Wat maakt dat we de zenweg gaan en hoe vind je die weg? Bij iedereen verloopt dat proces anders. Er zijn mensen die geluk hebben en de weg al vrij vroeg in hun leven vinden, anderen zijn jaren zoekende. Bij mij heeft het lang geduurd! En als je de weg gevonden hebt, hoe ga je dan om met de valkuilen en paradoxen die onherroepelijk opdoemen. Hoe blijf je zitten met een beginnersmind? Tussen de regels door vertel ik hoe het mij is vergaan.
Meditatie is een universele beoefening, voor iedereen toegankelijk, ongeacht achtergrond of levensbeschouwing, christelijk, moslim, joods of anderszins. In de jaren zeventig was er een uitwisseling van monniken van een Japans klooster met het klooster in Zundert waar de latere zenmeester Jeroen Witkamp (+2025) abt was. Zr. Elisabeth Dinnissen las in dezelfde periode een artikel van Thomas Merton in het kloosterblad Kovel, werd leerling en later medewerker van Pater Lasalle. In 2002 kreeg ze transmissie van Ton. Je kunt ‘het’ er naast doen wil ik maar zeggen, want zen is een universele beoefening, die naast een ander geloof beoefend kan worden en dat geloof kan verdiepen. Meerdere Japanse zenmeesters hebben dit uitgedragen, waaronder Shibayama. We weten niet wat meditatie doet, we weten wel dat het iets doet. We worden er completere mensen van. Voor Zr. Elisabeth betekende het dat ze haar traditie trouw kon blijven; God was voor haar een open ruimte geworden waarin ze kon verblijven, vergelijkbaar met hoe Etty Hillesum het heeft ervaren: “Ik rust in mij, en dat aller diepste en rijkste waarin ik rust, noem ik God”. Rond mijn dertigste jaar liep ik rond met een fundamenteel gevoel dat ik iets miste; het duurde lang voordat de zenweg mijn pad zou kruisen.
Mijn zoektocht begon in de jaren zeventig, toen oude verbanden van de verzuilde samenleving afbrokkelden en vertrouwde kaders wegvielen. Er kwam een beweging op gang onder jongeren, die gedreven werden door grootse idealen om de dingen anders te doen dan vorige generaties. Een zinderende vitaliteit was ontwaakt, met grote idealen voor een hoopvolle toekomst. Het leidde er ook toe dat na een tiental jaren desondanks belangrijke waarden als onderlinge verbondenheid onder druk kwamen te staan ten faveure van individuele vrijheid. Vrijwel een hele generatie was vol verwachting bezig om zich los te worstelen uit een burgerlijke samenleving. Het liep parallel aan de maatschappelijke onrust van die tijd waarin niets meer zeker was, omdat de vaste kaders waren weggevallen. Mijn houvast was in die tijd m’n studie, de vrouwenbeweging en het vrouwencafé. Heb eindeloos veel biertjes staan tappen. Uiterlijk ging alles goed met mij; innerlijk was ik de wanhoop nabij, mede door de eerste kennismaking met de vergankelijkheid en de dood van mijn vader, die een ontwrichtende uitwerking op mijn leven had. Ook mijn katholieke wortels was ik kwijt. Dat hield in dat ook de positieve kanten ervan waren weggevallen. De straten van Nijmegen kleurden in die tijd oranje door de vele Bhagwan-aanhangers. Met afgunst keek ik naar al die mensen die ‘het’ leken te hebben gevonden.
Jaren later klopte de vergankelijkheid opnieuw aan mijn deur, nu vanwege ernstige ziekte van mijn geliefde. En toen kwam de zenweg op mijn pad. Bij toeval kreeg ik een tijdschrift in handen met een interview met Ton Lathouwers. Hij sprak over de gelofte van de bodhisattva, over meditatie, onze ware aard, over genade en dat niemand eruit kan vallen, en ik dacht: die man wil ik ontmoeten! Dat duurde nog vijf jaar, maar sindsdien mediteer ik en ik ben er nooit meer mee opgehouden. Het is bijna dertig jaar geleden. Vrijwel iedereen komt op enig moment in zijn of haar leven op een keerpunt, waar je tegen de grenzen van je eigen bestaan oploopt en je op zoek gaat naar bronnen van wijsheid, want zonder kun je niet meer. Dan komt het naar je toe. Nu wil ik het weten!
