• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Boeddhistisch Dagblad

Ontwart en ontwikkelt

Header Rechts

Vijftiende jaargang

Zoek op deze site

  • Home
  • Agenda
    • Geef je activiteit door
  • Columns
    • Andre Baets
    • Dharmapelgrim
    • Bertjan Oosterbeek
    • Dick Verstegen
    • Edel Maex
    • Emmaho
    • Goff Smeets
    • Hans van Dam
    • Jana Verboom
    • Joop Hoek
    • Jules Prast
    • Paul de Blot
    • Rob van Boven en Luuk Mur
    • Ronald Hermsen
    • Theo Niessen
    • Xavier Vandeputte
    • Zeshin van der Plas
  • Nieuws
  • Contact
    • Steun het BD
    • Mailinglijst
  • Series
    • Boeddha in de Linie
    • De werkplaats
    • Recepten
    • De Linji Lu
    • De Poortloze Poort
    • Denkers en doeners
    • De Oude Cheng
    • Meester Tja en de Tao van Niet-Weten – alle links
    • Fabels door Goff
    • Cartoons van Ardan
    • Tekeningen Sodis Vita
    • De derwisj en de dwaas
  • Over ons
    • Redactiestatuut van het Boeddhistisch Dagblad
    • Redactieformule van het Boeddhistisch Dagblad
  • Privacy

Home » Achtergronden » Zwarte bladzijden uit onze geschiedenis – deel 2

Zwarte bladzijden uit onze geschiedenis – deel 2

9 juli 2026 door Kees Moerbeek Reageer

Het boek Zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis van historicus en journalist Rob Hartmans verscheen in 2017. Dit artikel besteedt aandacht aan Johan van Oldenbarnevelt die na een staatsgreep op het schavot werd terechtgesteld, aan kinderarbeid in Nederland en de aan behandeling van ‘landverraders’ en ‘moffenmeiden’.

 In hoofdstuk 2 De gerechtelijke moord op Johan van Oldenbarnevelt schrijft de auteur dat Johan van Oldenbarnevelt door zijn bescheiden afkomst onder normale omstandigheden nooit aan de macht zou zijn gekomen. Hij studeerde rechten en werd advocaat van het Hof van Holland. Door de kansen die de Opstand tegen Spanje hem bood, steeg hij op de maatschappelijke ladder. Hij werd later een belangrijke medewerker van Willem van Oranje dankzij zijn inzet, ambitie en organisatietalent. Na diens dood volgde zijn succes en kreeg Oldenbarnevelt de titel van landsadvocaat die hoorde bij het voorzitterschap van de Staten van Holland. Later werd hij benoemd raadspensionaris. Als politiek leider van de Republiek der Verenigde Nederlanden was hij premier, minister van Buitenlandse Zaken, Financiën en Defensie. Prins Maurits volgde zijn vader op als stadhouder van Holland en Zeeland, waar Utrecht, Overijssel en Gelderland bij kwamen.

Succesvol duo

Oldenbarnevelt stippelde het politieke beleid uit en de legerleider voerde de militaire acties uit. Samen vormden ze een succesvol duo en voorkwamen de steeds weer dreigende ondergang van de Republiek. Dit maakte haar tot een belangrijke Europese speler, schrijft Hartmans. De twintig jaar oudere Oldenbarnevelt kon Maurits in het begin zonder problemen aansturen. Naarmate Maurits’ militaire successen toenamen, wrong het echter steeds meer tussen de adellijke legeraanvoerder en de ambtenaar van nederige afkomst en er ontstonden serieuze meningsverschillen. De twee karakters botsten, Maurits was behoedzaam, Oldenbarnevelt nam grote risico’s. Hij stuurde aan op vrede terwijl de prins de strijd tegen Spanje wilde voortzetten. Vrede kwam er niet, wel een twaalfjarige wapenstilstand. Deze leidde tot de ondergang van Oldenbarnevelt, omdat de binnenlandse tegenstellingen over economische, politieke en godsdienstige meningsverschillen hoog opliepen.

