Na 39 afleveringen is deze 40ste de laatste aflevering in de serie over antropologie. De serie pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder besproken thema valt ontegenzeggelijk nog meer te zeggen, en allerlei zaken zijn zelfs niet of nauwelijks aan bod gekomen. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd is geraakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Lijden
Iedereen krijgt tijdens het leven met lijden te maken. In het boeddhisme spreken we van ‘dukkha’. Lijden of dukkha bestaat uit meer dan fysieke pijn ondergaan. Dukkha kan bestaan uit zowel fysieke- als uit mentale-, sociale- of spirituele pijn, maar ook uit onbevredigende ervaringen, onvervulde verlangens, ongemak, disstress en nog veel meer. De hele wereld is en wordt wel eens een tranendal genoemd omdat er zoveel mensen zijn die lijden. Het antwoord van Boeddha op al dat lijden kennen we als de ‘VIER EDELE WAARHEDEN’:
De Eerste Waarheid: Het hele leven is een aaneenschakeling van lijden.
Deze waarheid is vanaf de geboorte direct duidelijk. De meeste mensen beginnen het met ‘klein lijden’ zoals het hebben van darmkrampjes, het doorkomen van tandjes en schrijnende billetjes. Tijdens het opgroeien en ouder worden, komt daar van alles bij en achteraan, variërend van liefdesverdriet, echtscheiding en baanverlies tot chronisch ziekzijn en verschrompeling. Er is naast lichamelijk lijden psychisch lijden, sociaal lijden, financieel lijden en ga zo maar door. Uiteindelijk ga je als mens over al dat lijden heen. Je overlijdt. En dat is overal op de wereld hetzelfde. Maar niet overal gaat iedereen op precies dezelfde manier met al die oorzaken om. Neem pijn: tot aan de twaalfde eeuw zijn er nauwelijks bronnen over pijn. In de eeuwen daarna verschuift de visie op pijnbeleving van iets algemeens – voor iedereen gelijk – naar iets persoonlijks; een ervaring die deel uitmaakt van de innerlijke wereld van het individu. Pijn wordt dan explicieter in verband gebracht met straf (denk aan openbare lijfstraffen) en dat werd steeds minder toegepast. In de negentiende eeuw wordt voor het eerst verdoving gebruikt tijdens chirurgische ingrepen. Ook worden aspirine en andere pijnstillers op grote schaal geproduceerd en verkocht. Dit maakt dat in westerse opvattingen pijn niet langer alleen gezien wordt als signaal, maar ook als medisch verschijnsel.
De Tweede waarheid: Alles heeft een oorzaak, lijden dus ook.
Mensen die lijden, leggen de oorzaak van het lijden vaak buiten zichzelf, bijvoorbeeld bij de omstandigheden, de ander, het noodlot, een straffende God, of wat dan ook… en soms bij zichzelf, maar dan als derde persoon enkelvoud. Hij of zij heeft dan iets verkeerd gedaan, niet goed uitgekeken, iets over zichzelf afgeroepen … Maar toch, meestal ligt de oorzaak van het lijden buiten de lijder zelf, vindt menigeen.
Dat van die ander klopt wanneer je de uitspraak ‘De ene mens is de andere een wolf (homo homini lupus)’ serieus neemt. Mensen doen elkaar van alles aan: oorlog, onderdrukking, vernedering, foltering, afwijzing, om maar wat te noemen. Maar ook zonder toedoen van anderen kun je lijden, bijvoorbeeld door ziekte, gebrek, pech, frustratie, ouder worden. Naast ‘anderen’ heb je natuurlijk nog God, het lot, toeval, omstandigheden, pech, maar zelden de eigen persoon. En dan verwachten mensen weer dat ‘de ander’ het voor ze oplost: de dokter, psycholoog, mantelzorger, de Sociale Dienst, Vadertje Staat, de kerk, een verzekeringsagent, een advocaat …
En hoewel lijden een veelvoud aan mogelijke oorzaken heeft, hebben ze allemaal één gezamenlijke bron. Die bron is ‘niet accepteren dat iets is wat het is’. Bij lijden past de mantra: “Niet hier. Niet nu. Niet zo. Niet IK”. Bij iemand die lijdt, rijzen vragen als “waarom moet juist mij dit treffen?” of “waar heb ik dit aan verdiend”.
