Hij schreef de afgelopen jaren o.a. meerdere succesvolle boeken over mindfulness. Recent verscheen zijn boek Iedereen weet. Zen en religie in tijden van wetenschap. Een gesprek met Edel Maex over mediteren, zen, wetenschap, fundamentalistische religie en openheid.

Door: Greco Idema

Wie is Edel Maex?

“Ik ben psychiater in Antwerpen. In het jaar dat ik psychiater werd, leerde ik van Ton Lathouwers in Leuven mediteren. Ik heb er nooit meer mee kunnen ophouden. Daarom ben ik ook met mindfulness beginnen werken, omdat ik het gevoel kreeg dat ik het beste wat ik had voor mezelf hield. Ik leid ondertussen ook al meer dan tien jaar een zengroep in Antwerpen.”

Kunt u iets meer vertellen over dat mediteren. U had niet eerder gemediteerd?

“De eerste keer dat ik mediteerde als student had ik daar maar één gevoel bij: wat een tijdverlies! Pas jaren later, in een heel turbulente periode, helemaal in de knoop met mezelf, kwam ik bij Ton terecht en hoorde ik hem vertellen hoe Masao Abe hem gezegd had: ‘You are accepted just as you are’. Dat veranderde voor mij alles.”

“Waar ik van gruwel, is een koude wetenschap die de werkelijkheid ‘onttovert’ en die mensen een gevoel van totale zinloosheid wil aanpraten” schrijft u in Iedereen weet. Wat bedoelt u hiermee?

“Vaak zie ik hoe mensen zich voor het dilemma geplaatst zien: of een hoop nonsens geloven waar hun kritische rationaliteit zich tegen verzet, of iets opgeven waar ze diep in hun hart naar verlangen, maar waar ze geen goede woorden meer voor hebben. Wat bij velen overblijft, is een gevoel van zinloosheid, van heimwee, van gemis. We leven in een zinloos universum, we zijn een onbetekenende speldenprik in het heelal. Ik zie mensen daaronder lijden.

Het andere extreem is sektevorming. Mensen die in een religieuze bevlogenheid iedere kritische zin opgeven, die hun autonomie opgeven en zich onderwerpen aan een groep of een leraar. Radicalisering is daar ook een voorbeeld van.”

Da’s duidelijk, maar terug naar de vraag: wat bedoelt u precies met ‘koude wetenschap’? Het tegenovergestelde van ‘warme wetenschap’?

Edel Maex, foto Nieuwwij.

Edel Maex, foto Nieuwwij.

“Als arts heb ik een wetenschappelijke vorming gekregen, zelf heb ik wetenschap nooit als koud ervaren. De emotionele lading van zinloosheid en onttovering die veel mensen in de wetenschap vinden, heeft op zichzelf genomen niets met wetenschap te maken. Wetenschap is noch koud noch warm. Je kunt het universum evengoed fantastisch vinden. Het feit alleen al dat de boom waar ik op dit ogenblik naar zit te kijken met hetzelfde DNA werkt als ikzelf, dat we dus op het allerdiepste niveau met elkaar verbonden zijn, dat is toch een wonder. Ik heb de weerstand van de religies tegen Darwin altijd vreemd gevonden. Die verbondenheid raakt bij mij aan een diep religieus gevoel.”

Elders in Iedereen weet valt te lezen: “Waar ik van gruwel, is een fundamentalistische religie die meent de mensen te kunnen zeggen wat we moeten geloven, wie de wijsheid in pacht heeft en aan wie ze zich moeten onderwerpen.” Is deze omschrijving volgend niet bijna elke vorm van religie ‘fundamentalistische religie’?

“Wat mij betreft zijn er in de wereld uiteindelijk maar twee religies: fundamentalisme en openheid. De scheidingslijn tussen beide loopt dwars door alle levensbeschouwingen heen, inclusief zen. Fundamentalisme kent verschillende woorden en vormen, allemaal uitdrukkingen van ‘de waarheid’. Vanuit die verschillende woorden en vormen gaan mensen elkaar bestrijden, soms zelfs bloedig. Openheid kent exact dezelfde woorden en vormen. Ze zijn er de stamelende uitdrukking van. Het zijn steeds opnieuw authentieke pogingen om die openheid voor mensen toegankelijk te maken. Doorheen die verschillende woorden en vormen gaan mensen elkaar herkennen, als reizigers op een zelfde pad.”

