Nationalisten en patriotten sporen bewoners van dit land aan trots te zijn op hun exclusieve identiteit. Daar komt een politieke agenda in mee, vooral wat migratie betreft. Aanleiding voor mij om me af te vragen of ik wel een echte Nederlander ben. OK, ik ben tien jaar in het buitenland geweest. Dat is al een stukje vreemdeling in mij. Maar u kunt deze vraag vanzelfsprekend ook voor uzelf beantwoorden. Steekproef van twee.
Eigenlijk is de vraag: in hoeverre ben ik een staatsburger, en in hoeverre een wereldburger? Welke kenmerken vormen mijn nationale identiteit, en in hoeverre shop ik buiten de landsgrenzen?
Eerst maar de blik naar het binnenland. Mijn paspoort bevestigt mijn Nederlanderschap. Logisch, ik ben in dit land geboren. Het Nederlands is mijn moedertaal. Ik ben hier opgegroeid, heb er mijn scholing ontvangen en ben er werkzaam geweest. Jaarlijks vul ik mijn belastingaangifte in. Zo betaal ik mee aan de kosten van dit koninkrijk. Wat in Den Haag gebeurt interesseert me. Ik ben lid van een politieke partij. Ik lees twee landelijke kranten en een weekblad. Ik scroll door talkshows om te kijken of er iets passeert dat me aanspreekt. Verder doe ik mee in een kerkelijke gemeente die hoort bij een landelijke koepel. Ik bezoek graag musea door het hele land. In de zomer ben ik vrijwilliger-gids in een bijna duizend jaar oude kerk. Onze laatste vakantie brachten we door in een dorp aan de kust.
Zo, dat is ongeveer wat mij bij eerste overdenking te binnen schiet. En het buitenland dan?
Als antropoloog ging en gaat mijn blik vanzelfsprekend naar buiten, naar andere culturen. Net afgestudeerd konden we naar Kongo, waar ik universitair docent werd en veldwerk ging doen. Bij vijf jaar Kongo kwam later vijf jaar Brazilië, ook weer als docent en onderzoeker. Ik interesseerde me voor de politieke situatie in die twee landen en blijf nog steeds zoveel mogelijk op de hoogte. Door mijn latere baan aan de Vrije Universiteit reisde ik regelmatig naar het buitenland voor congressen met vakgenoten. Ik publiceerde vooral in het Engels. De academie is immers internationaal.
Los van mijn vak is er meer buitenland in mijn leven. Mijn pensioenfonds is weliswaar Nederlands, maar investeert internationaal. Mijn kerkelijke gemeente is deel van een groot internationaal netwerk. Als gids in die oude kerk kan ik mijn kennis van andere talen gebruiken, want een derde van de bezoekers zijn toeristen. Vakanties voeren ons naar het buitenland, met een voorkeur voor stedentrips en museumbezoek. Mijn posts op sociale media trekken soms buitenlandse bezoekers, met dank aan Google Translator. Met ons Cineville-pas zien we per maand gemiddeld twee buitenlandse films. Al een tijdje lees ik digitaal twee Engelstalige kranten. Af en toe kijken we buitenlandse TV-zenders. Ik luister dagelijks naar het BBC-radionieuws.
Hoe exclusief Nederlands is mijn perspectief dan nog?
Ter relativering: veel uitheemse dingen horen al zo bij ons dat we er geen punt meer van maken dat ze niet Nederlands zijn. Eten we nasi vanavond? Of liever pizza? Wil je daar een Duits biertje bij of een glaasje Franse wijn? Nee, doe maar die wijn uit Nieuw-Zeeland, die was best aardig.
Maar klopt mijn aanpak wel? Ik zet nu binnen- en buitenland naast elkaar, alsof het een optelsom van kenmerken is, zonder winnaar. Maar naast de kwantiteit vanuit het hoofd is er de kwaliteit van de mentaliteit, vanuit het hart of, nog lager, de onderbuik. Het bijbehorende gevoel, op een spectrum tussen je thuis voelen en vervreemd zijn, is voor velen net zo maatgevend als een rijtje kenmerken. Voor sommige politici is dat beperkte spectrum het kapitaal waar zij winst mee willen maken.
Bovendien, past een exclusief nationale blik eigenlijk nog wel in een geglobaliseerde wereld waarin iedereen met iedereen te maken heeft? Wat in de wereld gebeurt, heeft grote invloed op het binnenlandse gebeuren. De wereldwijde crises werken door in het vaderlandse bestaan. Het nationaal inkomen wordt sowieso in belangrijke mate verdiend in het buitenland. Als land nemen we deel in internationale netwerken, met elk een eigen afkorting. Het buitenland is met de globalisering naar het binnenland gekomen. Dat is mede gebeurd dankzij onze ondernemingszin, vanaf de koloniale tijd tot de huidige arbeidsmarkt aan toe. De helft van de bevolking van de grote steden heeft wortels in het buitenland. Hun vertegenwoordigers zitten in het parlement.
Hoe je ook kijkt, wie eerlijk is erkent dat het draagvlak voor dat nostalgische patriotisme een door de tijd aangevreten vloer is. In de Gouden Eeuw klopte het al niet. Ons repertoire om betekenis te geven aan ons leven omvat per dag meer buitenlandse componenten, met AI als laatste toevoeging. We spelen met elementen die ons vanuit het buitenland worden aangereikt of opgedrongen, vaak op commerciële of politieke basis. We zijn een voortdurend veranderende kleine samenleving in een grote wereld, met een steeds bijgesteld thuisgevoel. Vaderlands, moederlands, wereldlands.


Geef een reactie