Vandaag deel een van de nieuwe serie Tweespraak, waarvan de volgende afleveringen maandelijks zullen verschijnen. De auteurs -psychotherapeut Rob van Boven en psycholoog Luuk Mur, praten over verschillen en overeenkomsten tussen psychotherapie en Dzogchen.  De lezer wordt van harte uitgenodigd om mee te praten.

Door onze geschiedenis hebben we allen een overlever in ons die vol zit met denk- en voelpatronen. De overlever staat vaak een vrij uiten van onze eigen natuur in de weg. De opvattingen van de overlever worden geprojecteerd op de wereld. Ben je vroeger mishandeld, dan verwacht de overlever dat nu weer. Deze projecteert alles naar buiten, naar binnen kijken wordt als gevaarlijk gezien door de overlever. De buitenwereld daar moeten we het van hebben, gelooft de overlever. Zo ontstaat er een dualisme met volop herhalingen.

Luuk vraagt aan Rob: Ieder mens heeft een -ik-besef. We gebruiken allerlei begrippen om iets over onszelf te zeggen, bijvoorbeeld: ik, ego, zelf. Ik sluit me graag aan bij de begrippen die jij gebruikt om over -ik- te praten. Als jouw uitgangspunten duidelijk zijn kunnen we deze gebruiken om zinvol te praten over de soort problemen die mensen hebben die bij je komen en de manier waarop je ze coacht. Daarna wil ik verder ingaan op twee andere begrippen die belangrijk zijn in jouw gedachtegang namelijk: ‘geloof’ en ‘interne gezinstherapie’.

Maar nu eerst de begrippen die je gebruikt om jezelf of een ander aan te duiden.

Rob: Ego is voor mij niet een begrip dat ik vaak gebruik. Ego is voor mij niet ‘iets’. Het idee van ego ontstaat als je je met het ‘automatisch denken’, dat ieder mens doet, identificeert. Je raakt dan het idee kwijt dat het slechts een gedachte is die zijn eigen leven leidt en dus buiten je wil omgaat. Identificatie met die gedachten geeft het idee van een ego. Ik wil hier later wel eens op ingaan, maar als ik dat nu doe dan wordt het nodeloos ingewikkeld.

Ik gebruik andere begrippen, namelijk het kwetsbare kind, het daadkrachtige kind, de overlever en de volwassene.

Luuk: Laten we dan eerst deze begrippen duidelijk krijgen.

Rob: Als je geboren wordt is er als eerste het natuurlijke, kwetsbare kind. Het is één met zijn omgeving en onbewust van zichzelf en de wereld. Het kwetsbare kind is puur ‘zijn’, er is geen ‘to do’, geen tijdsplanning, geen gisteren of morgen, geen strategie.

Vervolgens ontwikkelt zich het daadkrachtige kind.

Voor het daadkrachtige kind is de wereld, zoals deze zich aan dit deel voordoet, een gegeven. Het moet zich verhouden tot de buitenwereld omdat het niet kan kiezen voor zijn opvoeders en de situatie waarin het leeft. Het daadkrachtige kind houdt zich daarom bezig met manieren waarop het zich kan verhouden met zijn omgeving en met het kwetsbare kind. Zo zorgt het daadkrachtige kind ervoor dat de situatie voor hem hanteerbaar blijft en het verbonden kan blijven met zijn omgeving. Het daadkrachtige kind en het kwetsbare kind zie ik als twee broertjes of zusjes.

Of er een harmonieuze relatie ontstaat tussen het daadkrachtige en kwetsbare kind hangt af van de mate waarin het kwetsbare kind mee mag doen in de omgeving waarin het kind opgroeit. Om zich te beschermen voor pijn zal het daadkrachtige kind de manifestatie van het kwetsbare kind in bepaalde mate inperken, zowel binnen het interne gezin als in de buitenwereld. Onder het interne gezin versta ik het drietal kwetsbare kind, daadkrachtig kind en de volwassene. Deze laatste ontstaat pas later.