Predestinatie

Het theologische meningsverschil tussen de hoogleraren Arminius en Gomarus liep uit op een felle strijd tussen twee protestantse groepen over de calvinistische predestinatieleer. Of iemand in de hemel of hel zou belanden, had God al voor zijn geboorte bepaald. Gomarus hield hier onverkort aan vast, zijn volgelingen werden de preciezen genoemd. Arminius nuanceerde dit, door deugdzaam en vroom te leven kan iemand immers zijn lot enigszins sturen. Zijn volgelingen werden de rekkelijken genoemd. Gomarus beschuldigde hen van katholicisme. Een aantal arminianen had een remonstrantie (bezwaarschrift) tegen de orthodoxie geschreven en werden hierom ook remonstranten genoemd. Een pamflettenoorlog brak uit en soms ging men elkaar te lijf.

In één opzicht sloot de arminiaanse leer beter aan bij de mening van Oldenbarnevelt en dit was dat kerk en staat gescheiden moesten zijn en dat de staat bij tegenstellingen de kerk zijn wil moest kunnen opleggen. Volgens de gomaristen was alles en iedereen ondergeschikt aan God en dus aan de kerk die Zijn woord verkondigd. Oldenbarnevelt liet zijn voorkeur voor de remonstranten snel blijken en bepaalde dat er voor beide stromingen plaats moest zijn. Dit was een gruwel in de ogen van veel rechtzinnige calvinisten en Maurits besloot daarom hiervan gebruik te maken. Hij nam steeds meer afstand van Oldenbarnevelt en heel voorzichtige probeerde hij zijn invloed te vergroten. Hij deed dit bijvoorbeeld door als stadhouder de samenstelling van stadsbesturen te veranderen door leden te vervangen door medestanders.

Showproces

In juli 1617 koos de prins openlijk voor de gomaristen en verzekerde zich van een meerderheid in de Staten-Generaal. Ondertussen werden de arminianen steeds openlijker uitgemaakt voor landverraders. Op 29 augustus liet hij Oldenbarnevelt en een aantal van zijn vertrouwelingen arresteren.

Tijdens een showproces werd Oldenbarnevelt ter dood veroordeeld en zijn vertrouwelingen kregen levenslang. Vlak voor zijn onthoofding op 13 mei 1619 op het schavot zei Oldenbarnevelt tegen de omstanders op het Haagse Binnenhof met de woorden: ‘Mannen, gelooft niet dat ik een landverrader ben. Ik heb oprecht en vroom gehandeld als een goed patriot, en zo zal ik sterven.’

De arminianen ervoeren de terechtstelling als een gerechtelijke moord en al snel waren er protesten te horen. De affaire veroorzaakte een deuk in het aanzien van de stadhouder. Johan van Oldenbarnevelt kreeg zijn eerherstel, zij het eeuwen later.

Traditionele sectoren

Kinderarbeid komt in alle pre-industriële samenlevingen veel voor, kinderen moeten werken om te kunnen overleven, aldus Hartmans in hoofdstuk negen: Kinderarbeid. Het ging bij ons vooral om de traditionele sectoren, maar het beeld ontstond dat de industriële revolutie de oorzaak was van kinderarbeid. In Groot-Brittannië, maar ook in Frankrijk en België leidde deze revolutie tot de komst van enorme mijnen en fabrieken, waar ook kinderen in gevaarlijke situaties werkten. Mede door deze gruwelverhalen uit het buitenland bestond hier al in de beginfase discussie over kinderarbeid in fabrieken en vond er langzamerhand een mentaliteitsverandering plaats, aldus de auteur.

Het rapport van het onderzoek dat koning Willem I instelde naar de kinderarbeid belandde in 1841 direct in een bureaula. De conclusies waren minder alarmerend dan gevreesd. De meeste arbeidskrachten en kinderen werkten in de traditionele sectoren.

Berucht was het ‘seizoensverzuim’ in de landbouw. Hierdoor gingen veel kinderen van acht jaar en ouder uitsluitend naar school als het werk op het land stillag. Tienjarige jongens die werkten als koewachter waren ook niet te benijden. In weer en wind en armoedig gekleed stonden ze lange dagen op de dijk waar de koeien graasden. Als de dieren op stal stonden moesten ze bijvoorbeeld helpen met het uitmesten en met het melken.

