Ernst Kleisterlee is initiatiefnemer en bestuurslid van Hospice de Liefde in Rotterdam. Een hospice waarin iedereen welkom is. ‘Dat zou Boeddha ook gewild hebben,’ zegt Kleisterlee in een interview met Nicole Mulders, geplaatst in het BD. Ook vrijwilligers van alle achtergronden zijn van harte welkom! Het hospice gaat op 1 oktober 2019 open. De vraag is: is dit een boeddhistisch hospice of het hospice van een boeddhist? De boeddhistische monnik Sungrab Woeser stelt in onderstaand artikel: ‘Een boeddhistische fundament voor het hospice is niet zichtbaar.’

In de essentie van de Prajnaparamita sutra, genaamd: de ‘hartsutra’ beschrijft bodhisattva Avalokiteshvara aan Sariputra de fundamentele leegte van alle verschijnselen, in de phrase: ‘vorm is leegte, leegte is vorm’. Vorm is pas benoembaar door het geheel van haar samenstellende delen. In de keten van afhankelijk ontstaan is dit ‘naam en vorm’, (Paticca samuppada).

Bij het lezen van het artikel over een ‘boeddhistisch hospice’, spreekt de auteur soms over een ‘boeddhistisch hospice’ en soms over een ‘hospice, geïnspireerd op het boeddhisme’. De keuze van de boeddhistische bedrijfsidentiteit is niet eenduidig, want die twee verschillen wezenlijk van elkaar.

Wanneer men een organisatie-vorm ‘boeddhistisch’ wil noemen, kan het niet anders dan dat haar inhoud (bedrijfsfilosofie) gebaseerd moet zijn op de authentieke boeddha dharma: de inzichten van de Boeddha Sakyamuni. Uit dit fundament voert vervolgens de organisatievorm voort. Zonder dit fundament is een boeddhistisch hospice ‘leeg van innerlijk bestaan’. Anders gezegd: het is een gewoon hospice.

Het is dan een hospice van een geïnspireerd initiatiefnemer die boeddhist is. Maar dat is niet hetzelfde als een boeddhistisch hospice.Inspiratie heeft een gevoelsmatige basis. Zonder duidelijke vorm en concrete inhoud kan inspiratie niet gedeeld worden en vervalt zij.

Wat zijn die samenstellende delen, fundamenten, die mijns inziens de naam en vorm ‘boeddhistisch hospice’ rechtvaardigen? Zoals gezegd: het eerste wezenlijke fundament is Boeddha, in de vorm van zijn dharma.

Daarover leest men in het artikel, citaat: ‘De voorbereidende scholing is, in compassie, openheid en empathie, gebaseerd op mindfulness’. Einde citaat. Dus niet gebaseerd op de inzichten van de Boeddha, de dharma, maar -naar ik vrees- op trendy mindfulness. Die haar wortels met de buddhadharma allang verloren heeft.

Tweede fundament is de beschikbaarheid van de leraar, de lama, de guru. In meerdere functies: als eindverantwoordelijke voor het gefaseerde dharma studie programma, hospice gerelateerd. Tevens beschikbaar voor rituelen voor de stervende: de phowa, de gebeden, de drie dagen onaanraakbaarheid, de begeleiding in het bardo. En de wijze, humane toevlucht voor personeel, bewoner en familie.

Derde fundament is de sangha. De dagelijkse aanwezigheid van een gekwalificeerde sangha: monniken, nonnen, leken beoefenaars. Niet alleen gekwalificeerd voor de zorg, maar ook vaardig in de communicatie vanuit de buddhadharma. Ten dienste van het steunend contact met familie, bewoner, collega. En vaardig in zichzelf.

Een vierde fundament in de leer van Boeddha is meditatie. Een structurele inbedding van dagelijkse meditatie, het grote geschenk van Boeddha. Voor heling, stilte, wijsheid en reflectie, toegankelijk voor ieder in het hospice die daaraan behoefte heeft.