Ook het daadkrachtige kind voelt, denkt en heeft een wil. Het daadkrachtige kind begint na te denken over wat het moet doen in de wereld waarin het leeft. Dit denken hoeft nu niet meer enkel gerelateerd te zijn aan het moment van hier en nu. ‘Straks’ en ‘toen’ gaan ook in het denken meedoen. Het daadkrachtige kind is daarmee het oudere ‘broertje’ of ‘zusje’ van het kwetsbare kind, hoewel het zich ontwikkelt na het ontstaan van het kwetsbare kind. Met het daadkrachtige kind ontwaakt het eerste bewustzijn over de buitenwereld en van het kwetsbare kind (het kwetsbare kind is ‘niet ik’ voor het daadkrachtige kind. Omgekeerd ook). Na de schoolleeftijd ontstaat verder nog de Volwassene.

Luuk: En wat versta jij nu onder -ik-.

Rob: De volwassene, het daadkrachtige kind en het kwetsbare kind kunnen allemaal gedefinieerd worden als -ik-. Dat zijn dus drie verschillende -ikken-.

We zijn echter geneigd ze allemaal op een hoop te gooien en geen onderscheid te maken tussen de verschillende -ikken-. Als gevolg hiervan beschouwen we alles wat er in ons plaatsvindt als onze eigen volwassen keuze, zonder ons bewust te zijn van de kinderlijke invloeden van het kwetsbare en daadkrachtige kind. Naar mijn mening is dit een belangrijke geloofsvergissing, een begrip dat ik later zal toelichten. Het gevolg van zo’n geloofsvergissing kan zijn dat we ons zonder dat we het begrijpen angstig, agressief of depressief voelen. In ons spelen zich processen af waar we helemaal niet om gevraagd of voor gekozen hebben. We kunnen akelige gedachtes constateren, waar we helemaal niet op zitten te wachten. Toch blijven ze komen.

Ik reserveer het concept ‘ik’ voor datgene waar ik me op een zeker moment mee identificeer, bijvoorbeeld het kwetsbare kind, het daadkrachtige kind of de Volwassene. Vanuit die identificatie kijk ik naar dat datgene wat op dat moment ‘niet-ik’ is. Zo kan ik me  identificeren met elk deel apart, afhankelijk van een situatie. Of ik kan me identificeren met alle drie de delen zonder onderscheid te maken. Alsof ze een kluwen vormen. Ik kan me ook identificeren met twee van de drie, waarbij ik de derde buitensluit. Als ik geen onderscheid maak tussen de delen kan ik er als volwassene geen relatie mee hebben. Vervolgens kan ik niet kiezen hoe ik omga met wat er in mijn interne gezinssysteem plaatsvindt, een begrip dat later aan de orde komt.

Ik kan me tenslotte ook identificeren met de volwassene en de andere twee delen zien als niet deel uitmakend van de volwassene persoon die ik nu ben. Vanuit mijn volwassene heb ik een relatie met deze twee delen zonder te kunnen bepalen wat ze denken, voelen en willen. Wel kan ik vanuit de volwassene bepalen hoe ik met deze twee delen omga.

Luuk: Laten we verder inzoomen. Het kwetsbare kind is puur ‘zijn’ en het daadkrachtige kind reageert op zijn omgeving.

Rob: Dat klopt. En pas veel later ontstaat de volwassene. Vanuit de volwassene wordt er een bewustzijn mogelijk over zowel het daadkrachtige kind als het kwetsbare kind. De volwassene kan zich afvragen hoe het zich wil verhouden met beide delen enerzijds en hoe het zich wil verhouden met de wereld anderzijds. Het volwassen deel kan in principe kiezen met wie en hoe het een relatie aan wil gaan in de buitenwereld, een buitenwereld die geen vaststaand gegeven meer is. De volwassene kan zijn omgeving veranderen of voor een andere omgeving kiezen.

Daarnaast kan de volwassene ook naar zichzelf kijken en conclusies trekken over eigen functioneren. De volwassene is de observator van zowel de binnenwereld als de buitenwereld.

Luuk: We hebben zo dus drie delen die alle drie als -ik- aanvoelen, maar een geheel andere kijk op de wereld hebben. En ze ervaren de ander als niet -ik-.

