In deel 1 van dit tweeluik https://boeddhistischdagblad.nl/boeddhisme/969010-dharma-beoefenen-in-zuid-azie-deel-1-fulltimers/ besprak ik de adviezen vanuit neo-boeddhisme voor ‘fulltime’ boeddhisten. Nu die voor parttimers. Hoewel er verschillen zijn tussen de cultuur in Zuid-Azië en in onze West-Europese setting kun je van veel adviezen ook voor de Westerse situatie wat leren.
Wat is een parttime boeddhist?
De parttimer is een toegewijd boeddhist, maar kan i.t.t. de fulltimer een relatief beperkt deel van zijn/haar energie in Dharmaduta steken. Dit vanwege verplichtingen in de maatschappij, naar gezin en carrière toe. Zhij heeft bijvoorbeeld nog kinderen onder de 21 thuiswonend, waarvoor verantwoordelijkheid genomen is en moet blijven – of is mantelzorger voor oudere familieleden. En zhij heeft nog een actieve carrière, geen pensioen of andere uitkering. (Als klein voorbeeld in mijn praatje pak ik mijn eigen ‘transitie’: de twee Aziatische pleegkinderen zijn al 15 jaar het huis uit, en volgend jaar doemt de pensionering. Dus per definitie zal ik veranderen van parttimer tot fulltimer.) Anderzijds kan de parttimer vaak financieel meer bijdragen aan boeddhistische en niet-boeddhistische Goede Doelen waaronder betalen voor het in leven houden van Dharmacentra/tempels. Een extra reden om parttimers niet als lager of hoger dan fulltimers te zien!
Afhankelijk van de sangha waartoe je behoort kun je met je parttime-status ‘upasaka’ zijn of lera(a)r(es). In mijn eigen sangha kan een parttimer dhammamitra zijn of dhammachari zijn. En daarmee kun je dus prima leraar zijn, hoewel een groter percentage van de leraren fulltimer is.
Algemene adviezen voor parttimers
Ik kijk nu eerst vanuit o.a. de Sigolavada soetra en Ambedkar’s commentaar daarop naar wat iemand een hedendaags parttime boeddhist maakt. Daarna duik ik in een dimensie rond familieleven en maatschappijstructuur die, ieder op geheel eigen wijze, zowel in het Westen als in Azië erg belangrijk is in de interactie met het boeddhisme: de voorwaarden om je te ontwikkelen tot een wijs boeddhist (Arya).
Het basisadvies van Boeddha voor parttimers is ‘dana, sila en samadhi’. Oftewel beginnen met vrijgevigheid, daarna de rest van de ethische adviezen/leefregels en uiteindelijk tijd vrijmaken voor meditatie. We beginnen dus met dana: de parttimer heeft een attitude om te helpen waar zhij dat kan en waar dat het meeste nodig is. Zeker niet gelimiteerd tot de eigen familie en directe vrienden, dan zou het geven ook veel te makkelijk een ruiltransactie worden – je verwacht er wat voor terug. En ook niet met een prioritering waar geven (van tijd en/of geld) aan Dharmacentra/tempels of fulltimers altijd beter zou zijn dan pakweg het helpen van armen in jouw omgeving of het tijd steken in ouderenzorg. En natuurlijk vooral in het belang van de ontvanger en liefst anoniem; te veel zie je in Azië nog donaties waar de naam van de gulle gever bijna in neonletters zichtbaar moet zijn…
Uitvergroten van punya (‘verdiensten’) is onverstandig, en leidt tot gehechtheid aan geven; punya is gewoon karma-vipaka in algemene zin en mag nooit een doel zijn. Terug naar die dienstbaarheid-benadering: de parttimer is zeker ook in staat te helpen met verspreiden van Dharma, al zal het meer indirecte (bijv. organisatie-) steun zijn dan direct lesgeven. Er is een nauwe samenwerking met de fulltimers; die niet puur vanwege haar/zijn pij ‘hoger’ zijn dan de parttimers. Er is in die samenwerking wederzijdse spirituele vriendschap en respect om wat de ander voor de Dharma doet – en misschien omdat ie lera(a)r(es) is.