Er zijn vele wegen die je kunt gaan en voor iedereen is dat anders, maar voor mij is de zenweg de meest betekenisvolle ontdekking van mijn leven geweest. Het heeft mijn leven rijker en vrediger gemaakt. Nu pas kan ik volmondig beamen dat het mij aan niets ontbreekt! ‘Alles is er, niets ontbreekt.’ De zenweg heeft tot een totale omkering geleid, waardoor ik anders in het leven ben gaan staan; wat er ook is, welke tegenslagen er ook zijn, wat er ook in je leven gebeurt, de Dharma geeft troost en richting. In een dharmales vroeg Nico Tydeman ooit: ‘Wat geeft jou troost?’ In de Dharma ligt mijn troost in de verzoening met de grondeloosheid van mijn bestaan. Want het is onvermijdelijk en inherent aan het leven dat er lijden is. De Boeddha leert ons dat we in de drie kenmerken van het bestaan, in de onbestendigheid en vergankelijkheid die ons doen lijden en aan het lijden, en geen zelf, lijden temeer omdat we denken wel een zelf te hebben met een vaste kern. Maar het zijn niet alleen existentiële problemen, die maken dat we op zoek naar wijsheid gaan. Er is nog iets dat ons triggert, want menigeen loopt rond de veertig met een gevoel van leegte dat de vraag oproept: Is dit het nou? Blijkbaar is er in ons een niet te stillen verlangen, dat niet kan worden ingevuld door de gewone dingen in ons bestaan, hoe vervullend die ook kunnen zijn.
Mensen zijn vreemde wezens, zegt Blaise Pascal (+1662) hierover, want we weten dat we zullen sterven en we verlangen naar geluk en betekenis, maar we vinden het niet in de gewone dagelijkse dingen van ons bestaan en daarom blijven we maar bezig met divertissement. Pascal bedoelt hier niet alleen vermaak in de gewone betekenis van het woord mee. Hij gebruikt het breder en wil ermee zeggen dat mensen er alles aan doen om maar niet te hoeven worden geconfronteerd met een gevoel van leegte of verveling. Ze blijven zich verliezen in afleiding, in divertissement, om zich maar niet bezig te hoeven houden met de fundamentele vragen van het bestaan. Maar het blijft knagen; want wat er wel is, is niet genoeg. Maar ook al worstel je ermee, dan heb je nog geen invulling of antwoord gevonden! En dat is vaak afhankelijk van allerlei toevalligheden in je leven.
Voor de Boeddha waren er, denk ik, meerdere redenen die hem op de weg hebben gezet. Op zijn tochten buiten de muren van het paleis, die hij voor zijn familie geheim hield, kwam hij voor het eerst van zijn leven in aanraking met vergankelijkheid, met ziekte, ouderdom en dood. Op zijn laatste tocht kwam hij een monnik tegen, wiens gelaatsuitdrukking hem vermoedelijk op het spoor zette dat er meer moest zijn. Het confronteerde hem vermoedelijk met de relatieve leegte van zijn eigen bestaan. Ondanks de materiële en immateriële rijkdom, waarin hij leefde, voelde hij blijkbaar dat er iets wezenlijks aan zijn bestaan ontbrak. Hij verliet huis en haard en na zeven jaren in de leer te zijn geweest bij diverse leraren en de ascese te hebben beoefend, wat hij weer achter zich liet, koos hij voor de middenweg en kwam tot ontwaken. En hij zei: De aarde is mijn getuige, er is het ongeborene en onvergankelijke, iedereen is met mij ontwaakt.
Dat gevoel van leegte en gebrek, waar Pascal op doelt, dat de Boeddha waarschijnlijk ook ervaarde en voor menigeen herkenbaar is, brengt Arseni Tarkovski, vader van filmregisseur Andrei Tarkovski in het gedicht ‘Daar is de zomer voorbij’ tot uitdrukking. Het gedicht[i] leest de dichter voor in de film Stalker.
De zomer is voorbij,
alsof zij nooit heeft bestaan.
In de zon is het nog warm,
maar het is niet genoeg.
Alles waarvan ik hoopte
dat het zou gebeuren,
viel zomaar in mijn handen
als een blad met vijf vingers.
Maar het is niet genoeg.
Rechtvaardigen en onrechtvaardigen
vervulden hun onvermijdelijke rol
en gingen op in het licht.
Maar het is niet genoeg.
Het leven hield mij uit de wind
en beschermde mij tegen boeien.
Ik heb zo’n geluk gehad.
Maar het is niet genoeg.
Mijn bladeren moeten nog ontvlammen;
mijn takken zijn nog niet gebroken.
De dag is helder als glas —
maar het is niet genoeg.