Veel kinderen werkten in werkplaatsen van touwslagerijen en steen-  en pannenbakkerijen. Vooral na 1850 nam dit werk in omvang toe. Ze moesten in steenfabrieken veertien uur per dag stenen keren, opstapelen en versjouwen. In de snel groeiende sigarenindustrie werkten ook kinderen, sommigen niet ouder dan vijf jaar. Ook werden kinderen ingezet voor werk dat nog niet machinaal verricht kon worden zoals in de glas- en aardewerkfabrieken van de firma Regout in Maastricht.

Uitgekleed kinderwetje

Na 1850 kwamen er twee ontwikkelingen. Ten eerste namen grote bedrijven steeds minder kinderen jonger dan twaalf jaar aan dankzij betere machines en was er onder fabrikanten een mentaliteitsverandering ontstaan. Ten tweede ontstond er een beeld dat kinderarbeid was toegenomen en dit veroorzaakte veel zorgen.

Op initiatief van de liberaal Sam van Houten nam na zes dagen debat de Tweede Kamer op 3 mei 1874 zijn uitgeklede Kinderwetje aan. Alleen kinderarbeid beneden de twaalf jaar werd verboden voor fabrieken en werkplaatsen. De bevoegdheid van lokale gemeenten om voor kinderen tussen de acht en twaalf de leerplicht in te voeren haalde het ook niet. Kinderarbeid in de landbouw, in de thuisnijverheid en bij particulieren bleven buiten schot. Bovendien betrof de wet een verbod kinderen ‘in dienst te nemen’ en niet op een verbod op hun ‘arbeid’.

Het duurde nog lang voordat kinderarbeid onder twaalf jaar in winkels, thuis, op het land en in kleine werkplaatsen verdween. De leerplichtwet van 1901 was een grote stap vooruit. In 1914 volgde er een arbeidsverbod voor kinderen jonger dan veertien jaar. Pas in 1955 bepaalde een wet dat kinderen tussen twaalf en veertien jaar niet langer dan vijf uur per dag in de landbouw mochten werken. Pas in 1981, toen machines er al lang voor zorgden dat de landbouw geen kinderarbeid nodig had, kwam er een totaalverbod voor kinderen onder de veertien jaar. Vergeleken met de excessen rond kinderarbeid in sommige buitenlanden viel bij ons kinderarbeid volgens Hartmans misschien nog wel mee, maar geen enkel kind was dit lijden gegund.

Ontsporingen

Met de bevrijding in mei 1945 barstte de euforie los, maar niet alleen tomeloze vreugde kwam vrij, maar ook wraakzucht, merkt de auteur op in hoofdstuk dertien De behandeling van ‘landverraders’ en ‘moffenhoeren’. Dat de verantwoordelijken voor de bezettingsterreur en hun Nederlandse handlangers bestraft moesten worden was volkomen terecht en gerechtvaardigd. ‘Volgens het boekje’ verliep het oppakken en opsluiten van verdachten in deze chaotische tijd lang niet altijd. Er was veel onduidelijk, er moest volop worden geïmproviseerd, dus waren ontsporingen onvermijdelijk, maar het bleef niet bij incidenten.

Voor de bevrijding hadden de regering in ballingschap en het verzet nagedacht over hoe op te treden tegen ‘foute’ vaderlanders en twee benaderingen werden afgesproken. Er kwam een ‘zuivering’ van mensen die in hun beroep of functie te meegaand waren geweest met de bezetter. Tienduizenden NSB’ers werden ontslagen, maar vele anderen moesten voor ‘ereraden’ verschijnen, die waren ingesteld door hun beroepsgroep, politieke organisatie of vakbond. Wie het nazibewind had bevoordeeld kon een beroepsverbod krijgen voor bepaalde of onbepaalde tijd. Sommige wethouders en vakbondsbestuurders werden bijvoorbeeld geroyeerd en sommige advocaten werden ‘van het tableau geschrapt’. De ene sector nam de zuivering serieuzer dan de andere. Vrijwel alle politieagenten die bij de jodendeportatie hadden geholpen konden in dienst blijven en de zuivering van het bedrijfsleven was helemaal een wassen neus, bladzijde 147.

Scherpe kritiek

De ‘Bijzondere Rechtspleging’ die al in 1943 in Londen was voorbereid was veel minder vrijblijvend. Bijzondere Gerechtshoven moesten oordelen over ‘politieke delinquenten’ die zich schuldig hadden gemaakt aan ‘landsverraderlijke’ activiteiten. Daadwerkelijke medewerking, maar ook vijandelijke propaganda vielen er bijvoorbeeld onder. Iedere NSB’er die met Volk en Vaderland had gecolporteerd kon vervolgd worden en deze regel werd ruim genomen.

