Ik wilde eigenlijk iets anders maken, een tarte tatin met prei, maar ik kwam in tijdnood – mede omdat ik nog een sanghabijeenkomsten wilde voorbereiden en langer dan gepland bezig was met een transcriptie van een lezing van Thich Nhat Hanh – en besloot een simpele soep te maken met allerlei ingrediënten die ik toch al in huis had: onder meer over datum zijden tofu, broccoli die al over z’n top was, een restje kikkererwten, en prei en groenselderij van een biologische tuinderij uit de buurt. De soep was lekker, het restje ging de volgende dag mee als lunch.
Boeddhistisch leven
B’eter: 2 x pruimentaart (glutenvrij, plantaardig)
Trouwe lezers van deze rubriek hebben misschien gemerkt dat ik twee weken afwezig was, en dat oude stukjes van mij herplaatst werden. Ik was een kleine twee weken op stap met een groep studenten van Universiteit Wageningen, om veldwerk te doen in het uiterste Noordoosten van Duitsland, tegen de Poolse grens aan. Het was pruimentijd, en van één van de dorpelingen kregen we een kist met 6 kilo pruimen. Niet zomaar pruimen, maar kwetsen: van die langwerpige, stevige pruimen die gemakkelijk van de pit af gaan. We hadden zelf in de supermarkt ook al pruimen gekocht, dus er was overdaad.
Hans van Willenswaard – Het mysterie van de Zwarte Tulp (4) -Domburgse cahiers
Op zoek naar een vorm voor meditatiecentrum De Kosmos keek ik met andere ogen naar de wereld van het dorp.
B’eter – Vergeten groentensoep
Ik moest bij het schrijven van dit stukje denken aan het werkwoord morfen, het proces waarbij een beeld via een reeks tussenbeelden in een ander beeld overgaat. Mijn manier van koken is ook een soort morfen. Ik neem een recept, ik laat wat weg, en ik voeg iets toe. Zo zou ik wekelijks een stukje kunnen schrijven. Maar dat zou een beetje saai worden, dus volgende week kies ik iets heel anders. Maar deze succesformule probeer ik te onthouden: knoflook, gemberwortel, lente-ui, sesamolie, limoensap.
B’eter – marsepein van walnoten
In de tijd van de Boeddha was ascese populair onder spirituele zoekers. Na jaren van vasten en zelfkastijding besefte Siddhartha Gautama echter dat dit soort lijden niet het pad naar het uiteindelijke geluk was. Een uitgemergeld lichaam leent zich slecht om een geestelijke zoektocht te dragen.
B’eter: pasta met spinazie, avocado en paddenstoelen
Vorige week zag ik op televisie een aflevering van Arjen Lubach’s Avondshow over voedselzekerheid. Hebben we genoeg te eten als er een oorlog uiitbreekt? Korte samenvatting: de BBB heeft ‘voedselzekerheid’ op de kaart gezet, we hebben zelfs een ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Boeren protesteren met borden als “wie de boer niet eert heeft van het verleden niets geleerd” en diverse politici verwijzen naar de 2e Wereldoorlog en de Hongerwinter als ze willen opkomen voor de veehouders en protesteren tegen het stikstofbeleid en een krimp van de veestapel. Het beeld van Nederland voedsel-exportland was al aan herziening toe, nu heeft Lubach het hele verhaal, gebaseerd op harde feiten, gevisualiseerd en op de voor hem kenmerkende humoristische toon uiteengezet. Het terugkijken waard!
B’eter: Maaltijdsoep van restjes, nieuw recept
De stapel kookboeken waaruit ik voor deze rubriek wil koken wordt groter en groter, de werkelijkheid is dat ik meestal op vrijdagavond na een drukke werkweek pas stilsta bij wat ik afgelopen week gekookt heb, en dat zijn vaak variaties op recepten die al in het BD hebben gestaan. Ik ben gelukkig wel zo snugger dat ik af en toe een foto maak van mijn bord. Zo staat er ook een boek over de zen keuken op mijn kookboekenplank, “Zen en de kunst van modern oosters koken”; ik ben niet verder gekomen dan de inleiding – waarin staat dat één van de principes van een zen keuken is dat deze brandschoon, opgeruimd en overzichtelijk is. Oei. Niets is minder waar als het gaat om mijn eigen keuken. Er is een uitdrukking: ‘zo schoon dat je van de grond kunt eten’. Dat zou ik bij mij thuis afraden.
B’eter: noedelsalade met sesamdressing
Misschien was dit wel de moeder aller noedelsaladerecepten. Ik weet het niet meer. Ik weet wel dat ik het toen een echte lekkernij vond en dat vind ik nog steeds. Het is kleurrijk en bevat een scala aan verschillende ingrediënten met elk hun eigen karakteristieke smaak en mondbeleving.
Het Zomerlevengevoel
Dit besef van tijdelijkheid en eindigheid van het fysieke bestaan werd doordrongen door een ander besef. De twee doorkruisten elkaar als het ware, terwijl ze samen toch een eenheid vormden: het besef van doorgaande verandering.
B’eter: Quinoa-bonenschotel
Afgelopen week las ik in de Volkskrant: “De toename van CO2 maakt gewassen minder voedzaam: ‘Klimaatverandering ligt al op ons bord’” Wat blijkt? Planten groeien harder als gevolg van de klimaatverandering door extra CO₂. Maar de hoge CO2 concentratie in de lucht zorgt vooral voor meer zetmeel, want zetmeel bestaat uit C (koolstof), O (zuurstof) en H (waterstof) moleculen en wordt gemaakt uit CO2 (koolstofdioxide) en H2O (water). Maar daarnaast bevatten gewassen ook steeds minder eiwitten, ijzer en andere voedingsstoffen – en worden ze calorierijker. De voedingswaarde van vrijwel alle gewassen daalt. Hier in het rijke Westen hoeven we ons weinig zorgen te maken over onze eigen gezondheid – maar dus wel over die van miljarden mensen voor wie voedzaam voedsel minder vanzelfsprekend is.
B’eter Palestijnse/Arabische griesmeelpudding: Layali Lubnan
Als ik denk aan de Palestijnen dan denk ik aan Gaza, de Westelijke Jordaanoever, genocide, humanitaire ramp, honger, ellende, en groot lijden. Tijdens mijn ochtendritueel sta ik altijd even stil bij het lijden in de wereld en de laatste jaren speciaal bij de mensen in Gaza. Maar onlangs ging ik op een andere manier met de ‘Palestijnen’ aan de slag: onze eetclub kwam weer bij elkaar, en dit keer, na de O van Okinawa, was de P van Palestina aan de beurt. Het was mijn beurt om het toetje te maken: een Palestijns toetje dus.
B’eter: No farmers no food?
No farmers no food? Ik zag vanavond nog hoe landbouwgrond in het buitengebied uitgebreid beregend wordt wat weer leidt tot nog meer droogte en nog lagere grondwaterstanden. Geen landbouwgrond met gewassen voor ons, nee, gras voor de koeien. Zou het niet beter zijn voor de wereld als veehouders zouden omschakelen, en peulvruchten of quinoa gingen verbouwen voor ons mensen? Er kan wel meer dan we vaak denken en als we de intensieve veehouderij een stuk zouden verkleinen (zeg de helft) – of zelfs helemaal afschaffen – dan zouden we ook al die velden met Engels Raaigras en snijmais niet nodig hebben (veevoer), we zouden dan veel meer ruimte hebben voor plantaardige, biologische land- en tuinbouw en bossen met eetbare soorten (kastanjes, noten, bessen e.d.). Hoe mooi zou dat zijn.



