Het onzichtbare zichtbaar en onkenbare kenbaar maken. Dat kom je vooral in religies tegen. God wordt afgebeeld als een oude wijze man met een baard. Het kwaad wordt een rood mannetje met horens op zijn kop en bokkepootjes onder zijn gat. Engelen krijgen als antropomorfisch beeld een schattig babylijfje met vleugeltjes dan wel een mooi queer lijf met een harnas aan. Om maar wat te noemen. Al dat soort afbeeldingen zijn zo algemeen bekend geworden, dat menigeen ze verslijt voor ECHT. De zielen van overleden mensen worden soms afgebeeld als transparante minimensen, skeletten of pratende lichtbolletjes. Alles kan, zolang het maar ‘menselijk’ blijft!
serie
Boeddhistische doeners en denkers (59) – de serie
‘Me zo te voelen (goed genoeg) is lastig omdat ik meen dat mijn naasten druk op me uitoefenen het naar hun zin te maken. Ik ben weer geneigd om me aan te passen, zoals ik dat mogelijk mijn hele leven al heb gedaan.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie 41
Sonja Jodo Nijon: ‘Ik wend m’n blik af, voel gêne. Voel me een klein kind, de slechtste leerling uit de klas.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie 39
Het was al (lang geleden) voorgekomen dat ik zittend op dat kussen in mezelf een vage angst ontdekt had. En die angst is met de meditatie verminderd. Dat was mooi meegenomen en alleen maar daarvoor was het de moeite waard te gaan zitten. Maar had ik echt gemediteerd? Was ik tot mijn ware natuur doorgedrongen?
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (33)
Marga de Jong: ‘En hoe doe ik dat? Hoe kan je ontsnappen zoals ik het wel eens voel. Om eerlijk te zijn, ik weet het niet. Zoeken, zoeken en nog eens zoeken. Maar de lijfspreuk van mijn ego is: Ja heerlijk zoeken en vooral niets vinden.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (26)
Vera Verbist: ‘Waarom ik het pad van Boeddha wens te volgen? Het is al heel lang dat ik nadenk over onze rol als mens hier op aarde. Waarom lijdt de ene mens meer dan de andere? Wat gebeurt er met onze ziel nadat we overlijden?’
Boeddhistische doeners en denkers (21) – de serie – de vrolijke Meester
Madelon Hooykaas: ‘Heel onverwachts haalde hij een fles biiru (Japans voor bier) onder de tafel vandaan. Na enkele glazen bier vroeg de Meester of ik wilde blijven lunchen.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie – 15
Servaas Kievit: ‘Bijna in ieder huis zie je een boeddhabeeld, maar als je vraagt hoe ze tegenover de leer staan, weten ze daar eigenlijk weinig tot niets over.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (13)
Leonhard Schrofer: ‘Ik vroeg mij in een bepaalde periode af: Waarom ontmoet ik in dit leven een dochter, mijn enige kind, met zware meervoudige verstandelijke en motorische beperkingen en een partner die na een lange ziekte periode overlijdt aan borstkanker. Het omarmen van het begrippen karma en dukha, zoals ik dat heb opgevat, heeft mij hierbij veel steun gegeven.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (10)
Hans Tilman: ‘In mijn fantasie zie ik mijn grootmoeder. Ze zit in haar sleetse leunstoel en haar krantenbak met religieuze geschriften staat naast haar. Haar gezicht staat bezorgd en zij vraagt hoe mijn verhouding met God is. Ik leg haar uit dat haar God voor haar tastbaar is, maar voor mij een niet te bevatten bovenmenselijke dimensie vertegenwoordigt.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (5)
Wouter ter Braake: ‘Mijn praktijk, mijn weg, ben ik boeddhist? Ik voel me diep verwant. De kennismaking met boeddhistische zienswijzen heb ik ervaren als ‘spiritueel thuiskomen’. Ik zet mijn licht niet onder de korenmaat, noch laat ik overal het verlichte woord op schijnen. Wel spreek ik veelvuldig met mijn spirituele wezen.’
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (4)
Ferdinand Rammeloo: ‘Sinds die tijd boeddhisme. Is het een toeristentocht, tot op heden, met een voelbare bodem? Sinds die tijd, spreekwoordelijke en letterlijke levenspaden bewandelend, gevallen, opgestaan, ravijnen in gedonderd en eruit geklommen.’



