmerkende humoristische toon uiteengezet. Het terugkijken waard! De conclusie is overigens dat de huidige status van de voedselzekerheid in Nederland gering is vanwege de afhankelijkheid van import van veevoer, en dat we juíst door de veestapel te laten krimpen, en te kiezen voor meer plantaardig en minder dierlijk voedsel, een transitie kunnen maken naar méér voedselzekerheid. Dus granen en peulvruchten verbouwen in plaats van veevoer, want als je voedsel eerst aan dieren geeft om later die dieren op te eten, ben je heel inefficiënt bezig. Als er een oorlog uitbreekt kun je dus beter aardappelen en graan verbouwen dan gras.
In de still van de video zie je in het linker boven-kwadrant een schematische weergave van Nederland, met ongeveer 50% van de oppervlakte als boerenland, waarvan ongeveer 75% voor veevoer en 25% voor ‘mensenvoer’ en bloemen. Het blauwe vlak ernaast is de oppervlakte die daarnaast buiten Nederland nodig is om ons voedsel te importeren, zoals avocado’s, cacao, koffie en thee. Daarnaast is er nog een oppervlakte nodig die ongeveer gelijk is aan Nederland om direct en indirect veevoer te produceren voor ons vee. Het is glashelder dat we met minder vee minder veevoer zouden hoeven te importeren en te verbouwen, daardoor zou onze voedselzekerheid toenemen, terwijl we ruimte overhouden voor, bijvoorbeeld, woningbouw.
Vandaag een recept voor pasta met spinazie-avocadosaus en paddenstoelen. Deels import, deels lokaal gekweekt. De avocado heeft een lange reis achter de rug: niet zo duurzaam, maar het is wat het is. Ik had graag een recept met alleen Nederlandse producten gedeeld hier maar niets wat ik deze week gemaakt heb (onder meer de bloemkoollasagne en de pindasoep) komt in de buurt. Zonder citroenen en olijfolie koken zou voor mij bovendien een hele uitdaging zijn. Je zou de avocado kunnen vervangen door inheemse (wal)noten maar dan heb je wel een heel ander recept, en een minder groene saus.
Ingrediënten voor 3-4 personen:
- 300 g (volkoren) pasta
- 1 grote teen knoflook (of 2 kleine) in plakjes
- 1 grote eetrijpe avocado, ontpit en geschild; eventueel te vervangen door een handvol (wal)noten
- 300 g spinazie
- Sap van ½ citroen (of een hele als je van zuur houdt)
- 4 eetlepels olijfolie plus nog een scheutje
- 250 gram champignons (of bospaddenstoelen, lekker lokaal) schoongemaakt en in plakjes
- Tijm, basilicum of andere kruiden
- Zout en peper
Kook de pasta al dente volgens de aanwijzingen op de verpakking. Giet af maar bewaar een beetje kookvocht. Mix ondertussen in een keukenmachine de knoflook, avocado, spinazie, citroensap en olijfolie met een snufje zout tot een gladde groene saus. Heb je basilicum dan past dat er ook heel goed bij. Bak de paddenstoelen in een scheutje olijfolie goudbruin en gaar, voeg een snufje zout toe, eventueel wat tijm.
Meng de pasta met de spinazie-avocadosaus en wat kookvocht. Serveer de spinaziepasta met de paddenstoelen en liefst versgemalen peper.


Geef een reactie