Praktisch bijna iedereen die lid was geweest van de NSB of van een verbonden organisatie werd opgepakt. In mei en juni werden tussen de 125.000 en 175.000 verdachten vaak hardhandig gearresteerd. Ze werden opgesloten in gevangenissen en in totaal zo’n 130 kampen. Het Duitse concentratiekamp Vught werd bijvoorbeeld hiervoor gebruikt. In de eerste maanden was de behandeling slecht en bewakers maakten zich schuldig aan het stelen van het karige voedsel voor de gevangenen en voor mishandeling. Sommige gevangenen pleegden zelfmoord door de treiterijen. Op de militaire basis de Harskamp waar SS’ers waren geïnterneerd ging het er ruig aan toe.

De Groene Amsterdammer gaf in juli 1945 scherpe kritiek op de Bijzondere Rechtspleging. In 1946 nam het ministerie van Justitie het gezag over de collaborateurskampen over van de Binnenlandse Strijdkrachten, waardoor de omstandigheden aanzienlijk verbeterden. Er volgde een onderzoek naar de klachten en de ‘lichte gevallen’ werden zonder berechting vrijgelaten. Zij die later werden berecht zijn minder zwaar gestraft. In het eerste jaar na de bevrijding werden 145 doodstraffen uitgesproken, maar vanaf 1947 werden veel gratieverzoeken ingewilligd. Uiteindelijk werden 42 collaborateurs of Duitse oorlogsmisdadigers terechtgesteld.

‘Goed’

Beslist niet alle Nederlanders waren enthousiast over het vernederen en kaalscheren van ‘moffenhoeren’, sommigen schaamden zich hiervoor. Toch leek er een groot draagvlak voor de aanpak te bestaan. Over het algemeen werden vrouwen die geld, voedsel en luxeartikelen aannamen voor hun diensten niet onderscheiden van vrouwen die verliefd waren geworden op een Duitse militair. Uit onderzoek bleek eveneens dat vooral vrouwen uit de lagere klassen de pineut waren en menige dame die het had aangelegd met een Duitse officier ging vrijuit.

De volkswoede en wraakzucht waarvan de vrouwen slachtoffer werden kwam deels voor uit frustraties of een slecht geweten. De meeste Nederlanders onthielden zich om begrijpelijke redenen van verzet. Mogelijk voelden sommige mannen zich gekwetst in hun mannelijkheid, omdat ze vijf jaar moesten aanzien hoe de Duitsers zich gedroegen en zelfs Nederlandse meisjes ‘inpikten’. De bevrijding was een kans om te laten zien wie wel ‘goed’ was. ‘Bovendien was er niet veel moed nodig om met z’n allen vrouwen of meisjes uit hun huizen te sleuren, vast te binden en kaal te scheren’, bladzijde 152.

Al met al zwarte bladzijden, maar Rob Hartmans voegt hieraan toe of wij in alle gevallen weten vast te houden aan de normen en waarden die we nu zo hoog houden.

Opmerking

Ruim twintig jaar na de bevrijding lagen collaboratie met de bezetter, nazisympathieën en het nazigedachtegoed terecht nog zeer gevoelig. De Boerenpartij haalde in 1966 een grote verkiezingsoverwinning, maar dit luidde ook de ondergang van de partij van boer Koekoek in. De NRC onthulde tien dagen voor de verkiezingen van de Eerste Kamer dat nummer één van de partij en de vertrouweling van Koekoek, Ir. Hendrik Adams na de oorlog veroordeeld was voor collaboratie. Hij was in de oorlog lid van de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij (NSNAP), een partij nog extremer dan de NSB.  Ook schreef hij voor het antisemitische blad De Misthoorn. Op grond van zijn oorlogsverleden was hij ontslagen en veroordeeld tot een internering van één jaar en zeven maanden.’ Koekoek wilde bewijzen zien en Adams ontkende.

