Voor de bevrijding hadden de regering in ballingschap en het verzet nagedacht over hoe op te treden tegen ‘foute’ vaderlanders en twee benaderingen werden afgesproken. Er kwam een ‘zuivering’ van mensen die in hun beroep of functie te meegaand waren geweest met de bezetter. Tienduizenden NSB’ers werden ontslagen, maar vele anderen moesten voor ‘ereraden’ verschijnen, die waren ingesteld door hun beroepsgroep, politieke organisatie of vakbond. Wie het nazibewind had bevoordeeld kon een beroepsverbod krijgen voor bepaalde of onbepaalde tijd. Sommige wethouders en vakbondsbestuurders werden bijvoorbeeld geroyeerd en sommige advocaten werden ‘van het tableau geschrapt’. De ene sector nam de zuivering serieuzer dan de andere. Vrijwel alle politieagenten die bij de jodendeportatie hadden geholpen konden in dienst blijven en de zuivering van het bedrijfsleven was helemaal een wassen neus.
Johan van Oldenbarnevelt
Revolutie
Tijdens de Nederlandse Revolutie kwam het verbond van God, Oranje en Vaderland onder vuur. De Nederlandse geschiedschrijving heeft de furieuze reacties en emoties van die jaren altijd gebagatelliseerd. ‘We wisten ons er geen raad mee’, schrijft historicus Joost Rosendaal in zijn boek De Nederlandse Revolutie. Vrijheid, volk en vaderland 1783-1799. Deze korte bespreking geeft een indruk van het ontstaan van onze democratische rechtsstaat.