Naast deze inhoudelijke fundamenten zijn er een vijftal praktische voorwaarden:

  1. Attitude en deskundigheid van (vrijwillig) personeel. De initiatiefnemer stelt in zijn artikel, citaat: ‘Iedereen is welkom om er te komen werken’. Je moet alleen wel over de dood kunnen praten’. Voor een fundament van de buddhadharma in een hospice, is een voorwaarde (selectiecriterium) dat men boeddhist of lekenbeoefenaar is. Alleen affiniteit en inspiratie zijn niet duurzaam.
  2. Reguliere bijeenkomsten, in het licht van de dharmabeoefening. Waar de ervaringen van allen in het hospice welkom zijn: reflectie, delen, leren en vaardig handelen.
  3. Het hart van het religieuze gebouw: de tempelruimte. Deze is dienstbaar aan meditatie, verstilling, gebed, verwerking. Een plaats voor scholing in dharma onderricht. Door een bhante, lama of anderszins.
  4. Een bibliotheek, waar de Pali Canon, de Tangyur en andere boeddhistische boeken voor ieder beschikbaar zijn.
  5. Een gebouw en inrichting in eenvoud.

Ananda vraagt op het sterfbed van Boeddha hoe zijn volgelingen verder moeten zonder hem. En Boeddha zegt: ‘wees een eiland, wees een licht in jezelf’.

Boeddha sprak nooit over loslaten. Boeddha’s leringen gaan over het inzicht in de werkelijkheid. En vervolgens leert hij hoe te vertrouwen op de innerlijke boeddhanatuur, in ieder individu aanwezig. Zodat men in de stormen van leed, een licht, een eiland in zichzelf kan zijn. Zo ook op het moment van de dood.

Een boeddhistisch hospice zou niet de pretentie moeten hebben om, citaat: ‘mensen te leren loslaten’. Of: ‘om mensen helpen ermee om te gaan’. Alsof boeddhisten dit zelf wel kunnen? Boeddha leerde niet voor boeddhisten, maar voor alle levende wezens. Het zou schrijnend zijn, wanneer andere hospices in Nederland lezen dat een boeddhistisch hospice gespecialiseerd is in ‘loslaten’. Boeddhisme zou hier niet mee geholpen zijn. In alle 157 hospices in Nederland heeft men dit doel überhaupt niet (expliciet). Het doel is, om bij te dragen aan kwaliteit van leven in de laatste dagen. Aan een goede laatste tijd, in een verdrietige periode. Een hospice is een eiland, een licht voor familie en stervenden. En voor wie er werken. Mensen die in een hospice worden opgenomen hebben reeds hun huis en haard voorgoed verlaten. Zij weten bewust of onbewust, dat zij het hospice niet levend zullen verlaten. Het voorbereiden voor het verlaten van het leven en geliefden is al veel eerder begonnen. Men komt in een hospice om afscheid te nemen. Wie wil dan nog een boeddhist aan zijn/haar bed, die gaat helpen leren loslaten?

De lezer kan het bezwaar opperen dat gasten/patiënten en familie geen behoefte hebben aan deze boeddhistische inhoud. Of dat het personeel geen normaal gesprek meer kan voeren in gewone taal met gasten/familie. Echter: De woorden van Boeddha zijn bedoeld voor alle levende wezens. Boeddha spreekt ieders taal, afhankelijk van de persoon en de omstandigheden. Dus het juiste spreken van het personeel ontstaat uit het juiste luisteren.

Indruk: De boeddhistische initiatiefnemer wil zelf graag met een hospice inspireren; uitstekend. Maar een boeddhistische fundament voor het hospice is niet zichtbaar. Er wordt -boeddhistisch gezien- geen vorm gekozen, inhoudelijk nergens de nadruk op gelegd.

Derhalve: Noem het een initiatief om een gewoon hospice op te richten. Zoals alle 157 andere hospices. Dat is al fantastisch genoeg.

Sungrab Woeser is monnik in de Sakya Orde van het Tibetaans boeddhisme.

Lees hier het interview van Nicole Mulders met Ernst Kleisterlee over Hospice de Liefde van 21 maart 2019.