De rest van de ethische leefregels dan. Ik pak even de positieve versie er uit (kusala-kammas), die bevatten automatisch ook de negatieve panca-sila versie. Je streeft naar Metta, vrijgevigheid, rust-eenvoud-tevredenheid, eerlijkheid en een heldere geest. Zowel Ambedkar als Sangharakshita citeren regelmatig uit de Sigolavada soetra, de adviezen van Boeddha naar Sigala de familieman. Doch voegen nadrukkelijk toe dat er in de 2500 jaren sinds die tijd forse veranderingen in de maatschappij geweest zijn, meer nog in het Westen dan in Zuid-Azië. Zo gaat het familieleven nu uit van gelijkwaardigheid van Man en Vrouw inplaats van de ondergeschiktheid van destijds, en is ook je omgang met eventuele huisbedienden gebaseerd op een netjes arbeidscontract zonder semi-slavernij. Ook de opvoeding van kinderen gaat heel anders dan destijds – daar kom ik straks in de paragrafen over Arya-versus-groep nog op terug.
Groep versus Arya 1: ideaalbeeld
Die groepsdimensie begint met een nog steeds zeer van toepassing zijnde quote van Sangharakshita over Aziatisch boeddhisme. Het sterkste zie je dit gedrag in traditioneel ‘boeddhistische’ bevolkingsgroepen; maar in India zie je, 70 jaar na de herintroductie van het boeddhisme, al gevaarlijke stukjes opduiken. `The new type of Upasaka will never commit the mistake of thinking that it is really possible for anyone to be “a born Buddhist”. He will not recite the Trisarana and Panca Sila mechanically on Uposatha days without making any effort to embody them in his daily life. He will not think that the practice of the Dharma is the duty of the Bhikkhu but not the Upasaka’. Dit soort door hem geobserveerde etnisch- Boeddhistisch denken in o.a. Nepal, Thailand en Myanmar komt overeen met de linker kolom maar dan gedegenereerd tot het verwarren van Arya-wereld en Group-wereld. Het Arya-ideaal is er alleen nog maar in naam; boeddhist zijn is slechts een oppervlakkig beleefd label voor een specifieke groep Aziaten die zich onderscheidt van andere Aziaten. En monnik/non is gewoon een carrière-invulling, betaald door en de belangen behartigend (ook de maatschappelijke/politieke!) van die specifieke groep Aziaten.

De uitwerking hiervan beschreef ik in een eerder primair voor het Westen toegepast tweeluik https://boeddhistischdagblad.nl/opinie/47793-schaap-of-slimmerik-waarden-die-niet-conform-de-dharma-zijn/
In de linker kolom, het generieke model en ook het ‘ideale’ plaatje, zie je de Arya (de spiritueel beoefenaar die de groepsdwang weet te ontvluchten) geheel apart van het schaap annex groepsdier. Het is hoog gegrepen, vooral ook omdat het concept van de groep essentieel is om de samsara-wereld te laten functioneren. Dus voor zover de beoefenaar bijvoorbeeld een pensioentje of uitkering geniet en belasting betaalt, of zijn/haar stemrecht uitoefent, heeft zhij nog met de groeps-regels te maken. Maar in je beoefening van Dharma kun je beter met een grote boog om groepsdimensies heen lopen. Ze zouden bijvoorbeeld je Metta kunnen vervuilen met gedachten zoals ‘WIJ boeddhisten versus ZIJ de ongelovigen’. Of een ontluikende spirituele vriendschap met een medebeoefenaar kunnen vervuilen met het in de groepswereld gangbare patroon: zelfzuchtige contacten met een voor-wat-hoort-wat (jij krabt mijn rug en ik de jouwe) ‘boekhouding’. Dus die groepsdimensies zijn blokkerend voor echte voortgang richting nirvana.
Groep versus Arya 2: Westen
Vervolgens de ‘zo ideaal mogelijke’ toepassing van het Groep-versus-Arya model in de Westerse samenleving. Dus in landen waar het familieleven is teruggebracht tot losse gezinnen (2 generaties) plus singles, en waar heel wat verzorgings-zaken waarvoor je vroeger je familie nodig had nu aan de verzorgingsstaat gedelegeerd zijn.
In die toepassing is er geen plaats voor de individualist: een persoon die net als de would-be Arya tegen de groepswaarden ‘rebelleert’ maar uit zelfzuchtig eigenbelang. De individualist zal zich juist zeer consequent afzetten tegen alles wat vanuit de groep gesuggereerd wordt, hij/zij voelt zich te goed voor deze groep. Dus in de plaats van groepsloyaliteit komt alleen ikke-ikke, en niet het grotere geheel. Daarom: wees attent, en maak onderscheid tussen verschillende motieven om de groepsinvloed te beperken.
