De dwaas ontwart zijn verwikkeling tot alles hem helder is. Hij heeft een hokjesgeest.
Meester Tja
Meester Tja 125 – Het blote gaan
Een laatste waan.
Meester Tja 124 – Zwervende ben ik nimmer onderweg
Een vreemde ben ik immer in eigen huis.
Meester Tja 123 – Wie niet-weet die niet-spreekt
Behalve bij wijze van spreken.
Meester Tja 122 – Als je nergens op staat
Geen goede raad.
Meester Tja 121 – Een heldere geest is een lachspiegel
Hoe ernstig ben jij?
Meester Tja 120 – Als iedereen, alleen
Zij heeft zich erbij neergelegd of legt zich neer bij haar verzet.
Meester Tja 119 – Het was geen doen, het is gedaan
Geen ik, geen het, geen niets.
Meester Tja 118 – Ook de koning loopt op onderdanen
Stille getrouwen.
Meester Tja 117 – Wie Tja heeft lijkt op een kindje
Hij dringt niet meer op of aan, en alles gaat weer spontaan.
Meester Tja 116 – Maar dan komt de borst en de melk vloeit vanzelf
Zijn oogjes zien beelden, maar het weet niet waarvan. Zijn plasser wordt stijf, maar het weet niet waartoe.
Meester Tja 115 – Onafgebroken offer ik mijn denkbeelden op
Gebroken spiegel, ongebroken geest.