Alles wat het leven ons schenkt is kostbaar, maar zelfs de mooiste momenten zijn niet in staat om het menselijke verlangen naar eenheid volledig te stillen. Het is het verlangen naar ‘nostalgie paradisiaque’, waar Ton regelmatig over sprak. We blijven verlangen naar het paradijs, de primordiale tijd, waarin we in een diepe eenheid verbonden waren. De filosoof Sjestov vraagt zich af waarom onze zielen zo nodig uit dat paradijs wilden vertrekken als we misschien beter af waren geweest om in dat ‘Ene’ te blijven. Zijn conclusie is: “Het leven […] is een eeuwig mysterie, dat nooit kan worden herleid tot iets dat klaar is of begrijpelijk is. De vermetele mens gaat daarom moedig voorwaarts, niet omdat hij of zij weet wat hem of haar te wachten staat, maar enkel door ‘sola fide’, alleen door geloof.” (2010: 91-92).
Toen ik eindelijk op het kussen zat, voelde dat als thuiskomen. Innerlijk zat ik te juichen op mijn kussen, zo blij dat deze weg voor mij was open gegaan. Na jaren veranderde die euforie in een routine van dagelijks zitten, wekelijks zendo-bezoek, gesprek met de leraar en sesshins. Er waren hoogte- en dieptepunten. En dan komen de vragen: hoe te blijven zitten met een beginnersmind, een uitdrukking van Shunryu Suzuki, een open en ontvankelijke geest? Hoe om te gaan met de paradoxen en valkuilen die onherroepelijk opdoemen als we deze weg gaan. Op een aantal ga ik in.
We gaan de weg om te ontwaken tot het ware zelf. Door zelfonderzoek op het kussen krijgen we inzicht in de werking van onze geest. Onze beoefening is: alleen maar zitten, niet iets nastreven. Maar hoe doe je dat en wat doe je dan,? Wat is het zelf onderzoeken? Het is bijna niet uit te leggen omdat meditatie zo’n ‘intieme’ beoefening is. In een zitinstructie krijg je weliswaar aanwijzingen over de houding van het lichaam en de geest, maar je moet daar zelf een vertaling van maken naar hoe het voor jou werkt. Niemand die je dat precies kan uitleggen, want je moet dat zelf ontdekken. Het is jouw weg en voor iedereen is die anders. Je kunt niet één-op-één kopiëren wat anderen doen, want dat werkt niet, want je moet het zelf ontdekken. En dan hebben we vaak een oordeel over onze meditatie, goed of niet zo goed. We oordelen en vinden er van alles van of vragen ons af of we het wel goed doen, we zoeken naar bevestiging, we willen resultaat! We moeten leren geduld te hebben, om alleen maar te zitten en het denken los te laten. Er niet iets van vinden en zitten zonder iets te verwachten, dat is de weg die we gaan in vertrouwen. De drie pijlers van zen kunnen ons hierbij helpen. We zitten met een diep geloof in onze ware natuur en zitten met grote twijfel, dat wil zeggen dat we niets voor waar aannemen, dat wil zeggen dat we met niet-weten zitten. En we zitten met grote discipline.
Zen en de taal van zen kunnen in meerdere opzichten paradoxaal en verwarrend zijn. Los daarvan kan communicatie sowieso tot verwarring leiden. Ik geef een voorbeeld van hoe een simpele zitinstructie tot grote verwarring kon leiden. Mijn eerste leraar, Nico Tydeman gaf altijd een zitinstructie. Een van de laatste regels is: “Niets veranderen, niets verbeteren, er is alleen maar dit”. Dan ging de gong. Ik nam zijn instructie zo letterlijk, dat ik in een kramp op mijn kussen zat. Dat is geen probleem voor twee periodes op de wekelijkse zenavond, maar tijdens de eerste sesshin leidde dat al na de eerste dag tot ondragelijke spierpijn in de schouders en de nek. Ik nam het letterlijk en dacht dat hij het lichaam bedoelde, maar hij bedoelde natuurlijk de geest in het zittende lichaam.