Rob: De volwassene is de ‘oudste’ van het interne gezin, hoewel hij pas als laatste op het toneel verschijnt. Wie de ‘oudste’ van het interne gezin is, wordt namelijk bepaald aan de hand van het niveau van bewustzijn. De volwassene heeft een hoger bewustzijn dan het daadkrachtige kind, omdat hij een groter overzicht heeft over zichzelf en over de wereld om hem heen. Het daadkrachtige kind heeft weer een hoger bewustzijn dan het kwetsbare kind. Alle drie gezinsleden hebben zowel een actieve als een sensitieve kwaliteit. Zowel de volwassene, het daadkrachtige kind als het kwetsbare kind voelen en handelen. Alle drie zijn ze te beschouwen als poorten tussen onze buitenwereld en de binnenwereld van onze behoeftes en hebben elk hun eigen specifieke functie daarin.

Luuk: Dat is je basis schema waarmee je werkt?

Rob: Nog een paar toevoegingen. Als het daadkrachtige kind in de knel komt tijdens zijn ontwikkeling dan zal hij zich gedragen als overlever. Als het daadkrachtige kind bijvoorbeeld ervaart dat hij bedreigd wordt, bijvoorbeeld omdat het zich ongewenst voelt of dat het ervaart dat het niet voldoet aan de verwachtingen van zijn opvoeders en zich onvoldoende beschermd weet door zijn verzorgers dan zal hij zelf actie proberen te ondernemen, teneinde veiligheid te waarborgen. Hij kan bijvoorbeeld aangepast gedrag gaan vertonen, om maar geaccepteerd te worden. Of hij kan juist opstandig gaan reageren en bijvoorbeeld probleemgedrag gaan vertonen. De overlever ontstaat dus uit het daadkrachtige kind dat, doordat het in het nauw komt, besluiten moet nemen. Dat doet het met het bewustzijn van een kind.

Kinderlijke emoties blijven doorwerken als de persoon later volwassen is. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat de overlever dominant blijft in de persoonlijkheid en de volwassene niet de leiding neemt.

Ik zie de drie -ikken- als een intern gezin, waarbij de volwassene het meeste bewustzijn heeft en daardoor de leiding zou moeten hebben. Dat gebeurt echter lang niet altijd. Je kan lichamelijk volwassen zijn, maar emotioneel helemaal niet.

Luuk: Jan Geurtz, boeddhist en bekend van trainingen, cursussen en retraites in meditatie en spiritualiteit en auteur van bestsellers als Verslaafd aan liefde en Vrij van gedachten, stelt dat we onze eigen natuur geleerd hebben af te wijzen, omdat we ons moesten aanpassen aan de opvoeders, het gezin, de samenleving. Hij spreekt zelfs van zelfhaat. Pas als we deze zelfafwijzing gaan inzien en onze eigen natuur weer kunnen accepteren, kunnen we ons bewustzijn verder ontwikkelen en echt volwassen worden. We hoeven dan niet meer bezig te zijn om anderen te manipuleren en te gebruiken, teneinde onszelf beter te voelen.

Wat vind je daarvan?

Rob: Het gaat m.i. niet altijd om haat van de overlever naar het kwetsbare kind. Als de structurele pijn het gevolg is van de manier waarop de opvoeders omgaan met het hun kind is deze pijn ingebed in eenzaamheid en machteloosheid. Een voor het kwetsbare kind en daadkrachtige kind niet te verdragen combinatie. De overlever zal dan proberen de pijn buiten het bewustzijn te houden en houdt dan daarmee ook deels het kwetsbare kind buiten het bewustzijn. Nu zijn er echter twee mogelijkheden vanuit de overlever gezien. Of hij ziet het kwetsbare kind als schuldige van de pijn.

‘Als hij, het kwetsbare kind, er niet is heb ik geen probleem en kan ik overleven’ kan de overlever begrijpelijk denken (geloven). Hij kan, binnen dit geloof, haat ontwikkelen naar het kwetsbare kind. Terwijl dit kind enkel adequaat voelt en zelf niet de aanleiding van de pijn is.