De would-be-Arya, ongeacht of deze fulltimer of parttimer is, combineert de volgende opties in zijn/haar leven:
- Zoveel mogelijk energie steken in Dharma
- Maar in ieder geval met respect voor, dus tijd steken in, je ouders en overige geboortefamilie; ze hebben toen je kind was veel voor je gedaan, met waarschijnlijk de beste bedoelingen, en ongeacht de uitkomst verdient dat dankbaarheid en energie.
- Mocht de beoefenaar, vanwege commitments uit het verleden of diens voorkeuren qua leefstijl, te maken hebben met een gezin/partner dan is het i.h.a. belangrijk die beloften te houden. Maar met een belangrijke correctie op de ietwat te ver doorgeschoten individualisering en via-de-belasting-uitbesteden in de Westerse cultuur. De nadruk dient niet te liggen puur op jouw gezin, maar op de hele woonbuurt en andere gemeenschappen waarin je gezin deelt zoals de school en sportclub. Met andere woorden goed ouderwets ‘nabuurschap’ waarin bijvoorbeeld opvoeden van kids en zorgen voor ouderen een gedeelde taak is van een groep families. In het Engels adviseert Sangharakshita om terug te keren naar het model van de ‘common meadow’, waar de hele buurt een stuk verantwoordelijkheid neemt voor een paar straten inclusief zorg die er voor de inwoners nodig is. Dus de zorg-kant van een sociaal buren- en familienetwerk. Dat is zowel qua het vereiste belastingniveau (vergrijzing!) als qua menselijke maat nooit goed te vervangen door alle ouderen- en kinderhulpinstanties die je op overheidsniveau zou willen.
- Werken op basis van een netwerk van spirituele vriendschappen (Kalyana Mitrata) binnen de Maha-sangha, met andere fulltimers én andere parttimers.
Zoals je in het schema ziet heeft ook wie vooral in de Arya-sfeer leeft toch connecties met de groepssfeer – maar die dienen weloverwogen en met goede reden te zijn, ter voorkoming van binnensijpelen van groepsdenken in de Arya-sfeer zoals je in grote stukken gedegenereerd Aziatisch boeddhisme tegenkomt. Probeer ook als je in de groep opereert, met bijvoorbeeld je familie, die langzaam maar zeker richting een meer ethisch gebeuren te sturen!
Groep versus Arya 3: Zuid-Azië compromis (en boeddhistisch familieleven)
Tot slot de situatie in Zuid-Azië. Zie de rechterkolom van het plaatje. De familie- en groepsbanden daar zijn ongeveer zoals in het Nederland-voor-de-welvaartsstaat, dus pakweg 1935. En dat betekent dat door het lagere welvaartsniveau (geen overheids-uitkeringen/diensten) een aanzienlijk stuk van de familiestructuur geen vrijwillige keuze is voor de would-be-Arya. Het familie- en buurtnetwerk is niet alleen nodig voor de zorg-kant maar ook simpelweg als financieel vangnet ingeval van bijvoorbeeld langdurige ziekte of werkloosheid. Het gevolg is dat we, i.t.t. het Westen, medeboeddhisten adviseren om de nodige energie te blijven steken niet alleen in hun geboortefamilie maar ook hun wijdere familie/buurt-clans. Doch niet als die groepen te dwingend en allesomvattend worden met allerlei chantage naar wie afwijkt. Hier moet je dus een precair evenwicht zoeken en bepalen wat die minimale groeps-rol in jouw leven is. Terug naar het eerder gegeven citaat: The new type of Upasaka will never commit the mistake of thinking that it is really possible for anyone to be “a born Buddhist”.
Omgaan met groep/familie
Dit fundamentele verschil tussen deel zijn van de Maha-sangha, en daarmee actief Dharma volgen, en deel zijn van een ‘groep’ geeft richting aan je leven. Dat groepsgedrag is nodig op een minimaal niveau, maar vooral niet verder. Om een aantal deelterreinen te belichten:
- Je relateert aan een ieder voorbij je meest naaste familie op basis van Kalyana Mitrata. Niet op basis van een voor-wat-hoort-wat vriendschap.