Toen de Adams werd geïnstalleerd als lid van de Eerste Kamer herhaalde VVD-senator Ir. J. Baas na het officiële gedeelte de beschuldiging van de NRC tegen Adams. In de koffiekamer van kamer volgde een woordenwisseling waarbij Adams tegen Baas tekeer ging en Baas hem een vuistslag gaf. Koekoek beweerde dat Baas de beschuldiging had verzonnen. Het incident kreeg een storm aan publiciteit en Baas kreeg bijval, ook van anderen die waren bedreigd. Veel over het oorlogsverleden van Adams werd onthuld, onder andere over zijn geschrijf voor de antisemitische Misthoorn. In het partijblad De vrije boer schreef Koekoek over een hetze.

Op 11 oktober tijdens de algemene beschouwingen van de Tweede Kamer ging het over de Boerenpartij en over de omgang met Adams. Op 12 oktober kreeg Adams een motie van wantrouwen van de Tweede Kamer die 109 tegen 2 (Boerenpartij) werd aangenomen. Uiteindelijk stapte Adams zelf verongelijkt op, hij vond zichzelf een eerlijke Nederlander. De Boerenpartij leerde van de fouten en scherpte de eisen voor de vertegenwoordigers aan.

Na juni 1966 volgden er meer onthullingen en in augustus verlieten de eerste leden de partij. Koekoek bleef Adams echter de hand boven het hoofd houden. Historiek schrijft: ‘Na het vertrek van Adams was het duidelijk: oud-politiek delinquenten die geen afstand namen van en spijt betuigden over hun ‘foute’ verleden werden niet geaccepteerd in de hoogste politieke gremia. En politici die dat niet inzagen – zoals Koekoek – konden rekenen op scherpe afkeuring.’ Koekoek had een enorme politieke blunder begaan en de sympathie van een groot deel van zijn aanhang verloren.

Bronnen
Hartmans, R. Zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis. Uitgeverij Omniboek. Utrecht, 2017
Koops, E. Bijzondere Rechtspleging – Vervolging van collaborateurs, Historiek, dec. 2019
De Vetten, J. De Boerenpartij – de affaire-Adams, Historiek, jan. 2021
Van Rossem Vertelt: Het beeld van Oldenbarnevelt
https://www.youtube.com/watch?v=TtIWJZ-RlJ4
Harskamp: Hier kwamen na de oorlog bijna 8000 SS’ers terecht | De Bevrijding
https://www.youtube.com/watch?v=aC2nHPj4dkw
Behalve feest bracht de bevrijding ook nieuwe problemen met zich mee | Van Rossem Vertelt
https://www.youtube.com/watch?v=-WwPvlOhn-w

 

 

Categorie: Achtergronden Tags: arminiaanse leer, Arminius, Bijzondere Rechtspleging, Boerenpartij, de Republiek, ereraad, Gomarus, industriële revolutie, Ir. Hendrik Adams, Johan van Oldenbarnevelt, kinderarbeid, Kinderwetje, koning Willem I, moffenhoeren, NSB, NSNAP, Rob Hartmans, Sam van Houten, seizoensverzuim, zuivering, Zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis

Lees ook:

  1. Dharmapelgrim – voorbeschikking
  2. De spiegel van Menno Ter Braak
  3. ‘Dat neemt geen criticus van ons dus af’
  4. Na de Nederlands Volksbeweging over tot de orde van de dag

Elke dag het BD in je mailbox?

Elke dag sturen we je een overzicht van de nieuwste berichten op het Boeddhistisch Dagblad. Gratis.

Wanneer wil je het overzicht ontvangen?

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Door:

Kees Moerbeek

Kees Moerbeek werkte aan De Lotusvijver en was eindredacteur/hoofdredacteur voor het Magazine VvB. Hij gelooft in de sociaal-maatschappelijke aspecten van het boeddhisme. Kortom: het Achtvoudige Pad. 
Alle artikelen »

Agenda

  • Agenda
  • Geef je activiteit door

Ochtend- of avondeditie

Ochtend- of avondeditie ontvangen

Abonneer je

Elke dag gratis een overzicht van de berichten op het Boeddhistisch Dagblad in je mailbox.
Inschrijven »

Agenda

  • 6 juli 2026
    Zomer Avond Zen in Arnhem 6 juli -31 augustus
  • 11 juli 2026
    Inzichten uit het dagelijks leven
  • 11 juli 2026
    Gaiea and the Cosmic Choir – Concert
  • 11 juli 2026
    Gaiea and the Cosmic Choir – Concert
  • 12 juli 2026
    Chanting for World Peace
  • 15 juli 2026
    Harde Waarheid - Open Hart
  • 16 juli 2026
    Zen Spirit Leesgroep 2026 22 januari t/m 17 december 2026 online
  • 18 juli 2026
    De twaalf schakels van afhankelijk ontstaan
  • bekijk de agenda
  • De werkplaats

    De werkplaats.

