Bhikkhu Bodhi is oprichter en voorzitter van de humanitaire organisatie Buddhist Global Relief (BGR) en houdt zich onder andere bezig met klimaatverandering en hulp tegen honger.
‘Toen we begonnen met BGR, was ons doel mensen helpen die getroffen zijn door armoede, rampen en sociale verwaarlozing. Al gauw beseften we dat dit te vaag was en onpraktisch. Zelfs grote, gerenommeerde humanitaire organisaties zoals CARE en Oxfam hebben duidelijker omschreven doelen. Als kleine boeddhistische organisatie konden wij niet alle problemen van de wereld aanpakken zonder dat onze energie zou verdwijnen.
Ik dacht aan mijn eigen ervaring in Sri Lanka en India, waar veel mensen ondervoed zijn, hoewel het probleem in Sri Lanka minder groot is dan in andere landen. Ik had gelezen over wereldwijde honger en vond het moeilijk te bevatten dat bijna een miljard mensen leven in voedselonzekerheid en dat er jaarlijks zo’n zes miljoen mensen sterven van honger of door honger gerelateerde ziektes. Ik hoorde dat 40 miljard dollar per jaar voldoende zou zijn om honger de wereld uit te helpen. Maar over de hele wereld geven regeringen per jaar een paar biljoen dollar uit aan militaire doeleinden, terwijl er miljoenen mensen sterven van de honger. Ik vond dat heel tragisch, het bezwaarde mijn hart. De Boeddha heeft in de Dhammapada gezegd: ‘Er is geen ergere ziekte dan honger’ en benadrukte vaak dat het goed was om eten te geven aan mensen die honger lijden. Zo zag ik dat traditionele boeddhistische waarden goed pasten bij een nauwkeuriger gedefinieerde missie van BGR.’
‘Ik denk niet dat wij, alleen de boeddhisten, kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van een wereldwijde ethiek. De beste vooruitzichten hebben we als we samenwerken met mensen van een ander geloof en met mensen zonder een bepaald geloof, maar van goede wil en met dezelfde humanistische waarden als wij.
De grootste bedreiging die ik tegenwoordig zie, zit in de opkomst van een zuiver functionele kijk op de wereld, aangedreven door een meedogenloos economisch systeem dat alles beoordeelt naar geldwaarde en alles ziet als bron van financieel gewin. Door deze denkwijze verandert het milieu in een poel van ‘natuurlijke hulpbronnen’ die moeten worden gewonnen en omgezet tot winstgevende producten, en mensen worden uitgebuit voor arbeid, waarna men zich van hen ontdoet als ze niet langer nuttig zijn.
Om deze trend te weerstaan kunnen wij als boeddhisten vooral doeltreffend zijn als we netwerken met anderen die de menselijke waardigheid en de onschendbaarheid van de natuur kostbaarder vinden dan financiële rijkdom. Door die verbinding ontstaat er misschien een gezamenlijke stem die een nieuw denkkader kan formuleren dat wortelt in de intrinsieke waardigheid van mensen en de onderlinge afhankelijkheid van al het leven op aarde. Zo’n samenwerking kan de waarden bevorderen die gezonde alternatieven bieden voor onze vrije-marktvereisten corporatisme, uitbuiting, ontginning, consumentisme en toxische economische groei.’
‘Westerse boeddhisten – en waarschijnlijk ook ontwikkelde boeddhisten in Azië – wenden zich vooral tot de Dhamma als pad van innerlijke ontwikkeling dat ons vraagt om weg te kijken van de omstandigheden in onze maatschappij. Als deze trend zich voortzet, zal het boeddhisme dienen als comfortabel thuis voor de intellectuele en culturele elite, maar zo kan het de zoektocht naar verlichting veranderen in een privéreis die slechts een gelaten passiviteit biedt tegenover het immense lijden waardoor tallozen dagelijks worden gekweld.’
Als wij iets willen bereiken, zegt Bhikkhu Bodhi, gaat het om twee morele principes:
‘Het ene is liefde, die voortkomt uit empathie, blijdschap en lijden van anderen kunnen voelen alsof het van jezelf is. Als liefde gericht wordt op mensen die lijden, manifesteert zij zich als medeleven, het delen van hun lijden, plus vastbesloten zijn om hun lijden te beëindigen. Het andere principe, dat samengaat met liefde, is rechtvaardigheid. Sommige boeddhistische vrienden van mij maakten daar bezwaar tegen en zeiden dat rechtvaardigheid als concept niet voorkomt in het boeddhisme. Ik ben het daar niet mee eens. Het woord Dhamma heeft vele nuances. In een daarvan kun je het opvatten als rechtvaardigheid, wanneer ‘de monarch die het wiel ronddraait’ wordt beschreven als dhammiko dhammaraja, dat ik zou weergeven als ‘een rechtschapen koning van gerechtigheid’ of ‘een rechtvaardige koning van rechtvaardigheid’. Volgens mij ontstaat rechtvaardigheid als we erkennen dat alle mensen intrinsieke waarde bezitten, met inherente waardigheid zijn begiftigd, en daarom moeten worden geholpen om die waardigheid te verwezenlijken.
Als medeleven en rechtvaardigheid worden verenigd, krijg je wat ik noem gewetensvol medeleven. Dat is medeleven, niet slechts als een mooi naar binnen gericht gevoel van empathie met mensen die lijden, maar medeleven dat aanzet tot vastberadenheid om anderen te verheffen, om de oorzaken van hun lijden aan te pakken, en de sociale, economische en politieke omstandigheden te scheppen waaronder iedereen zich kan ontplooien en in harmonie kan leven.’
Om een gruwelijk lot te ontlopen is volgens Bhikkhu Bodhi een tweezijdige transformatie noodzakelijk. We moeten allereerst een ‘innerlijke bekering’ ondergaan, die ons wegleidt van het streven om steeds meer verlangens te bevredigen en van het voortdurend stimuleren van begeerte of hunkering. Maar verandering is ook nodig bij instellingen en maatschappelijke systemen. We moeten niet meer onophoudelijk produceren en consumeren, maar de omslag maken naar een stationaire economie die wordt geleid door de mensen zelf, ten behoeve van hun gemeenschap, en niet door bedrijfsdirecteuren die uit zijn op dominantie van de markt en hogere winsten.
‘Op radicaal niveau zegt de Dhamma dat het hoogste geluk wordt bereikt door het totaal verwerpen van begeerte. Weinig mensen kunnen die graad van onthechting bereiken. Om de boodschap makkelijker verteerbaar te maken, moeten we de nadruk leggen op waarden zoals tevredenheid, eenvoud, waardering van natuurlijke schoonheid, voldoening door zinvolle relaties en inspanningen om de geest in bedwang te houden.’
Geef een reactie