Kunstmatige intelligentie wordt steeds beter in vermogens die wij lange tijd als typisch menselijk zagen. AI analyseert, ordent informatie, herkent patronen en combineert kennis met een snelheid die wij nooit zullen evenaren.
De vraag is daarom niet alleen hoe wij met AI kunnen concurreren.
Welke menselijke vermogens worden belangrijker wanneer analytische intelligentie steeds overvloediger beschikbaar wordt?
Op snelheid, rekenkracht en geheugen hoeven wij de strijd met AI niet aan te gaan. Maar daarmee is niet gezegd dat er voor de mens alleen voelen en aandacht overblijven.
Er staat iets anders op het spel.
Wie de werkelijkheid analyseert, deelt haar in. Dat helpt ons om patronen te herkennen, problemen op te lossen en soms te voorspellen wat er zal gebeuren. Maar wat meetbaar en voorspelbaar wordt, nodigt ook uit tot sturen en beheersen.
Daar komt macht in beeld.
De Britse psychiater en filosoof Iain McGilchrist gebruikt voor twee manieren waarop wij ons tot de wereld kunnen verhouden het beeld van de meester en zijn afgezant.
De afgezant analyseert, benoemt, onderscheidt en ordent. Hij maakt de werkelijkheid hanteerbaar. Dat vermogen hebben we nodig.
Het probleem ontstaat niet doordat de afgezant zijn werk doet. Het probleem ontstaat wanneer hij zelf de regie overneemt.
Wat bedoeld was om het geheel te dienen, gaat dan bepalen hoe we naar dat geheel kijken.
De kaart wordt aangezien voor het gebied.
Wat meetbaar is, krijgt meer gewicht dan wat zich werkelijk voordoet. Mensen worden dossiers. Kinderen worden risicoprofielen. Patiënten worden symptomen. Burgers worden doelgroepen. Een landschap wordt grond met een bestemming.
Met kunstmatige intelligentie hebben wij niet eenvoudigweg een nieuwe afgezant gebouwd. We hebben vooral de wereld van de afgezant een ongekende macht gegeven.
AI vergroot ons vermogen om enorme hoeveelheden gegevens te verzamelen, te ordenen, te vergelijken en gedrag te voorspellen. Dat kan ons helpen om betere beslissingen te nemen.
Maar dezelfde mogelijkheden vergroten ook ons vermogen om mensen en situaties te classificeren, te beïnvloeden en te sturen.
En AI komt terecht in organisaties die nu al sterk gericht zijn op meetbaarheid, efficiëntie, risicobeheersing en voorspelbaarheid.
Daarom is de vraag niet alleen wat AI kan.
De vraag is ook: wie bepaalt waartoe die macht wordt gebruikt?
Daar wordt de meester belangrijk.
Wie ziet wat buiten het model valt? Wie vraagt waartoe al die kennis dient? Wie merkt wat verloren gaat wanneer efficiëntie, zekerheid en beheersing de belangrijkste maatstaven worden?
Niet alles wat belangrijk is, vraagt om een oplossing.
Een verdrietig mens hoeft niet altijd gerepareerd te worden. Een conflict hoeft niet onmiddellijk door een protocol. Een kind hoeft niet voortdurend beoordeeld te worden op wat er mis zou kunnen gaan. Een landschap hoeft niet economisch nuttig te zijn om waarde te hebben.
Wijs handelen begint soms met goed kijken naar wat zich werkelijk voordoet, ook wanneer dat niet volledig in onze modellen past.
Daar zien wij ook een betekenis van het boeddhisme in het tijdperk van kunstmatige intelligentie.
Niet als vlucht uit technologie. Niet als afwijzing van wetenschap en verstand. En ook niet omdat boeddhisten over een bijzondere wijsheid zouden beschikken die anderen missen.
Wel als oefening in een andere verhouding tot de werkelijkheid.
Waarnemen voordat we oordelen. Niet onmiddellijk handelen. Context zien. Relaties ervaren. Ons laten raken. En beseffen dat wij zelf niet buiten de werkelijkheid staan waarover wij beslissingen nemen.
Wie werkelijk ervaart dat hij niet losstaat van anderen en zijn omgeving, kan minder gemakkelijk doen alsof ingrijpen alleen gevolgen heeft voor de ander.
Dat stelt ook een grens aan macht.
Juist in het tijdperk van AI wordt daarom een oud menselijk vermogen belangrijker: niet alleen kunnen handelen, maar ook kunnen afzien van handelen.
Niet omdat ingrijpen verkeerd is.
Maar omdat meer macht ook meer terughoudendheid vraagt.
Intelligentie vergroot ons vermogen om te handelen. Wijsheid stelt de vraag of datgene wat kán, ook gedaan moet worden.
Daar ligt een van onze belangrijkste opgaven in het tijdperk van kunstmatige intelligentie.
Niet proberen slimmer te worden dan onze eigen afgezant.
Maar ervoor zorgen dat hij afgezant blijft.


Geef een reactie