Met Pinksteren op komst valt het me al jaren op dat mensen door het ontbreken van bewolking en veel te hoge temperaturen de hele dag lopen te ijlen. Ze spreken in tongen, schrijft de Bijbel. Dit wil zeggen: niet allemaal. De klimaatverandering is voor mij als vaatlijder aangenaam. Ik gedij bij warm weer. Gek genoeg heeft de ontkerkelijking, dunkt me, geen enkel effect op het religieuze bijgeloof dat de Nederlander sinds corona te pakken heeft. Na vijf zinnen beginnen de meeste mensen wartaal tegen me uit te slaan, niet per se omdat ze onder invloed zijn. Hun meningen over het wereldgebeuren zijn meestal woedend van ondertoon, en zelden gebaseerd op afgewogen feiten.
Het televisienieuws met een brandend AZC wordt juichend becommentarieerd door mensen die ik heel intelligent vind, en meestal prettig gezelschap. Mainstream media doen overduidelijk aan zelfcensuur als het gaat om het nooit goed uitgesproken #Me Too-dossier: seksueel misbruik dat tijdens corona, ook door de ophokplicht, groteske vormen aannam. Ik merkte dat bekenden gore seksuele experimenten met bijvoorbeeld hun kinderen aangingen, te wijten aan beeldscherm- en pornoverslaving.
Hun neiging, meestal zie ik ze nooit meer, om mensen met een GGZ-verleden zoals ik na te doen of te begluren, heeft denk ik te maken met een vreemd soort afgunst. De solidariteit onder gestoorden en verslaafden ken ik al decennia. Het is een talent om te netwerken dat de mens met de baan, het huis, de auto en de kinderen, verleerd lijkt.
Vanochtend zat ik in Roermond op een bankje bij een oorlogsmonument. Het wordt tegen de 30 graden. Passerende, zwoegende wielrenners en hardlopers of sprinters proberen indruk te maken op zichzelf, lijkt me. Het is het soort exhibitionisme dat wordt voorgedaan in de bladen en online media. Ongezond, dom en levensbekortend.
Vorig weekend bezocht ik in Roermond de Koninkrijkszaak van de Jehova’s Getuigen. De leden van deze sekte ervaar ik al decennia als bijzonder getalenteerd in spreken in tongen. Ik begrijp niets van ze. Daarom bezoek ik ze, en praat ik met ze. Corona leek geen vat op ze te hebben, dat geldt ook voor mij, dus dat schept een band. Na de dienst geven ze me water en koffie.


Geef een reactie