Je kunt hier kort of lang over soebatten, ik kom steeds uit op: niet accepteren wat er op het moment van ervaren is. Je wenst eigenlijk dat het anders is! Veel mensen denken dat accepteren van wat er is, leidt tot lethargie, ongeïnteresseerdheid, apathie, laissez faire of zoiets als fatalisme. Dat is onzin. Ik zal een voorbeeld geven: stel je ligt met een schip in de Amsterdamse haven en je zet een koers uit naar de haven van News York. Geen probleem… behalve als je niet accepteert dat je in de Amsterdamse haven ligt maar vanwege het mooie weer liever in Bilbao. De koers Amsterdam – New York past niet bij vertrek uit Bilbao. Of omgekeerd. Welke koers je ook naar New York wilt uitzetten, die koers moet altijd beginnen met waar je vertrekpunt is. Als we het hebben over een oorzaak, hebben we het over een vertrekpunt. Als je het vertrekpunt niet erkent en handelt alsof je ergens anders bent, ga je gewoon de mist in. Niks lethargie, ongeïnteresseerdheid, apathie, laissez faire of fatalisme … je bent gewoon hartstikke stom bezig. Tot zover het voorbeeld. De oorzaak van het lijden is – anders gezegd – ergens anders willen vertrekken dan waar je bent. Zit je in de shit? Accepteer dat je in de shit zit. Heb je pijn? Accepteer dat je pijn hebt. Heb je geen cent te makken? Accepteer dat je geen cent te makken hebt. Zo simpel is het. Baby’s, opgroeiende kinderen en onvolwassen mensen begrijpen dat nog niet.
De Derde waarheid: Er is een manier om uit het lijden te geraken.
Boeddha wijst naar het achtvoudige pad. In andere culturen wijst men op vergelijkbare wegen. Het zijn allemaal levenswijzen, manieren om met het leven en dus met lijden-veroorzakende gebeurtenissen om te gaan. Het ligt niet aan de anderen! Je hebt wel of niet lijden helemaal zelf in de hand! Als je alle wegen met elkaar vergelijkt, blijft er slechts één oorzaak over: niet accepteren van de situatie zoals die is. Deze enige oorzaak kan iedereen alleen voor zichzelf wegnemen. Wanneer je bijvoorbeeld pijn accepteert als een feit, zal de pijn daardoor niet direct afnemen, maar je lijdt er niet meer aan. Het voor mij duidelijkste voorbeeld is dat van Jezus. Jezus aanvaardde zijn lot en wat wij zijn ‘lijdensweg’ noemen is in mij ogen meer een ‘aanvaardingsweg’. Hij liet zien dat hij alles aanvaardde wat men hem aandeed. Dat betekent niet dat hij geen pijn heeft gehad, of geen verschrikkelijk ongemak heeft gevoeld of geen diepgevoelde uitzichtloosheid of verlatenheid heeft doorgemaakt… want dat heeft hij zeer duidelijk wel. Vooral dat laatste: ‘Eli, eli lama sabachtani!’ geeft daar absoluut uiting aan. Maar ik ga ervan uit dat Hij zijn pijn, dorst, verlatenheid en wat al niet accepteerde … en dus niet leed zoals mensen dat op Hem projecteren. Nogmaals, wat de ene mens de ander aandoet kan verschrikkelijk zijn, maar ondanks alle ellende die men elkaar kan aandoen, kan niemand een ander doen lijden zolang die ander in het besef blijft dat het is zoals het is, hoe ellendig ook.
De Vierde Waarheid: Aan alle lijden komt een einde.
Je kunt pijn hebben en pijn lijden. Als je pijn accepteert als iets dat er is, verdwijnt de pijn niet maar lijd je er niet meer aan. Zolang je door een verlies lijdt, accepteer je dat verlies eigenlijk niet. Door een verlies te accepteren als feit, wordt het verlies er niet minder om, maar stopt het lijden. Zo gaat het met alles. Accepteer dat iets – wat dan ook – op het moment dat jij ermee wordt geconfronteerd, is zoals het is! Doe je het niet, begint voor jou daar het lijden, om pas te eindigen wanneer je het aanvaardt.
Totale aanvaarding van ‘Het is Hier en Nu wat het Hier en Nu is’ maakt aan alle dukkha een einde, ook al kunnen pijn, verlies en andere ongemakken blijven.


Geef een reactie