    Boeddhistische kunstenaars

    Artikelen en beschrijvingen van en over het werk van boeddhistische kunstenaars. Lezers/kunstenaars kunnen zich ook aanmelden met hun eigen werk.
    lees meer »

    Pakhuis van Verlangen

    In het Boeddhistisch pakhuis van verlangen blijven sommige teksten nog een tijdje op de leestafel liggen.

    De Poortloze Poort voor nitwits, koan 13 – Alle wijsheid in een schaaltje

    Hans van Dam - 5 juli 2026

    Meester Deshan liep met zijn kommetjes naar de eetzaal toen de dienstdoende monnik, Xuefeng, hem aansprak: De klok voor het eten moet nog luiden, waar gaat u met uw kommetjes naartoe?

    Boeddhistische doeners en denkers – de serie (29)

    gastauteur - 17 mei 2026

    Arjan Mulder: 'Het boeddhisme is voor mij een persoonlijke tocht. Ik weet dat dit niet wordt aangeraden, maar ik kan niet zo veel met bijeenkomsten. De meditatie-ochtenden en weekend-retraites die ik heb bezocht, leverden mij vooral 'ongeloof op – over starre interpretaties en rituelen, met weinig ruimte voor gesprek.'

    Boeddhistische doeners en denkers – de serie (27)

    gastauteur - 15 mei 2026

    Loekie: 'Ik ben ook heel dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen. Dat het voor mij als leek mogelijk is om met een groep van 60 mensen tien dagen op de Drentse hei samen te mediteren en te leren over het boeddhisme, dat is echt heel bijzonder.’

    Taigu – Het lijden in de wereld

    Jules Prast - 24 april 2026

    Het komt Taigu voor dat boeddhisme te vaak gaat over ‘verlichting’ en te weinig over het lijden in de wereld, dat eerst moet worden opgelost voordat iemand zich in spirituele zin bevrijd kan wanen. Het existentiële kerndilemma van boeddhisme is dat wij ieder delen in de rotheid van de wereld, terwijl wij over het vermogen beschikken onze bevrijding dichterbij te brengen door het lijden van de ander te verminderen. In sommige teksten wordt dit vermogen ‘boeddhanatuur’ genoemd.

    BUN-voorzitter Michael Ritman: ‘de waarheid van de dharma kan niet aangetast worden door wangedrag van een leraar’

    Nicole Mulders - 14 november 2025

    Eind november 2025 neemt Michael Ritman afscheid als voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). In maart 2020 interviewde Nicole Mulders hem voor het Boeddhistisch Dagblad. De boeddhistische wereld verkeerde geruime tijd voor dat interview in zwaar weer door seksueel- en machtsmisbruik door boeddhistische leraren. Het aantal leden van de BUN is van 37 naar ruim 50 gegroeid, onder meer door de aansluiting van Aziatische boeddhistische tempels waar Ritman het contact mee aanging.

    Meer onder 'pakhuis van verlangen'

    Footer

    Boeddhistisch Dagblad

    over ons

    Recente berichten

    • NGO’s opnieuw naar rechter voor exportverbod F-35 onderdelen naar Israël
    • Zwarte bladzijden uit onze geschiedenis – deel 2
    • Zentangle 28 (Brain Salad Surgery III)
    • Het heilige geschenk en haar trouwe dienaar
    • Boeddhistische doeners en denkers – de serie 83

    Reageren

    We vinden het geweldig om reacties op berichten te krijgen en op die manier in contact te komen met lezers, maar wat staan we wel en niet toe op de site?

    Over het BD

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten.
    Lees ons colofon.

    Zie ook

    • Contact
    • Over ons
    • Columns
    • Reageren op de krantensite

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten. Lees ons colofon.