Ook is het mogelijk dat de overlever de buitenwereld als het probleem ziet. Objectief gezien zijn daar natuurlijk argumenten voor. De opvoeders zijn niet in staat gebleken het kind te beschermen voor de emotionele pijn, hetgeen wel hun taak is. De overlever probeert vervolgens het kwetsbare kind te beschermen door het te verbergen voor de buitenwereld. Het nare paradoxale effect voor het kwetsbare kind is dan wel dat het nog steeds geen volledig leven heeft. Maar in dit geval is er geen haat vanuit de overlever naar het kwetsbare natuurlijke kind.

Tevens is het mogelijk dat de volwassene een haat-verhouding heeft met de overlever, gelovend dat hij ondergeschikt is en dient te gehoorzamen. De volwassene die zich los kan zien van de overlever wil vrij kunnen zijn in zijn mogelijkheden en ervaart dat soms niet als zodanig. De overlever uit zich bijvoorbeeld in doorlopend gepieker. De volwassene lijkt zich vrij te moeten vechten. Dit gevecht blijft bestaan totdat de volwassene zich realiseert dat de overlever ondergeschikt is aan hem. In dat geval kan de volwassene zich afvragen wat er met de overlever aan de hand is en waarom hij de volwassene wil domineren. De volwassene kan haat voelen naar de overlever, maar in de therapie zal ik er op wijzen dat de overlever veel noodzakelijk beschermingswerk heeft verzet toen de volwassene er nog niet was en daarmee respect en liefde verdient.

Luuk: Interessant is dat je het standpunt van de overlever een geloof noemt. Het is een gedachtegang ontwikkeld in moeilijke omstandigheden door een overlever met nog beperkt bewustzijn. Hij, de overlever, blijft dit echter op latere leeftijd volhouden en zal proberen de volwassene en het natuurlijke kind ervan te overtuigen dat dit de beste levenshouding is, ook al is de situatie al lang veranderd. Zijn eerdere oplossing blijft invloed uitoefenen alsof het een geloof is. In een volgend gesprek wil ik hier verder op ingaan.

Rob van Boven (1951) is psycholoog en geregistreerd psychotherapeut. Hij was consultant voor verschillende organisaties (drugs en verslaving counseling, vaardigheden workshops) en werkte vijftien jaar als een behandelingscoördinator in een psychiatrische instelling.

Van Boven ondersteunt mensen in het worden wie ze zijn door hen te assisteren om hun interne weerstanden op te lossen en om zich te ontdoen van oude geloofsovertuigingen. Hij gaat in zijn therapieprojecten pragmatisch/directief te werk en is geïnspireerd door verschillende therapeutische richtingen.

Bij Rob van Boven wordt het geloof van de overlever bewust gemaakt en een juiste plaats gegeven. Het doel is om los te komen van de dwang van het geloof en bewustzijn te ontwikkelen naast deze denk- en voelpatronen. Hoe meer je van het geloof van de overlever bevrijd bent, zonder het te bestrijden, maar door het de juiste plek te geven, hoe vrijer je kan leven.

Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en heeft een drietal boeken geschreven over de door hemzelf ontwikkelde hulpverleningsmethode communitysupport. Hij is lid van de Dzogchen Community Nederland.

Dzogchen is een vorm van Tibetaans boeddhisme waarbij veel belang wordt gehecht aan de ontwikkeling van individueel bewustzijn. Bij deze traditie streeft men naar non-dualiteit van het bewustzijn. Mensen zijn zich niet alleen bewust ( je weet dat je dit leest), maar je kunt je ook bewust zijn van dit eerste bewustzijn. Dit meta-bewustzijn wordt ‘gewaarzijn’ genoemd.

Bij Dzogchen leer je om de essentie van onze geest te herkennen. We kunnen deze essentie meestal niet herkennen, omdat we zo geïdentificeerd zijn met ons denken en voelen. Doordat we zo versmolten zijn met ons denken en voelen ervaren we de gewaarzijnde kwaliteit van onze geest niet. Het enige dat we ervaren is ons subjectieve ik-bewustzijn, met onze opvattingen waar we zo op vertrouwen. Het is ons houvast, ons geloof. Bij Dzogchen wordt het probleem bij de wortel aangepakt en het hele subject-object dualisme doorzien en overstegen.

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

15 reacties op ‘De buitenwereld daar moeten we het van hebben, gelooft de overlever.’