De uitgever vermeldt over uw boek: “Edel Maex gaat in deze verzameling zentoespraken op zoek naar wat aan de grondslag ligt van zen en bij uitbreiding religie. Die gemeenschappelijke kern kent diep vanbinnen iedereen, zo argumenteert hij, maar mogelijk zijn we er ons niet langer van bewust.”

In een ander interview op Nieuwwij.nl met Antoinette van Gurp zegt zij: “Toen ik een boeddhistische leraar vroeg of Boeddha ons helpt, kwam het antwoord dat we het zelf moeten doen. Boeddha heeft het voorbeeld gegeven. Dat is nogal een verschil met het christendom waarin Christus je wel helpt. Kunnen we onszelf bevrijden van ons ego, van ons zelf, zoals men in het boeddhisme zegt? In het boeddhisme heb je daarvoor een goeroe, een leraar. Dan kies ik toch liever voor God zelf. Christus helpt me in ieder geval om mijn negatieve emoties te overwinnen.”

Dat is nogal een verschil. Waar zit ‘m precies die gemeenschappelijke kern?

Edel Maex Iedereen weet boek april 2015.jpeg“Verschillen te over. We kunnen zoeken naar wat ons scheidt of we kunnen zoeken naar wat ons verbindt. Wat we als mensen allemaal gemeen hebben, is het vermogen om onze geest en ons hart te openen. Misschien is wat voor jou vanzelfsprekend is, voor mij baarlijke nonsens, en omgekeerd. Dan kunnen we op elkaar neerkijken, of ik kan mij openen en aan jou vragen: ‘Wie ben jij? Hoe is dat voor jou?’. Die openheid is wat ons verbindt. In die openheid kunnen we doorheen alle tegenstellingen elkaar ontmoeten.

Als we in deze globale wereld willen samenleven, zullen we moeten beginnen met elkaar bestaansrecht te geven en de gedachte op te geven dat mijn overtuiging de enige ware is.”

Openheid dus… Maar zitten er geen grenzen aan openheid? Kun je ook té open zijn?

“Openheid is open. Daar is geen grens aan. Zonder openheid wordt ons leven een hel. Maar je kunt niet vanuit openheid alleen leven. Zo kun je zelfs niet veilig de straat oversteken. En je kunt niet mediteren naast een hongerige leeuw.

Er is steeds dat spanningsveld tussen overleven en de beweging naar openheid. Dat spanningsveld lost zich nooit op. Daarom creëren we vrijplaatsen, heiligdommen, veilige plekken, ontmoetingsplekken, en nu zelfs ook websites.”

Elders in het boek lezen we: “Iedereen weet is een pleidooi om met een open hart en een open geest naar religie en spiritualiteit te kijken. Want dan ontdekken we mogelijk wat we altijd al geweten hebben. Dat we niet naar boven moeten kijken voor een antwoord. Dat niemand een monopolie heeft. Dat religie iets van ons allen is.” Dat is nogal wat… Spreekt u zichzelf nu niet tegen? U weet het allemaal erg goed…

“Ik ben het soort mens die iedere zin zou willen beginnen met ‘misschien’. Alleen, dat loopt niet lekker. Ik weet het helemaal niet zo goed. Het is een zoektocht. Ook een zoeken naar woorden, voor wat we op een of andere manier allemaal wel weten. Wittgenstein zei ooit dat we over datgene waarover we niet kunnen spreken, moeten zwijgen. Hij is daar zelf op teruggekomen. Zelfs als we het nooit gezegd krijgen, mogen we het niet opgeven. We moeten het blijven proberen.

Zoals ik in het boek schrijf, in een commentaar op de Hymne aan de Wijsheid voorbij alle wijsheid van Rahulabhadra: ‘Daarom moeten we spreken ‘in gebruikelijke woorden en talen’, beseffend dat ieder woord dat we uitspreken, onzin is en ernaast grijpt, zonder er ook maar één woord van te geloven, maar ook beseffend dat ‘zo de vrede in het hart wordt gevonden’”.