- Naar andere Aziaten, en bezoekers, toe identificeer je jezelf primair als medemens. Niet als ‘boeddhist’, dan wordt het slechts een label voor een specifieke groep Aziaten die zich onderscheidt van andere Aziaten.
Mocht je discriminatie ervaren vanuit andere groepen, of als ex-Hindoe niet sterk genoeg in je schoenen staan qua identiteit: kracht vinden die groepsdruk te weerstaan kan middels zoiets als een Boeddha-hangertje of een blauwe tika op je voorhoofd. Maar zie dit echt als tijdelijk hulpmiddel. De gewoonte onder sommige Indiase subgroepen om hun paspoortnaam te laten veranderen in iets met ‘Baudh’ erin gaat alle perken te buiten, en is onjuiste groepsdwang. - Sangharakshita’s adviezen voor families, en die vormen min of meer een update op wat Ambedkar 15 jaar eerder schreef, luiden dat kinderen niet als boeddhist geboren worden en dus ook niet als zodanig opgevoed mogen (!) worden. Natuurlijk proberen de ouders door ethisch te leven iets voor te leven en door te geven, en als het kind (speciaal boven 10-12 jaar) dat zelf wil dan mag het deelnemen aan bijvoorbeeld poedja’s. Maar bijvoorbeeld boeddhistische zondagsscholen, voor alle leeftijden, dienen nooit door ouders opgelegd te worden; ook niet als je vindt dat dit nodig is om jouw gemeenschap sterker te maken versus andere gemeenschappen zoals Christenen en Moslims die wél verplichte zondagsklasjes hebben.
- Boven de 18 zal je kind langzaamaan een eigen wereldbeeld en religie (of zelfs atheïsme) kiezen. Primair vanuit eigen research en hartskeuzen.
- Als de keuze gedicteerd zou worden door zijn/haar liefdesrelatie en dan aansluiting bij de nieuwe schoonfamilie, ook dan heb je dat als ouder te respecteren! (Maar ik zou nooit trouwen of mijn SL pleegkinderen adviseren te trouwen met iemand wiens familie me dwingt eerst hun religie aan te nemen. Dwang en geen vrije keuze, een slecht begin van de relatie. Ieder voor zich….)
- Om terug te komen op die relatie/verloving/huwelijk: Zoals Ambedkar al zij, geen bruidsschat (dowry) ontvangen of betalen. Die hoort bij een vernietigende materialistische dimensie van huwelijk en gezinsbanden, en past niet bij boeddhistische ethiek over rust-eenvoud-tevredenheid (samtushti) en bij gelijke rechten en plichten voor dochters en zonen.
- In je relatie tot groep/familie geldt ook weer die samtusthi, en het aansporen tot vrijgevigheid in plaats van afdwingen van meebetalen. Dus ‘fair’ gedrag. Ook in het Nederland van voor de welvaartsstaat was dit vaak ver te zoeken. Zo woonde en werkte mijn grootvader in Nederlands-Indië als middenklasse ambtenaar met 4 kinderen, en had het naar lokale maatstaven écht niet breed. Toch chanteerden zijn twee zussen in Nederland, beiden rijk getrouwd, hem om 2/3 van de verplegingskosten voor de vader en moeder te betalen ‘want hij was de zoon en iedereen in Indië was toch rijk’?
Samengevat: probeer een Arya te zijn qua bedoeling, maar accepteer dat een zeker minimaal niveau van groeps-banden en groepsgedrag nodig is en dat niveau is dieper dan in het Westen. Probeer ook dat stuk van je leven zo ethisch mogelijk te maken.
Hoge latten
Let wel: zoals hier beschreven zijn zowel bikkhu/fulltimer als upasaka/parttimer hoge latten. Schaam je niet als je niet op alles wilt/kunt scoren, doe wat je kunt. Bijvoorbeeld groepselementen i.p.v. sangha-elementen zijn moeilijk kwijt te raken, om die reden geef ik ook andere nuances voor omgaan met de groep in Azië versus in het Westen. Hetzelfde advies als aan de fulltimer gegeven geldt sangha-breed: leg de lat op lange termijn zo hoog mogelijk, maar wees pragmatisch voor de kortere termijn anders bezorg je jezelf een waterhoofd. Veel wijsheid gewenst in je afwegingen en Pad.


Geef een reactie