  1. bart schreef:

    Van Boven ondersteunt mensen in het worden wie ze zijn
    Kan iemand mij dit uitleggen?

  2. Kay schreef:

    Deze reactie is verwijderd omdat de schrijver niet inging op de inhoud van het artikel maar op mindfulness, een ander artikel.

    • Kay schreef:

      Deze reactie is verwijderd omdat zij niet inging op de inhoud van het artikel maar op mindfulness.

  3. Kay schreef:

    Psychologie is een baby wetenschap wat meer dan 100 jaar geleden onafhankelijk geworden van en ontstaan uit filosofie en religie. Het onderzoek in psychologie gaat niet erg diep. Het zijn oppervlakkige beweringen over oppervlakkige verschijnselen. Maar kennis begint wanneer als we weg komen van de oppervlakkige verschijnselen en de echte werking en oorzaken gaan zien. Alle wetenschap is zo, een tegenstelling tussen zintuiglijke waarnemingen van oppervlakkige verschijnselen en een ontdekken van waarheden onvermoed voor de gewone ongetrainde rede. Je kunt alleen de delen begrijpen als je het geheel kent. Als de gesprekspartners in dit artikel zich in volgende artikelen blijven baseren op familie verhoudingen in de kindertijd dan blijft het bij wat oppervlakkigheden.

    • Kees moerbeek schreef:

      Dank, Kay, maar wat je betoogt is een cirkelredenering. X is oppervlakkig omdat X oppervlakkig is en daarom is X oppervlakkig.

      ‘Je kunt alleen de delen begrijpen als je het geheel kent.’ Een geheel bestaat uit delen en delen maken een geheel. Iets kan een eind touw zijn of een staart van een olifant. Iets kan een tuinslang zijn of een cobra constrictor. Door stapje voor stapje onderzoek wordt de olifant ontdekt en de een slangachtig iets als tuinslang of boa constrictor. Zo werkt het menselijkerwijs en daar is niks verwerpelijks aan.

      Het wordt rijkelijk vaag. Hoe weet je dat iets een deel is of een geheel en kan het geheel wel gekend worden? Een vergelijkbare vraag is hoeveel engelen op de punt van de naald zitten? Een vergelijkbare vraag is of het gezelschap bewaarengelen aan het bed van een kind (op iedere hoek e.d.) bodhisattva’s zijn e.d.

      Je reactie van 16:00 ‘Er wordt van beneden gekeken naar boven of zelfs ontkent dat een er een boven is.’ Wat is boven? Wat is beneden? Wat zou er ontkent worden? Eerder had je over de tegenstelling tussen van binnen en van buiten. Wat is dat binnen en wat is dat buiten? Ik kan zeggen wat binnen, buiten, boven of onder is en iedereen kan dat. Maar op de een of andere manier zit er iets bovenwereldlijks of bovenmenselijks waar jij iets van kent/weet/ziet en nog zo wat en daar ben ik je volkomen kwijt.

      Met alle respect Kay, ik probeer chokolade of worst te maken van wat je beweert en dit is ook geen grap. Maar waar heb je het in Boeddha’s naam over :-) https://www.youtube.com/watch?v=vWwgrjjIMXA

      • Kay schreef:

        Kees nog even dit, het is ook voor jou bedoeld, ik hoop dat je het begrijpt, als je al niet te diepverzonken bent het niet-weten.
        De psycholoog en therapeut in het bovenstaande artikel nemen een paar deeltjes op, Freud deed hetzelfde, isoleren dan een paar (morbide) fenomenen en eigenschappen en die worden dan tot buitengewone proporties opgeblazen in vergelijking met hun echte natuurlijke werking. Deze fenomenen en eigenschappen worden tot nauwe termen gegeneraliseerd en tot de hele aard en natuur van de mens verklaart. Freud deed dit door een extreem reductionisme. In zijn dogmatisme dichte hij een exclusieve rol toe aan het seksuele motief in alle het menselijk gedrag. Als je het geheel niet kent kun je de delen niet begrijpen. Het is grof, zoals in alle baby wetenschappen.