Hoe groot is de kans dat de komende decennia het besef dat ‘religie van ons allen is’ zich breder zal verspreiden? U wilt het ongetwijfeld erg graag, maar tussen wens, hoop en realisme zit wel verschil, toch?

“Die vraag stel ik mezelf ook vaak. Het is voor mij zeker een wens. Maar het is meer dan dat. Het is ook een evolutie die we voor onze ogen zien gebeuren. Ik haal in het boek Norman Fischer aan waar hij zegt: ‘Religie verandert vlak voor onze neus, maar we merken het niet eens op omdat we vastzitten aan oude vormen en woorden’.

Er is echt iets aan het veranderen. Alleen al de notie ‘multiple religious belonging’ is er een symptoom van. Dat zou nog niet zo lang geleden compleet ondenkbaar geweest zijn. Nu zie ik mensen die voor de Kerk getrouwd zijn, die zenmeditatie beoefenen en die er een vrijzinnig humanistische ethiek op na houden. Bij gebrek aan kristallen bol kan niemand van ons weten hoe dit verder zal evolueren. Ik kan alleen maar dromen.”

Al weer begonnen aan een nieuw boek?

“Iedere maand geef ik in onze zengroep een teisho en die schrijf ik dan meestal achteraf uit. Zo zijn de twee vorige boeken ontstaan. Er zijn nog geen concrete plannen om van de laatste teisho’s een boek te maken. We zien wel.

Ik zou ook heel graag een vervolg schrijven op mijn boek Mindfulness. Weer voor een breder publiek, zonder een boeddhistisch of ander etiket. Al is mindfulness ondertussen een etiket op zich geworden.”

Dit artikel verscheen eerder in het magazine van Nieuwwij
Greco Idema is eindredacteur van Nieuwwij.nl. Uitgever van Iedereen weet is TerraLannoo

Op 25 mei a.s. wordt het nieuwe boek van Ton Lathouwers, Zij is altijd soms, gepresenteerd tijdens de Pinkster-happening ‘Wijsheid – voorbij alle wijsheid’ in De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Voor meer informatie

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Categorieën: Boekbespreking en Nieuws Tags: boek, Edel Maex, religie en zen 

4 reacties op Edel Maex- ‘Uiteindelijk zijn er maar twee religies: fundamentalisme en openheid’

  1. Noëlle Beijers schreef:

    Mooi artikel en ik houd van zijn stem.

  2. Jules Prast schreef:

    Beluister ik bij Edel Maex mede een echo van Erich Fromm? De mens heeft de kans op zelfbeschikking maar vlucht in overdracht van autoriteit en/of zelfdestructie (angst voor vrijheid)?

    Wij kijken fundamentalisme óók in de ogen bij uitingen van discriminatie en bij aanslagen geïnspireerd door IS-achtigen. Het is voor boeddhisten een herinnering dat zelfbeschikking betekent bevrijding van onszelf in de ander.

    Is de conclusie dan ook niet dat het enig mogelijke boeddhisme in onze huidige wereld maatschappelijk geëngageerd boeddhisme is?

  3. Piet Nusteleijn schreef:

    Mooi artikel. Het boek “iedereen weet” van Edel Maex heb
    Ik op mijn wensleeslijst gezet.

  4. dharmapelgrim schreef:

    Het artikel spreekt mij bijzonder aan. Zeker een zin als: “Doorheen die verschillende woorden en vormen gaan mensen elkaar herkennen, als reizigers op een zelfde pad.” Deze zin doet mij denken aan het volgende: toen aan studenten tijdens hun Talmoedstudie gevraagd werd wanneer het nu precies licht werd (tussen nacht en dag) kwamen ze daar niet goed uit. De rabbi gaf uiteindelijk zelf het antwoord: “Wanneer je de mens tegenover je in de ogen kijkt, en je ziet in die ander jezelf … dán pas wordt het licht.” Zo ben je volgens mij in openheid ook nooit alleen op het padloze pad. Zie jezelf in de ander en de ander in jezelf.

Menu