Rond de jaarwisseling zijn er veel mensen die plannen maken om dingen anders of beter te doen. Juist in deze tijd worden er veel goede voornemens gemaakt. Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit en auteur van het boek Je bent wat je doet heeft er onderzoek naar gedaan. Het nieuwe jaar zegt ze: “voelt als een nieuwe start. Je hebt een schoon, fris gevoel en denkt dat alles weer mogelijk is”. Maar in de meeste gevallen zijn die goede voornemens al na een paar weken verdampt. We schijnen slechts 30% van onze goede voornemens echt uit te voeren. Een verklaring die Vonk hiervoor geeft is dat mensen teveel op hun goede bedoelingen vertrouwen. Dat is een denkfout, want je hebt daadkracht nodig. We beginnen heel gemotiveerd, maar om het vol te houden heb je geen motivatie nodig, maar een concreet plan én discipline: wat ga ik doen en hoe en wanneer ga ik het doen. Af en toe is het dus nodig om jezelf eens ernstig toe te spreken zegt ze. Hetzelfde geldt voor onze beoefening, hoe houden we die levend? Discipline, één van de zes paramita’s, is nodig om te volharden.
Een bekende quote van C.S. Lewis, auteur van o.a. The Chronicles of Narnia is: “Je bent nooit te oud om nieuwe doelen te stellen of een nieuwe droom te dromen”. Dromen weerspiegelen onze diepste verlangens. Het boeddhisme labelt verlangen meestal negatief als klesha, begeerte, vastklampen. Maar er is ook een positieve term voor verlangen, samvega . Het staat voor het verlangen om een einde te maken aan alle verwarring en de weg te willen gaan, te willen ontwaken. Het is de bodhicitta die in ons werkzaam is, die ons vanuit een innerlijke motivatie naar het kussen drijft. In de ceremonie van Toevlucht, waarin je de voorschriften ontvangt, breng je dat verlangen tot uitdrukking door drie maal het trisharana[1] te reciteren. Je verbind je daarmee met de weg die je gaat. Het leidt tot verdieping van je praktijk en helpt ons de weg te gaan. In de november sesshin was er een ceremonie van Toevlucht en dit jaar volgen er nog een paar. De drie pijlers van zen geven aanwijzingen wat ervoor nodig is om te volharden: We zitten met het diepe geloof en vertrouwen in de meditatie, diep vertrouwen dat we al boeddha’s zijn. In de ceremonie van Toevlucht reciteren we: “Ik ben de Boeddha, de Boeddha is mij”. We dragen de verlichting al in ons, we hebben de potentie te ontwaken. We zitten met grote twijfel, dat wil zeggen dat we met een open, ontvankelijke geest zitten en opmerkzaam zijn op wat zich in de geest aandient. En we zitten met grote discipline, we herinneren onszelf steeds weer aan ons voornemen. Er staan ons allerlei handvatten ter beschikking die we als richtlijnen voor ons pad kunnen gebruiken. De belangrijke vraag is hoe je dit in je dagelijks leven toepast.
In de Poortloze Poort staat een koan (nr 12) die daarover gaat. Het verhaal gaat over het levend houden van je beoefening, wat op allerlei manieren kan en voor iedereen anders zal zijn. De Chinese zenmeester Zuigan (9de eeuw) deed dat op zijn geheel eigen en originele wijze. Vanaf zijn verlichtingservaring tot aan zijn dood bleef Zuigan zichzelf ‘wakker’ roepen. Iedere morgen sprak hij zichzelf met dezelfde woorden toe: “Meester!” Hij gaf antwoord: “Ja!-Ja! Hier ben ik”. Dan riep hij: “Ben je wakker, helemaal wakker?” Hij antwoordde: “Ja, ja!”. Hij riep “Val niet in slaap!” “Nee”, was het antwoord. “Laat je niet door anderen misleiden, geen dag, geen enkel moment!” “Nee! Nee!” Iedere morgen herhaalde Zuigan dit ritueel in het bijzijn van zijn leerlingen. Voor Zuigan had dit een bijzondere betekenis, hij leefde verlichting voor aan zijn leerlingen, maar ook aan zichzelf, iedere morgen in het zelfde ritueel, herinnerde hij zich aan zijn ontwaakte geest.
