De Hind Rajab Foundation (HRF) zegt verheugd te zijn over berichten dat de Israëlische minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir, een gepland bezoek aan New York heeft afgezegd naar aanleiding van oproepen tot vervolging van hem, die door HRF en het Center for Constitutional Rights waren geïnitieerd, naast de druk die werd uitgeoefend door een door de Palestinian Youth Movement en anderen georganiseerde grassroots-mobilisatie.
Volgens berichten in verschillende media kwam Ben-Gvir tot dit besluit nadat de HRF een klacht had ingediend bij het Amerikaanse ministerie van Justitie en, samen met het Center for Constitutional Rights, een brief had gestuurd waarin de procureur-generaal van New York, Letitia James, werd aangespoord een onderzoek in te stellen naar Ben-Gvirs schendingen van de wetgeving van de staat New York en zijn misdaden tegen inwoners van New York.
HRF en het Center for Constitutional Rights hebben procureur-generaal James tevens opgeroepen om binnen het bureau van de procureur-generaal een speciale taskforce voor de vervolging van gruweldaden op te richten. Deze taskforce moet alle gruweldaden onderzoeken die door of tegen inwoners van New York zijn gepleegd in de bezette Palestijnse gebieden, ongeacht de identiteit of nationaliteit van de verantwoordelijken.
Al decennia lang reizen volgens HRF Israëlische politieke en militaire leiders de wereld rond in de verwachting straffeloos te blijven. Aan dat tijdperk komt volgens HRF nu een einde. Het toenemende vooruitzicht op juridische aansprakelijkheid heeft nu al gevolgen voor hun bewegingsvrijheid. Wanneer een Israëlische minister een internationale reis afzegt vanwege de mogelijkheid dat er een strafrechtelijk onderzoek tegen hem wordt ingesteld, toont dit volgens HRF aan dat de inspanningen om hen ter verantwoording te roepen tastbare resultaten opleveren.
De boodschap is duidelijk: personen die verdacht worden van betrokkenheid bij gruweldaden en oorlogsmisdaden kunnen er niet langer van uitgaan dat ze zonder juridisch risico naar het buitenland kunnen reizen. Niettemin voldoet het besluit van Ben-Gvir om weg te blijven uit New York niet aan het streven naar gerechtigheid. Het stelt slechts juridische kwesties uit die om een oplossing vragen, stelt HRF.
De verantwoordelijkheid van de procureur-generaal van New York blijft volgens deze organisatie van kracht, ongeacht of de persoon tegen wie de klacht is ingediend ervoor heeft gekozen zich onder de jurisdictie van de staat te begeven. Procureur-generaal James blijft de plicht hebben om New Yorkse inwoners te ontmoeten die het slachtoffer zijn van de misdaden die in onze klacht worden beschreven, en om de aangevoerde beschuldigingen grondig te onderzoeken.
Onderzoeken mogen volgens HRF niet worden uitgesteld totdat een verdachte het rechtsgebied binnenkomt. Ze moeten van tevoren worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat, mocht Ben-Gvir of een persoon in een vergelijkbare situatie New York binnenkomen, de autoriteiten in staat zijn onmiddellijk op te treden.
HRF: ‘Fundamenteler nog: deze zaak heeft nooit uitsluitend over Itamar Ben-Gvir gegaan. Hij mag dan wel toezicht houden op het martelbeleid van de Israëlische gevangenisdienst, maar die martelingen worden uitgevoerd door individuele bewakers en gevangenispersoneel. Ben-Gvir heeft zichzelf misschien wel gefilmd terwijl hij activisten van de Global Sumud-flottieljes mishandelde, maar deze activisten werden ook ontvoerd, illegaal vastgehouden en gemarteld door individuele Israëlische soldaten en politieagenten. Ben-Gvir mag dan wel volgens HRF voorvechter zijn van de illegale kolonistenbeweging en wapens aan hen verstrekken, maar het zijn de kolonisten en de soldaten die hen beschermen die het Israëlische beleid van apartheid en gewelddadige onteigening ter plaatse uitvoeren.’
HRF: ‘Er zijn inwoners van New York die hebben deelgenomen aan gruweldaden in de bezette Palestijnse gebieden. Er zijn ook inwoners van New York die het slachtoffer zijn van diezelfde misdaden of die daardoor familieleden, dierbaren of bezittingen hebben verloren. Deze verbanden vormen zowel een juridische basis als een morele plicht voor de staatsautoriteiten om een onderzoek in te stellen.
Geen enkele inwoner van New York zou gedwongen moeten worden om te leven naast personen die verantwoordelijk zijn voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden. Verantwoording afleggen gaat niet alleen over bestraffing; het gaat om het beschermen van gemeenschappen, het handhaven van de rechtsstaat en het waarborgen dat geen enkel rechtsgebied een veilige haven wordt voor daders van de ernstigste internationale misdaden.’
De annulering van Ben-Gvirs reis is volgens de organisatie een belangrijke mijlpaal, maar het is slechts één stap in een veel bredere inspanning om verantwoording af te dwingen. Elke juridische procedure ondermijnt de muur van straffeloosheid. Elk onderzoek versterkt de rechtsstaat en vergroot het bereik van de verantwoordingsplicht. Elke geannuleerde reis toont aan dat verantwoording niet langer theoretisch is, maar al lang vóór de eerste zittingsdag in de rechtbank concrete gevolgen heeft.


Geef een reactie