Zazen, alleen maar zitten, is de beweging van doen naar zijn. We richten de aandacht naar binnen, ontspannen de spieren van ons lichaam en de stilte van het lichaam roept de stilte van de geest op, die wakker is en alert. De ademhaling verbindt lichaam en geest. En dan kan zelfonderzoek haar gang gaan. Dat verloopt niet planmatig, maar verloopt ongeveer als het geleidelijk afpellen van de schillen van een ui. Steeds dieper en dieper. Laag voor laag dienen de dingen zich aan in je geest, als je er klaar voor bent. Die komen vanzelf, daar hoef je niet iets voor te doen, die komen vanzelf naar boven in het bewustzijn door de stilte van het lichaam en geest. En dan kan er van alles gebeuren. Mensen hebben vaak een beeld van meditatie, dat het sereen zou zijn, maar in de stilte van het lichaam en de geest komt juist alles omhoog van wat er in je leven is gebeurd. Bijvoorbeeld, woede kan in je bewustzijn opkomen, maar bij die woede gaan we een stap verder en we onderzoeken de pijn die eronder ligt en we gaan door die pijn heen. Zelf heb ik een enorme woede gehad, maar toen ik eenmaal bij de pijn was gekomen, is die gaan smelten. Ik ben door de pijn heen gegaan en het is gaan smelten. Er is geen razende, stuurloze woede meer. Er kunnen ook ervaringen uit je jeugd in je bewustzijn omhoog komen, die we geïnternaliseerd hebben en tot uitdrukking komen in conditioneringen en gewoontepatronen. De pijn die eronder ligt wordt actueel. We merken die op, ontvangen het met mildheid, zonder oordeel of er iets van te vinden, en we gaan door die pijn heen[ii], waardoor de pijn gaat smelten en transformatie kan plaatsvinden. Dat bedoelde Nico met de regel: niets veranderen en niets verbeteren, er is alleen maar dit. Het voltrekt zich aan mij. We gaan door de pijn heen en bevrijden onze demonen door ze te omarmen en er niet iets mee te doen, zonder oordeel en er niet iets van te vinden, alleen ervaren. Dan zal de pijn smelten en verdwijnen samen met je demonen en gewoontepatronen. Dat betekent niet dat er geen emoties meer zijn, maar het betekent dat je de regie over je emoties hebt gekregen.
Een ander voorbeeld over de paradoxen van zen gaat over de cryptische taal van soetra’s, zoals de Hartsoetra met de woorden: ‘geen bereiken en geen niet bereiken, geen ouderdom en dood en ook geen einde aan ouderdom en dood’. Twee waarheden: hoe kan dat, vraag je je af. Wat betekent het? Gelukkig kun je daar vragen over stellen, maar het blijven vaak moeilijk te doorgronden teksten. Toch gaat er iets open door steeds weer te herhalen en opnieuw te herhalen en te zingen, en dan kan er een regel van een soetra voor je open gaan, dan word je ineens door een regel geraakt. De kwestie is dat we vooral in het hoofd zitten en er gaan jaren voorbij voordat je dit van binnenuit gaat ervaren, voelen en begrijpen. We hebben geduld nodig, want zen vraagt om een totaal andere manier van zijn, vanuit ervaring, voorbij tegenstellingen en dualiteiten en vanuit het hart. Langzaamaan begin je te ervaren dat er twee waarheden zijn, de absolute- en relatieve werkelijkheid. Het is de leer van de dubbele waarheid van de Indiase filosoof Nagarjuna. De conventionele werkelijkheid is die van de dagelijkse realiteit, zoals we die kennen. De absolute werkelijkheid van het boeddhistische perspectief van de werkelijkheid als leegte, waarin niets op zichzelf staat en alles met alles is verbonden.
Een laatste voorbeeld gaat over de vier kernwaarden van zen, toegeschreven aan Bodhidharma: transmissie van hart tot hart; zen gaat buiten alle teksten en woorden om; wijst rechtstreeks naar de hart-geest; het is schouwen in de ware natuur. Terwijl je boekenkast inmiddels vol staat met boeken uit de omvangrijke literatuur, gaat zen buiten alle teksten en woorden om. Het is een dubbele boodschap en toch ook weer niet. Natuurlijk zijn er teksten om te lezen en bestuderen. De kern waar het om gaat is dat wijsheid zich enkel in de ervaring toont, in het zitten zelf en niet in de bestudering of het begrijpen van teksten, die zijn hooguit behulpzaam. Hui-neng is een mooi voorbeeld. Hij kon niet lezen en schrijven, had dus niet de ballast die wij met ons meedragen. Het kon hem dus ook niet in de weg zitten. Bij ons zit dat juist wel in de weg. In de Platform-soetra zegt hij: We zitten in de stilte, waar meditatie wijsheid is en wijsheid meditatie. Meditatie is het lichaam en wijsheid haar middel. We zijn al Boeddha’s, wil het zeggen: de beoefening is realisatie en realisatie is de beoefening. Het duurt even voordat dit inzicht je toevalt, maar als het je toevalt, versterkt het je geloof in je ware natuur, je oorspronkelijke gelaat. Dan is er ‘alleen nog maar zitten’ omdat je niets meer nastreeft. Onze beoefening is dan niet meer een worden, maar een herkennen van onze ware natuur (Shibayama, 1970). In de tekst van september ga ik wat dieper in op de rol van de leraar in de zentraditie.
Literatuur:
Bill Porter, De platformsoetra, 2006
Han de Wit, Wijsheid in emotie, 2013
Shibayama, A flower does not talk, 1970
[i][i] Marja de Groote attendeerde me op dit gedicht. De vertaling is van Philip Metres and Dimitri Psurtsev
[ii] Feeding your deamons, bevrijd je demonen van Lama Tsultrim Allione,


Geef een reactie