Iedereen is uniek en moet voor zichzelf ontdekken wat een goede manier is om je beoefening levend te houden. Ton had de gewoonte om naast tweemaal per dag te mediteren, gebeden op te zeggen. Hij gebruikte verschillende gebeden, één in het bijzonder reciteerde hij dagelijks, het was de mantra: “Eeuwige moeder, open mijn hart”. Hij vertelde me hoe hij dit gebed door de dag heen in stilte uitsprak. Hij reciteerde dit in stilte tussen de dagelijkse beslommeringen door, ’s morgens als hij opstond, bij het douchen, tijdens een autorit, in de rij bij een kassa, tijdens een wandeling. Ik heb dat van hem geleerd en doe het op mijn manier door de dag heen. Favoriet bij mij is het zinnetje, dat over de pāramitā geduld gaat: “Ontvangen, verdragen en transformeren”. Het helpt mij om niet reactief te zijn. Andere vaste mantra’s die ik gebruik als het tegenzit zijn: “Alles is er, niets ontbreekt” of “Iedere dag is een goede dag”. En door de dag heen beoefen ik een soort van één minuten zen door een minuut in stilte zijn en naar binnen gaan. Het houdt je wakker. Thich Nhat Hanh liet in Plum Village iedere dag om 12.00u een gong afgaan. Mensen lieten dan alle werk uit hun handen vallen en volgden de ademhaling naar binnen en buiten: ‘Ik adem in en besef dat ik inadem. Ik adem uit en weet dat ik uitadem. Ik adem in en ik volg de lengte van mijn ademhaling. Ik adem uit en volg de lengte van mijn uitademing. Ik adem in, ik adem uit.’ Dit gebeurt nog steeds iedere dag door al zijn volgelingen over de hele wereld. Je kunt er ook voor kiezen om dagelijks volgens een vaste routine te mediteren. Waar het om gaat is dat je doorgaat met de beoefening, ook al komen er misschien momenten van twijfel. Dat hoort er bij. Gewoon doorgaan, onversaagd doorgaan, ook al weten we niet wat de beoefening oplevert en of en wanneer het iets oplevert. Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Waar het om gaat is dat we steeds meer de Weg omarmen die we gaan in de betekenis van de bekende regel: “Er is geen weg naar geluk, maar geluk is de weg”. Het wil zeggen dat alles er al is, nu in dit moment. Die zin drukt de vreugde uit dat we dit pad hebben gevonden, het is er altijd en we kunnen het iedere minuut wanneer we het maar willen beoefenen. Alles is er, niets ontbreekt. Maar we zijn natuurlijk geen robots die dit almaar blijven doen, want er gebeuren onverwachte en soms tragische dingen in je leven. Pas je beoefening aan aan wat er in je leven speelt, aan hoe je je voelt en wat je nu nodig hebt. Wees flexibel! Toen we een keer bij Zr. Elisabeth op bezoek waren zei ze hierover: “Als je ziek bent, moet je ziek zijn”. Het wil zeggen: Wees altijd mild en vriendelijk voor jezelf.
We gaan iedere dag door met onze beoefening. Onze geest zal zich steeds meer afstemmen op het Ene. Naarmate de tijd vordert, raakt je geest leger en vult zich vanzelf met wijsheid, liefde en compassie. We moeten het levend houden, want als onze geest niet opmerkzaam is, loopt die vrijwel vanzelf vol nutteloze gedachten, oordelen, opvattingen, meningen en overtuigingen. Onze geest kan veel moois voortbrengen, maar kan ook schade aanrichten. Daarom trainen we onze geest iedere dag opnieuw opdat we als een bodhisattva alert, open en verbonden midden in de wereld blijven staan. Als we in de meditatie, maar ook in ons dagelijks leven stap voor stap werken aan het laten smelten van het ego, dat het ‘ik’ gevoel in stand houdt, dan vermindert onze reactiviteit en worden onze reacties milder en lukt het steeds meer om glimpen op te vangen van onze ware natuur, die er altijd is en zich in ons handelen laat zien. Als je echter gevangen blijft in de conventionele werkelijkheid, ook wel het relatieve bewustzijn genoemd en die als onveranderlijk beschouwt, dan zul je deze waarheid nooit realiseren en blijft de absolute werkelijkheid een gesloten boek.
Als je ‘weet’ -in de betekenis van wijsheid, prajnā- dat de werkelijkheid vele malen groter is dan de zichtbare conventionele werkelijkheid, dan is er geen denken meer, maar alleen nog ervaren, zoals zenmeester Zuigan laat zien in het verhaal. Iedere morgen sprak Zuigan zijn ware natuur aan. Er is geen verschil tussen Zuigan, die zijn ware natuur aanspreekt en de Zuigan, die vanuit zijn ware natuur antwoord geeft. Als Zuigan: ‘meester’ roept, dan is dat niet zijn gewone ik die roept en degene die hij roept, zijn ware natuur. Zowel degene die roept, als degene die het antwoord geeft, zijn beide zijn ware natuur.
Zuigan is de grote dood gestorven, de grote dood aan het ik/ego. Hij leeft weliswaar in de relatieve werkelijkheid, maar handelt als een verlichte meester in de relatieve én absolute werkelijkheid. Hij is vrij. Dagelijks roept hij zichzelf wakker met de woorden: “Meester!”- “Ja, ja!”- “Ben je wakker?” Beide zijn ze de ware natuur. Dat is de ware betekenis van het verhaal. Hij toont dat aan zijn leerlingen. Maar je moet het altijd levend houden, dat doe je voor jezelf, maar je helpt hierbij vaak ook onbewust anderen. Dat was bij Zuigan het geval met zijn leerlingen (2010: 89-93).
Ook na een verlichtingservaring blijf je je gewoon inspannen om het zicht op de ware natuur levend te houden. Ook na zijn verlichting bleef Zuigan dat doen door ‘de meester’ toe te roepen. Ook alle Boeddha’s blijven beoefenen. Hoe lang je de weg al gaat, het maakt niet uit, 1 jaar of 30 jaar, het vergt altijd discipline om het levend te houden. Goede voornemens of dromen nastreven vergt discipline. Aan de slag lieve mensen: We gaan weer vol vreugde zitten!

