Dit is een artikel uit de rijke geschiedenis van het Tulpenboeddhisme. In nummer 4, jaargang 14 van De Lotusvijver (winter 2008) stond een boekbespreking over de boeddhistische klassieker Cutting Through Spiritual Materialism van Chögyam Trungpa. In 2018 heeft dit boek niet ingeboet aan belang en actualiteit, integendeel.

Chögyam Trungpa (1939-1987) hoewel (destijds) ook in eigen kring omstreden, is een van de belangrijkste pioniers van het Tibetaans boeddhisme in het Westen. Toen hij in 1959 Tibet ontvluchtte was hij geestelijk leider van een van de vijf stromingen (Kagyü) binnen het Tibetaans boeddhisme. Na zijn ballingschap in India, vertrok hij in 1963 naar Engeland en daarna in 1970 naar de Verenigde Staten, waar hij onder andere meditatiecentra en -groepen stichtte. Wereldwijd zijn er nu een stuk of 170. Trungpa Rinpoche was bevriend met Suzuki Roshi en Maezumi Roshi. Pema Chödrön is een van zijn leerlingen. Trungpa’s Cutting Through Spiritual Materialism bevat dharmalezingen die hij in 1970 en 1971 in de VS heeft gehouden.

De ‘Three Lords’

Het Tibetaans boeddhisme heeft een interessante metafoor voor het functioneren van het ego, staat in het voorwoord van Cutting Through Spiritual Materialism. Het zijn de ‘Three Lords of Materialism’. De ‘Lord of Form’ verwijst naar het streven gericht op een veilig, gemakkelijk en plezierig bestaan. De ‘Lord of Speech’ verwijst naar ons verstand om de werkelijkheid in te delen in categorieën. Ideologieën zijn de meest ontwikkelde vormen hiervan, zoals: nationalisme, communisme, maar ook Boeddhisme. Alles wat bedreigend is voor het ego kan hierdoor omgebogen worden tot iets positiefs. De ‘Lord of Mind’ verwijst naar het streven van het ego om zijn zelfbewustzijn in stand te houden.

Zelfbedrog

Deze ‘Lords’ zorgen ervoor dat het ego in staat is om van alles en nog wat toe te eigenen. Ook als het gaat om spiritualiteit. Het ego maakt bijvoorbeeld van het Christendom een spiritueel spelletje, met alles erop en eraan, totdat het niet meer voldoet. Vervolgens valt het oog bijvoorbeeld op het zenboeddhisme. Trungpa Rinpoche noemt deze vorm van zelfbedrog spiritual materialism. In het boeddhisme gaat het erom af te rekenen met deze en andere vormen van zelfbedrog en te ontwaken, vandaar de titel Cutting Through Spiritual Materialism.

Rotzooi

In het hoofdstuk Spiritual Materialism schrijft Trungpa: ‘One must step out of spiritual materialism. If we do not step out of spiritual materialism, if in fact we practice it, then we may eventually find ourselves possessed of a huge collection of spiritual paths…We display them into the world and, in so doing, reassure ourselves that we exist, safe and sure, as spiritual people.’ We hebben een antiekwinkel ingericht en iedereen vindt het prachtig, denken we. Maar eigenlijk is het niet veel meer dan een verzameling rotzooi.

Haast

Vooral als we op spirituele zoektocht gaan, hebben we grootse verwachtingen en vallen we snel in de valkuil van spiritueel materialisme. We verwachten immers dat spiritualiteit ons geluk, veiligheid, wijsheid en uiteindelijk redding brengt, maar dat is een egocentrische benadering. We moeten juist alle hoop op welke verlichting dan ook laten varen, staat in het hoofdstuk The Four Noble Truths. ‘The moment you give up, the person turns up. The spiritual path works this way. It is a way of wearing out all expectations.’ Vrij vertaald raadt Chögyam Trungpa ons het volgende aan. ‘Haast is niet nodig om op het spirituele pad te komen, maar bereid je wel goed en grondig voor. Heb geduld en wacht. Wacht en bestudeer hoe het proces van jouw spirituele zoektocht verloopt. En neem afstand.’

Tekst Kees Moerbeek.

Bronnen
Chögyam Trungpa, Cutting Through Spiritual Materialism, Boston&London, Shambala, 2002.
Diverse bronnen internet.
Dit artikel is met instemming van de redactie overgenomen uit het magazine van de Vrienden van het Boeddhisme.

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Spiritueel materialisme

  1. G.J. Smeets schreef:

    “We moeten juist alle hoop op welke verlichting dan ook laten varen…”

    Toch wel aardig dat de godsvruchtige Johannes Calvijn in de 16e eeuw analoog hetzelfde zei: van alle goede werken die je verricht zal god zich niets aantrekken.

  2. Ujukarin schreef:

    Ja hij is mooi, heb ‘m hier in India gelezen en hij bevat alles wat ik in de BD-blog een maandje terug ofzo eraan toeschreef. Ook in de talks hier herkennen de mensen er iets te veel van ;-)

    With folded palms,

Menu