Sungrab Woeser (Leen van der Meij) was dharmastudent van lama Khenchen Sherab Gyaltsen Amipa. En student, secretaris en cursusleider in het boeddhistisch centrum Sakya Tsechen Ling in Den Haag. Hij is oprichter en leider van het Nationaal Platform ‘Boeddhisme en Sterven’.
Leen van der Meij is opgeleid tot verpleegkundige in de psychiatrie en in algemene verpleegkunde. Docent en praktijkbegeleider in de opleiding van leerlingen-psychiatrische verpleegkunde. Project begeleider van verpleegkundige organisatie -veranderingen in de verpleeghuiszorg. Zelfstandig consulent palliatieve terminale zorg en opleider van vrijwilligers in hospicehuizen. En volgde de opleiding professionele training Bezoek-Clown bij dementerenden.

 

Categorieën: Mahayana, Achtergronden, Boeddhisme, Theravada
Tags: , , , , , , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

8 reacties op Boeddhistisch hospice: What’s in a name?

  1. G.J. Smeets schreef:

    “Noem het een initiatief om een gewoon hospice op te richten. Zoals alle 157 andere hospices. Dat is al fantastisch genoeg.”

    In die conclusie van het artikel kan ik me goed vinden.

    Overigens lijken me de genoemde fundamenten en praktische voorwaarden voor een hospice dat zich ‘met recht’ boeddhistisch noemen kan nogal overdreven. Hoezo ‘gefaseerd dharma studie programma’ voor stervenden? Wat is een ‘gekwalificeerde sangha’ en wie bepaalt dat? Waarom zonodig ‘reguliere bijeenkomsten’? Het wekt allemaal de indruk van een boeddhistisch tempelcomplex met (begeleiders van) stervenden als doelgroep.

    Je zou een enquete moeten houden onder de boeddhistische gemeenschap of er aan dergelijk project behoefte is.

    • Catherina Hofman schreef:

      Wat vergeten wordt in bovenstaande opvattingen, is dat meerdere hospices in Nederland zich baseren op een religieuze bron. Ook daar zijn alle mensen, ongeacht religie, welkom.
      De zienswijze mag dan zeker een grond van waarheid in zich dragen. Toch ervaar ik het als kritiek die niet opbouwend is en voorbijgaat aan de liefdevolle intentie om dit grote werk neer te zetten. (wel te verstaan dat ik geen enkele connectie heb met de hospice in oprichting). Kritiek op zich lijkt me weinig boeddhistisch en zeker niet opbouwend in deze. De man in zijn rode robe heeft geen idee, zo het lijkt. Bestaat er zoiets als boeddhistisch broederschap? Mij verheugd het te lezen dat er daadwerkelijk sociale betrokkenheid wordt neergezet vanuit welke overtuiging dan ook. Hulde!

      • Sungrab Woeser schreef:

        Geachte mevrouw Hofman,
        Dank voor uw reactie. Het probleem van met elkaar spreken, is dat we eerst zouden kunnen luisteren, de ander navragen. Daarna is een conclusie, mening gerechtvaardigd.
        Eerste vraag: u schrijft: ‘mensen, ongeacht religie, zijn welkom’? Welke mensen bedoelt u: patienten of personeel?
        Om inhoudelijk op uw reactie in te gaan:
        In mijn artikel ben ik niet ‘vergeten’, zoals u meent, in te gaan op de liefdevolle intenties van het hospice en de initiatiefnemers. Die staan buiten kijf, anders begin je er niet aan. En houdt je het niet zo lang vol, zoals Ernst Kleisterlee er al jarenlang voor vecht. Waar mijn artikel alleen over gaat, is over de – m.i. niet aantoonbare – boeddhistische structuur en fundamenten van dit hospice.
        Uw tweede punt lijkt erop, dat boeddhisten geen kritiek (op elkaar) zouden mogen hebben. Is dat het beeld van de altijd maar glimlachende en ja-knikkende boeddhist? Vooral stimuleerde Boeddha om zijn inzichten kritisch te toetsen voor ze iets van hem aannemen of verwerpen.
        Er zijn natuurlijk veel hospices met een religieuze achtergrond en vele zonder. In mijn betoog gaat het daar niet om, maar om de vormgeving van een boeddhistisch hospice.
        ‘De man met de rode robe heeft geen idee, zo lijkt het’. (U bedoelt Sungrab Woeser?). In de cv onder het artikel, en ook het cv op mijn website zult u zien dat uw conclusie tav mijn gebrek aan ervaring in de wereld van hospces en stervenden, niet gerechtvaardigd is.
        Tot slot meent u, dat mijn mening niet opbouwend is.
        Het is inderdaad een kleine kunst om iemand of iets af kraken. Dat Is echter niet wat er staat. Mijn artikel bestaat hoofdzakelijk uit persoonlijke suggesties, ideeën, hoe een boeddhistisch hospice er wel uit kan zien. Als een kritische maar constructieve bijdrage. Zorgvuldig geformuleerd. U noemt dat kritiek. Ik noem dat liefde voor hospice ‘de Liefde’.
        Met vriendelijke groet
        Sungrab Woeser

