In de Noordzee is er een vis die Kun heet en een omvang heeft van ik weet niet hoeveel duizend li. Hij verandert in een vogel die Peng heet. Peng heeft een rug van ik weet niet hoeveel duizend li. Wanneer hij zich opheft en wegvliegt, lijken zijn vleugels op wolken die de hemel bedekken. Bij woelige zee en hevige storm trekt deze vogel naar de Zuidzee. De Zuidzee is een natuurlijke vijver.

