Het basisadvies van Boeddha voor parttimers is ‘dana, sila en samadhi’. Oftewel beginnen met vrijgevigheid, daarna de rest van de ethische adviezen/leefregels en uiteindelijk tijd vrijmaken voor meditatie. We beginnen dus met dana: de parttimer heeft een attitude om te helpen waar zhij dat kan en waar dat het meeste nodig is. Zeker niet gelimiteerd tot de eigen familie en directe vrienden, dan zou het geven ook veel te makkelijk een ruiltransactie worden – je verwacht er wat voor terug. En ook niet met een prioritering waar geven (van tijd en/of geld) aan Dharmacentra/tempels of fulltimers altijd beter zou zijn dan pakweg het helpen van armen in jouw omgeving of het tijd steken in ouderenzorg. En natuurlijk vooral in het belang van de ontvanger en liefst anoniem; te veel zie je in Azië nog donaties waar de naam van de gulle gever bijna in neonletters zichtbaar moet zijn…
Dharmaduta
Dharma beoefenen in Zuid-Azië deel 1: fulltimers
Toen medio jaren ’50 boeddhisme in India een boost kreeg door Ambedkar’s massabekering werd al direct duidelijk dat importeren van lerare(sse)n uit boeddhistisch-Aziatische landen niet de belangrijkste peiler voor stabiele groei kon zijn. De casus dat een paar net uitgenodigde Srilankaanse monniken als allereerste prioriteit les gaven in de correcte neerbuigingen, verplichte lage zitplaatsen en voedsel-offerandes van leken naar hen toe sprak boekdelen; de nieuwe volgelingen voelden zich van de regen in de drup beland, want ze ontvluchtten het brahmaanse hindoeïsme mede vanwege de plichten tot neerbuigingen voor de übermensch-brahmaanse priesters!