  2. Sungrab woeser schreef:

    Geachte heer Smeets,
    Dank voor uw reactie.
    Een gekwalificeerde sangha is heel eenvoudig: sangha refereert aan monniken en nonnen. En die hebben hun ordinatie, inwijding en geloften. Dat is de ‘enige’ kwalificatie. Lekenbeoefenaars reken ik niet onder de sangha.
    Reguliere bijeenkomsten zijn in alle hospices vast onderdeel van de structuur. Evenals bij brandweer, politie, ggd, enz. Ze hebben een bewezen doel om de vaak ingrijpende ervaringen tijdens hun werk onderling te bespreken. Het is een beproefd middel gebleken om de draagkracht en arbeidsmotivatie te behouden.
    Een gefaseerd dharma studieprogram is niet voor de stervenden, maar voor staf en personeel. Gefaseerd heeft betrekking op opleiding: inwerken, vervolg en gevorderden.
    Een boeddhistisch tempelcomplex met begeleiders: dat is precies wat ik bedoel. Alleen Niet als complex. Maar een eenvoudig hospicegebouw met een tempelruimte. Midden in de wijk. (Zoals alle hospices in Nederland). Een beetje ruime tempelkamer is al voldoende. Het gaat maar om zes bedden, begreep ik.

    Vriendelijke groet
    Sungrab Woeser.

    • Sungrab Woeser schreef:

      Geachte heer Smeets,
      Graag ga ik in op uw reactie.
      Primaire reden om het artikel ‘what’s in a name’ te schrijven, is dat de kwalificatie ‘boeddhistisch’, niet zo maar gebruikt kan worden. Boeddhisme is een eeuwenoude ‘religie’, met een enorme canon, enorm fundament aan filosofische inhoud, empirische wijsheid van de geest en diepzinnige methoden. In die zin constateert u terecht scholastieke motieven voor mijn artikel: als je het boeddhistisch doet, doe het dan goed.
      Ik heb veel ervaring in de hospicewereld: bestuurlijk, als vrijwilliger, als leraar en als coordinator van vrijwilligers in de thuis terminale zorg.
      Persoonlijk vind ik een boeddhistisch hospice pur sang niet nodig. Ook niet antroposofisch (waar ik bestuurslid was) of anderszins. Algemeen menselijke waarden, aandacht, meedenken, vaardigheden en deskundigheid, in een warme, vriendelijke omgeving zijn voldoende.
      Het leidt tot veel verkrampingen, in diverse opzichten, als er een religieuze of spirituele stempel op komt. En als je het wel bent, (bvb christelijk) maar niet wilt zijn (opleggen), tja.
      Of monniken, nonnen in een hospice kunnen functioneren, (als ik u goed begrijp), is niet louter scholastiek. Het zou in het leven van vele witte (westerse) geordineerden een verrijking van hun geloften zijn. ZH Dalai Lama heeft regelmatig geuit dat de monniken en nonnen uit hun kloosters moeten komen, ten dienste van de samenleving. Hij nam de katholieke nonnen in de ziekenhuizen, als voorbeeld. Anderzijds kunnen geordineerden een waardevolle inbreng vanuit de dharma inbrengen. Dat dit een langzame opbouw zou zijn, is evident. Anderzijds: een (boeddhistisch) hospice met zes bedden is niet groot.
      Tenslotte: de organisatorische aspecten. Nee, daar heb ik niet over geschreven, het thema was het boeddhistisch profiel. Om daar kort op in te gaan: Of er behoefte is, vermoed ik niet. Het is te boeddhistisch gekwalificeerd. Zie ook het hiervoor genoemde. ‘Gewoon’ een warm hart, aandacht, een luisterend oor, meedenken en deskundigheid volstaan.
      In ieder geval vermoed ik geen behoefte bij patienten/familie. De brede ervaring in hospices leert, dat men primair geografisch dichtbij een hospice zoekt. Voor de laatste levensdagen (gemiddelde verblijfsduur 3-5 dagen), ga je niet ver reizen. Daar is geen tijd meer voor.
      Zorgverzekeraars vergoeden professionele hospicezorg (verpleegkundigen , verzorgings- en medische kosten, 24 uurs zorg, e.d.). Voor de rest: inrichting, vrijwilligerskosten, scholing, inrichting, huur, enz, is een hospice afhankelijk van sponsoring. Een hospice is immers altijd een privaat initiatief. En dus constant op zoek naar toereikende private middelen.
      Met dank,
      Vriendelijke groet,
      Sungrab Woeser

      • G.J. Smeets schreef:

        Dank voor uw antwoord op mijn vraag, Sungrab Woeser. Ik ga met u mee in het vermoeden dat een boeddhistisch hospice zoals door u gekwalificeerd niet levensvatbaar is en ook in uw opvatting dat het niet nodig is. Uw artikel hierboven schetst een helder ‘Als …. dan’ scenario: ALS een hospice boeddhistisch wil zijn DAN moet het voldoen aan de criteria x, y en z. En ‘Mindfulness’ is uiteraard geen specifiek boeddhistisch criterium.
        Nogmaals, dank voor deze gedachtewisseling en hartelijke groet.
        Goff Smeets

  3. G.J. Smeets schreef:

    Geen dank, het is graag en met plezier gedaan. U heeft nu een paar onduidelijkheden weggenomen: dat ‘reguliere bijeenkomsten’ voor de begeleiders bedoeld zijn en niet voor de patiënten; het ‘dharma studieprogram’ idem; dat ‘gekwalificeerde sangha’ betekent voorgegaan door monnik / non; dat het om een (eenvoudige) tempel gaat.

    U stelt het niet aan de orde maar ik vraag me (nogmaals) af of er aan een aldus ‘gekwalificeerd boeddhistisch’ hospice behoefte is, nog los van de vraag of het financieel (over)levensvatbaar is. Boeddhistische dana, ziekenverzekering, de relatie tussen die twee, tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten van vrijwilligers, 24/7 standby van behandelende medici die boeddhist / lekenbeoefenaar is, etc.. Met name uw monnik / non clausule voor een ‘gekwalificeerd boeddhistisch hospice’ lijkt me problematisch omdat het een louter scholastiek ding is.

    Nogmaals, ik kan me goed vinden in uw commentaar hierboven op het initiatief tot Hospice de Liefde in Rotterdam: er is geen reden om dat hospice ‘boeddhistisch’ te noemen. Omgekeerd zie ik geen reden om aandachtige verzorging van terminale patiënten ‘boeddhistisch’ te noemen. Ik proef in uw stuk scholastische motieven om dat wel te doen. Is dat de smaak die u beoogt?

  4. Sungrab Woeser schreef:

    In mijn eerdere reactie van 2april, wil graag even een correctie aanbrengen. Betreffende cijfers. De gemiddelde verblijfsduur in hospices, is niet 3-5 dagen, maar 3 -5 weken.
    Sungrab Woeser

Menu