      • Kay schreef:

        Kees,”Het geheel is meer dan de optelsom van de delen”. Je kunt een bloem ontleden en in stukjes snijden, dan kun je nog niet het leven van de bloem verklaren, of van de stukjes weer een bloem maken.
        Wat is boven? Het zelf is boven, iets anders dan het gewone dagelijkse leven.

  4. Kay schreef:

    Vaak wordt in spiritualiteit/psychologie en religie het ego/zelf tot iets pervers of ziekelijks gebombardeerd of als in dit artikel tot iets behorende tot het machteloze, krachtige of kwetsbare kind. Psychotherapeuten die proberen zich in te laten met een spirituele leer doen dat met het flikkerende licht van een fakkel. Er wordt van beneden gekeken naar boven of zelfs ontkent dat een er een boven is.

    • kees moerbeek schreef:

      Met alle respect Kay, je bent bevlogen, uit je mening en dat is goed. Ik heb ook mijn overtuigingen en ook dat mag. Iedereen heeft een mening en dat mag, gelukkig.

      Ik noem mezelf onbescheiden zenboeddhist en ben er heilig van overtuigd dat we onze ‘open samenleving’ met zijn myriade aan meningen moeten koesteren. Het is nog niet ‘open’ genoeg.

      Dit geldt ook voor spiritualiteit en om een vergelijking met Poppers’s levenswerk te trekken: er is open en gesloten spiritualiteit, dan wel godsdiensten. Die geslotenheid is mensvijandig. De dreiging van het historicisme, Nazismr, fascisme, Leninistisch-Marxisme is nu veranderd in allerlei vormen van neo-liberalisme, populisme van allerlei soort, vormen van religieus fundamentalisme, hedendaags bijgeloof en sektarisme.
      Zie: http://www.vriendenvanboeddhisme.nl/2015/frankrijk.html

      Graag je aandacht hiervoor:https ://www.nrc.nl/nieuws/1999/12/17/karl-popper-the-open-society-and-its-enemies-1945-7474972-a950768

      Hierbij de gezongen Mahayana Major Tom soetra en dat is bloedserieus. De Dharma ligt op straat en die straat is daarom geplaveid met goud en diamanten: https://www.youtube.com/watch?v=HNuSD49chY8

      Namo Guanshiyin pusa!

  5. Kees moerbeek schreef:

    Correctie: https ://www.nrc.nl/nieuws/1999/12/17/karl-popper-the-open-society-and-its-enemies-1945-7474972-a950768

    • Kay schreef:

      Dank voor je verwijzing naar het artikel. Helaas zit ik niet meer zo in de meer gedetailleerde en interessante kennis van deze denkers.

      • kees moerbeek schreef:

        Jammer. De mening van Popper tegen de opvatting ‘wetenschap is maar een mening’ tegen fundamentalisme, nihilisme en modern bijgeloof.

        Popper heeft het ook over een levenshouding mijns inziens (idealiter) die van de Kalama’s na hun gesprek met Boeddha. https://www.youtube.com/watch?v=8-GtGPVeGeM

        Dit is zo (zen)boeddhistisch als het maar zijn kan ttps://www.youtube.com/watch?v=AsFdH0Q7RSs

  6. marein schreef:

    van een freudiaans mensbeeld naar karl popper. wauw.

    • kees moerbeek schreef:

      Zo wauw als de Dharma, Marein

      De Mahayana soetra ‘Take the world in a love embrace’. De Weg is een highway. https://www.youtube.com/watch?v=lbz90NWR9kc

      Het alternatief is nihilisme, absoluut niet boeddhistisch;

      ‘The pink champagne on ice
      And she said
      ‘we are all just prisoners here, of our own device
      And in the master’s chambers,
      They gathered for the feast
      The stab it with their steely knives,
      But they just can’t kill the beast’
      https://www.youtube.com/watch?v=K6S4O-VtZBI

      Er is geen beest en dus er hoeft niks gedood te worden, er valt niks te vermoorden. Zelfs het vermaledijde ‘IK/EGO’ niet.

      Namo Guanshiyin pusa! Namo Amida butsu!

  7. Joop Ha Hoek schreef:

    Mag ik jullie vragen te reageren op de inhoud van dit artikel, daartoe uitgenodigd door de auteurs. Te weten psychologie en Dzogchen.

Menu