Van jongst af aan is ons verstand geneigd tot verstrooidheid, vergeetachtigheid, wispelturigheid, eenzijdigheid, ambivalentie, drogredeneringen, confabulatie, egocentrisme, zelfbegoocheling, zelfvergetelheid en zelfoverschatting. Als je denkt dat ik overdrijf moet je jezelf maar eens een poosje in de gaten houden, schrik niet.
Hans van Dam
De dementie van alledag, 1. Ik plas nog steeds in bed
Zoiets heb ik ongeveer eens per maand en altijd vraag ik me af of ik er later op terug zal kijken als het begin van mijn seniliteit. Direct daarop de vraag: ben ik ooit helemaal bij de tijd geweest?
De wastafeltest voor dementie
Laatste van vier zelftests.
De sandaaltest voor dementie
Derde van vier zelftests.
De Poortloze Poort voor nitwits, koan 3 – Hoe de bediende zijn vinger verloor
Toen Juzhi ervan hoorde, liet hij de bediende halen en sneed hem zomaar een vinger af. Schreeuwend van pijn en schrik rende de jongen weg.
De telefoontest voor dementie
Tweede van vier zelftests.
De koelkasttest voor dementie
Eerste van vier zelftests.
De schrale troost van de eeuwigheid
Alles is vergankelijk.
Leven de doden werkelijk voort in onze gedachten?
Hoe ik mezelf troost.
Dooddoeners bij het overlijden van mijn ouders
‘Troost je, de doden leven voort in onze gedachten.’
De Poortloze Poort voor nitwits, koan 2 – De zenleraar die een vos werd
Steeds als meester Baizhang een toespraak gaf, kwam er een oude man bij zitten die er na afloop stilletjes vandoor ging. Op een dag bleef de grijsaard achter. Meester Baizhang zei: Wie bent u?
Help, mijn ouders zijn dement! 3. De betovering van de eensluidendheid
Mij maakte het niet uit dat mijn vader geen idee had wie hij was, of wie ik was – of eigenlijk het ene idee na het andere. Was ik zijn kind, dan was ik zijn kind. Was ik een zin later zijn jongste broer dan was ik zijn jongste broer. Was ik een zin later zijn collega dan was ik zijn collega. Was ik een zin later zijn vriend dan was ik zijn vriend. Allemaal goed.


