Ze rust uit op een stoeltje van La Place. De medewerksters hebben haar in de grote vertrekhal zien rondgaan. Langs afvalbakken, langs de zitbanken tegenover de grote schermen met vertrek- en aankomsttijden van de vliegtuigen en langs terrasjes. Lege plastic flesjes en lege blikjes zijn haar oogst. Ze ordent ze in de tassen in haar karretje, een winkelwagen. De meisjes van La Place brengen haar enkele lege flesjes die op tafels zijn achtergelaten. Ze lacht en vouwt haar handen in een dankbaar gebaar. Ze verschikt iets aan haar hoofddoek. Die kleurt goed bij haar wijde jurk waarover ze een keurig vestje draagt. Ze oogt moe. Zeulend met een winkelwagentje door de stad, zoekend langs plekken waar de gejaagde mens nutteloos geworden spullen dropt. Ze oogt tegen de zestig. Ze doet denken aan wijlen mijn tante Trudy.
Een schoonmaak robot glijdt zoemend voorbij. Ze kijkt er gebiologeerd naar. In mijn fantasie zie ik haar op jongere leeftijd achter een schoonmaak machine, met het parmantige gevoel van erbij horen. De gedachte komt op dat het zo maar zou kunnen dat het economisch en maatschappelijk systeem van heilige efficiency haar overbodig heeft gemaakt. Een systeem dat alles uit het zicht wil hebben dat het sprookje van glans en welvaart verstoort.
Het systeem heeft haar inmiddels gespot als verstorend element. Drie marechaussees, twee forse kerels en een stevige vrouw, staan om haar heen. Haar frêle gestalte valt in het niet bij de bonkige, robuuste, compacte kogelwerende vesten en de pistolen en busjes pepperspray aan de riemen van de ordehandhavers. Zij moet zich legitimeren. Onder haar vest tovert ze een klein tasje tevoorschijn waaruit ze haar papieren opdiept. Dit doet ze met dezelfde mooie glimlach als waarmee ze de La Place meisjes bedankte. De papieren worden in orde bevonden en ze bergt ze zorgvuldig op. Dan wordt ze gesommeerd de hal te verlaten, en onder escorte van de gewapende macht wordt ze naar buiten begeleid. Het winkelwagentje met de oogsttassen meezeulend.
Je maintiendrai, ik zal handhaven om alles wat buiten de lijntjes van het ideaalplaatje valt ‘uit te gummen’. Och lieve tante Trudy, jouw heerlijke, lieve glimlach is sterker dan het barse gezicht van ons economisch en maatschappelijk systeem.
(Dit verhaal schreef Wouter ter Braake samen met een trouwe lezer van het Open Boek die door dit schouwspel werd geraakt).
Je kunt het (gratis) Open Boek ontvangen. Schrijf je in met je E-mail op de aanmeldpagina op www.zinenzen.nl
Het Open Boek verschijnt één keer per maand.


Geef een reactie